Eigen savooi eerst

Bladmosterd, winterpostelein, rode biet, savooikool, prei, witloof en andijvie vormen de inhoud van mijn groentenmand van deze week, geleverd door bioboerderij Den Diepen Boomgaard in Grimbergen. Doctorandus P zou er nog knolrapen, lof en schorseneren aan toevoegen.

Knol

Het gebeurt geregeld dat ik me in de haren krab bij het zien van de wekelijkse oogst en denk: beste knol, wat is uw naam en hoe wenst u klaargemaakt te worden? Ook bij de bovenstaande zeven variëteiten zakt de moed me eerst in de schoenen. Hoe moet ik dat verkocht krijgen aan twee kritische prille tieners die het eten op hun bordjes dissecteren voor ze die vork naar hun mond bewegen? Oplossing: de prei in de soep, de andijvie in de aardappelpuree en de rest, dat zien we dan wel weer. 

Ik ben niet van plan om mijn groentenabonnement op te zeggen, omdat ik het principe zeer genegen ben. Eten wat er nu groeit, in dit seizoen, op een paar kilometer van mijn deur. Groenten die gekweekt en geoogst en verhandeld worden in een sociaal bedrijf, waar mensen werken die vaak niet aan de bak zouden komen in de reguliere economie. 

Marie Thumas

Ik ben niet nostalgisch, vroeger was in dit opzicht niet beter. Ik herinner me niet dat mijn moeder, laat staan mijn vader wekelijks naar de markt trok voor verse groenten. Het waren de jaren zestig en zeventig. Nestlé was beter dan moedermelk en de keukenkast was gevuld met blikjes. Wij hadden aandelen in Marie Thumas, denk ik, met al die erwtjes en worteltjes en appelmoes.

Mijn moeder kon overigens heerlijk koken, daar niet van. Maar de tijden zijn veranderd. Kijk eens in een supermarkt hoe klein de rayon blikvoer nog is, en hoe riant de afdeling vers.

Grondgebrek

Net als het grootste deel van de wereldbevolking woon ik in een stad. Aan “eten in de stad” heeft de Nederlandse filosoof Jan-Hendrik Bakker een heel hoofdstuk gewijd in zijn prikkelende boek “Grond”. De voedselvoorziening van de steden heeft onder de globalisering groteske vormen aangenomen, stelt hij. Grotere steden leggen beslag op steeds meer grond erbuiten om voedsel te verbouwen.

Kunstenaars hebben dat aan de kaak gesteld. De architect Winy Maas ontwierp flatgebouwen met varkensstallen in Nederland. En Joep van Lieshout had het plan om menselijke resten te voeren aan varkens, voor zijn project Foodmaker.

Terug naar de stad

Jan-Hendrik Bakker is in veel opzichten een volgeling van de “deep ecology” van Ton Lemaire. Maar in tegenstelling tot Lemaire keert hij zich niet af van de stad en de moderniteit. Hij denkt na over manieren om steden en voedselproductie weer dichter bij elkaar te brengen. De heropening van de oude boerenmarkt van New York in 2008 beschouwt hij als een keerpunt.

In Nederland is de organisatie Transition Towns actief, met mensen die letterlijk aan het moestuinieren gaan op braakliggende stukken grond in de stad. Het zijn geen wereldvreemde tuinkabouters, betoogt Bakker, ze geloven wel in het dragende karakter van de grond waarop we leven.

Glocal

Ze halen de mosterd bij de Britse milieuactivist Rob Hopkins. “Economische globalisering was alleen maar mogelijk door goedkope, vloeibare, fossiele brandstoffen, en er bestaat geen bruikbaar alternatief voor op die schaal. De overgang naar meer gelokaliseerde energie-efficiëntie en productievere manieren van leven is geen keuze, het is een onvermijdelijke richting die de mensheid moet inslaan.” 

Jan-Hendrik Bakker is geen nostalgicus die de mannen weer in hun lochting en de vrouwen aan de broodoven wil kluisteren. Hij pleit voor een lokaal bewustzijn dat toch kosmopolitische en universele waarden hooghoudt. De twee hoeven elkaar niet uit te sluiten, of zoals Naomi Klein zegt: think globally, act locally. Gaat en kweekt uw eigen radijzen.

Grond. Een pleidooi voor aards denken en een groene stad van Jan-Hendrik Bakker is uitgegeven bij Atlas

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift