Elite steekt olieinkomsten Equatoriaal Guinea in eigen zak

De regering van Equatoriaal Guinea heeft miljarden aan olie-inkomsten in eigen zak gestoken in plaats van het geld te gebruiken om het leven van de bevolking te verbeteren. Dat zegt de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) in rapport dat vandaag (donderdag) verschijnt.
Het rapport ‘Well Oiled: Oil and Human Rights in Equatorial Guinea’ doet uit de doeken hoe de dictatuur onder president Teodoro Obiang Nguema Mbasogo olie-inkomsten gebruikte om zichzelf te verrijken ten koste van de bevolking.
“Dit land zou per hoofd van de bevolking de welvaart van Spanje of Italië moeten hebben, maar de armoede is erger dan in Afghanistan of Tsjaad”, zegt Arvind Ganesan, directeur van het Business and Human Rights Programma van HRW. “Dat getuigt van corruptie, wanbeheer en ongevoeligheid voor de noden van het eigen volk.”
Nadat aan het begin van de jaren 90 olie werd ontdekt in Equatoriaal Guinea, steeg het bruto binnenlands product met meer dan 5.000 procent. Het land werd de vierde olieproduct  in Afrika bezuiden de Sahara. Maar de levensomstandigheden van de 500.000 inwoners verslechterden nog.
De kinder- en zuigelingensterfte steeg van 103 doden per duizend in 1990 tot 124 per duizend in 2007. De sterfte onder kinderen tot vijf jaar steeg van 170 per duizend in 1990 tot 206 per duizend in 2007. 

Rol van banken


Onder het Internationale Convenant inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten is elk land verplicht om sociale basisvoorzieningen te verstrekken aan de bevolking, zegt HRW, maar Equatoriaal Guinea doet dat niet.
Ook verschillende andere Afrikaanse regeringen steken staatsinkomsten in hun eigen zak, met medewerking van banken. In maart liet de niet-gouvernementele organisatie Global Witness zien hoe banken corruptie faciliteren door zaken te doen met dubieuze klanten in corrupte, olierijke landen zoals Equatoriaal Guinea. Daardoor wordt die landen de kans ontnomen om zichzelf uit de armoede te werken en blijven ze afhankelijk van hulpgeld.
In 2004 bleek uit een onderzoek van de Amerikaanse Senaat naar de transacties van de (inmiddels niet meer bestaande) Riggs Bank, hoe president Obiang de olierijkdom van zijn land gebruikte voor verschillende persoonlijke transacties. Hij kocht onder meer voor 3,8 miljoen dollar twee huizen in een buitenwijk van Washington D.C.
De uitkomst van het onderzoek leverden Riggs Bank de grootste boete op die ooit werd uitgedeeld in de Amerikaanse bankensector, en de affaire leidde uiteindelijk tot de overname van de bank.

Niets geleerd


“Toen de rekeningen van Equatoriaal Guinea werden opgeheven in 2004, was er nog 700 miljoen dollar over”, zegt Robert Palmer van Global Witness. “Volgens het Internationaal Monetair Fonds heeft Equatoriaal Guinea 2 miljard dollar aan overheidsgeld op buitenlandse commerciële banken staan. De bevolking van het land weet niet waar hun geld is. Kennelijk is de les van Riggs niet geleerd”, zegt hij.
“Drie jaar na Riggs had de Britse Barclays Bank nog een rekening in Parijs voor de zoon van de president, Teodorin. Hij zou naar verluidt 4.000 dollar verdienen als minister in de regering van zijn vader, maar bezit ook een huis van 35 miljoen dollar en een vloot snelle auto’s”, zegt Palmer.
Volgens Global Witness gaf Teodorin in Zuid-Afrika ongeveer 8,45 miljoen dollar uit aan huizen en dure auto’s. Tussen 2004 en 2006 kostte zijn luxe levensstijl 43,45 miljoen dollar, meer dan het bedrag dat de regering in 2005 uitgaf aan onderwijs.

Schrikbewind


Obiang is aan de macht sinds 1979. In dat jaar zette hij zijn oom Francisco Macías Nguema af  in een coup. Nguema kwam aan de macht toen het land in 1969 onafhankelijk werd van Spanje. Hij voerde een schrikbewind en tegen de tijd dat zijn neef het regime omver wierp, was een derde van de bevolking vermoord of verbannen.
Bij de laatste parlementsverkiezingen, in mei 2008, wonnen Obiang en zijn bondgenoten 99 van de 100 zetels. Obiang heeft aangeven dat hij in december opnieuw gekozen wil worden voor een periode van zeven jaar.
Het huidige regime probeert de politieke ruimte en economische hulpbronnen onder controle te houden en doet dat met repressie en militaire zuiveringen. Het land kent geen persvrijheid en geeft het maatschappelijk middenveld geen ruimte. Volgens het HRW-rapport heeft het volk geen enkele mogelijkheid om de overheid aan te spreken op zijn verantwoordelijkheden.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift