“… en tot Israël ons scheidt”

– Rawda Masarwa en Khaled zijn getrouwd en
hebben twee kinderen. Khaled heeft de geboorte van zijn jongste echter niet
meegemaakt. Uit angst voor identiteitcontroles durfde hij de verplaatsing
naar het ziekenhuis niet aan. Als Palestijn uit de Westelijke Jordaanoever
krijgt hij van de Israëlische overheid geen verblijfsvergunning meer, ook al
is hij getrouwd met een Israëlische van Arabische origine. Het echtpaar
staat voor een pijnlijke keuze: verhuizen, apart gaan wonen of illegaal
blijven samenleven.


Op 31 juli stemde het Israëlische parlement een wet die
verblijfsvergunningen verbiedt aan Palestijnen uit de bezette gebieden die
met een Israëlische zijn getrouwd. De wet bekrachtigt een praktijk die
bestaat sinds 2002. De rechtse regering joeg de wet door het parlement
omwille van “veiligheidsredenen”. “Sinds et begin van de intifada duikt er
bij de terreuraanslagen een significant verband op tussen Israëlische
Arabieren en Arabieren uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza”, zei de
Israëlische minister Gideon Ezra. Volgens Ezra kregen sinds 1993 al 100.000
Palestijnen een verblijfsvergunning.

De regering kent naar eigen zeggen 20 gevallen van aanslagen waarbij
Arabieren aan beide kanten van de grens hebben samengewerkt. Israëlisch
mensenrechtenactivist Yoav Loeff denkt dat dit cijfer uit de lucht is
gegrepen: “Toen we hen om concrete informatie vroegen, konden ze ons die
niet geven”. Ook het cijfer van 100.000 verblijfsvergunningen is overdreven,
aldus Loeff. Sinds 1993 waren er slechts 24.000 aanvragen, en het is niet
duidelijk hoeveel er zijn aanvaard.

De kabinetchef op het ministerie van Binnenlandse Zaken, Tibi Rabinovitch,
bevestigt dat het initiatief voor de wet van eerste minister Ariël Sharon is
gekomen. De wet geldt maar voor één jaar en komt dan opnieuw voor het
parlement, zo verzekerde Rabinovitch, “Wanneer het vredesproces vooruitgaat,
wordt de wet overbodig”.

Dat is een schrale troost voor Rawda Masarwa. “Er is maar een woord voor –
racisme”, zegt de 28-jarige vrouw uit het Arabisch-Israëlische stadje
Taibeh. “Wat moet ik nu doen ? Een scheiding aanvragen ? We hebben twee
kleine kinderen. Moeten die zonder vader opgroeien ?” Khaled komt uit Tul
Karm op de Westelijke Jordaanoever. Tot voor kort moest hij elke zes maanden
een verblijfsvergunning aanvragen bij het ministerie voor binnenlandse
zaken. De laatste keer werd zijn vergunning geweigerd en sindsdien is hij
illegaal in het land.

“We komen zo weinig mogelijk buiten”, zegt Rawda, die werkt op een
boekhouderskantoor in de Israëlische kuststad Netanya. “Ik ken gevallen van
mensen die van straat zijn geplukt en teruggestuurd naar de bezette
gebieden. Na de geboorte van ons tweede kind heb ik Khaled gezegd dat hij
ons niet moest komen bezoeken. Ik was bang dat hij naar Tul Karm zou worden
gestuurd en dat ik zou achterblijven met een pasgeboren kind”.

Mensenrechtenorganisaties en linkse Israëli’s vinden de wet een overdreven
maatregel voor een marginaal probleem. Ze bereiden een initiatief voor om de
wet als een ongrondwettelijke vorm van discriminatie te laten vernietigen
door het Hooggerechtshof. “De wet is gericht tegen Israëli’s die met
Palestijnen zijn getrouwd. Wie met een Zweed is getrouwd ondervindt geen
moeilijkheden”, zegt Yoav Loeff.

Volgens de critici komt de wet er niet omwille van de veiligheid, maar om
demografische redenen. Twintig procent van de zes miljoen Israëli’s zijn van
Arabische origine. Sommige Israëli’s vrezen dat een toevloed van Palestijnen
uit de bezette gebieden de joodse meerderheid in het land in het gedrang zal
brengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift