Dossier: 

Energie met een geurtje?

De spectaculaire doorbraak van de schaliegasontginning in de VS heeft het land in een roes gebracht. Energieonafhankelijkheid tegen 2020, een fikse zet voor de economie, stijgende werkgelegenheid en een dalende uitstoot: lang geleden dat er nog zoveel goed nieuws te melden viel. Maar is dit meer dan een hype? De EU is vooralsnog terughoudend tegenover schaliegasontginning, al is het debat volop aan de gang.

  • Reuters Gas wordt afgefakkeld op een fracking-site in Bradford County, Pennsylvania. Schaliegas wordt gewonnen door horizontaal te boren in diepe lagen van de aarde en die hydraulisch te fractureren. Reuters

De Energy Outlook 2012 van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) bevestigde in november wat velen zagen aankomen: de VS maken een historische energierevolutie door, die zich ook in de rest van de wereld laat voelen. Door de recente ontwikkelingen in de ontginning van niet-conventionele olie en gas, en vooral dan schalieolie en -gas, kan het land binnen afzienbare tijd energieonafhankelijk zijn. Tegen 2020 kunnen de VS de grootste olie- en gasproducent van de wereld worden, vóór Saoedi-Arabië en Rusland. Tegen 2030 zou het land een netto-exporteur kunnen worden. Voor olie was de VS in 2005 nog voor 60 procent afhankelijk van import, dat cijfer daalde vorig jaar al naar 39 procent. Terwijl de voorraden van gewoon aardgas in de VS dalen, voorziet schaliegas al in 40 procent van de eigen behoefte. Twaalf jaar geleden was dat 2 procent.

Het gas dat alles veranderde

De VS experimenteren al langer met de ontginning van schaliegas, maar wat de exploratie en exploitatie op grote schaal op gang bracht, was de aanloop naar de crisis van 2008, toen de hoge olie- en gasprijzen de investeringen interessant maakten. Het land had hiervoor twee grote troeven: ruim honderd jaar nauwgezet in kaart brengen van de ondergrond, en decennialang experimenteren met diepe boringen, waardoor er heel wat knowhow en technologie voorhanden is. Meer dan elders in de wereld beschikken de VS ook over een uitgebreide infrastructuur voor binnenlandse opslag en transport. Een andere meevaller is dat de voorraden niet-conventionele olie en gas verspreid liggen over heel de VS, van Texas en Louisiana tot North Dakota, Pennsylvania, Ohio en New York. 88 procent van het schaliegas komt vandaag uit zes velden: Haynesville (Louisiana), Barnett (Texas), Marcellus (Pennsylvania, West-Virginia en New York), Fayetteville, Eagle Ford (Texas) en Woodford (Oklahoma).

Voor tight oil of schalieolie is de Bakkenformatie in North Dakota de belangrijkste. North Dakota ging inmiddels Californië en Alaska al voorbij met zijn niet-conventionele olie en is nu de op één na grootste olieproducent van de VS, na Texas (zie kaartje).

Deze overvloed aan energie uit eigen bodem betekent een geschenk uit de hemel voor de Amerikaanse economie. Het tekort op de Amerikaanse handelsbalans bestaat voor 58 procent uit energie-import. De nieuwe energieprojecten leveren ook tienduizenden banen op over het hele land: in 2010 was de schaliegasindustrie al goed voor 600.000 nieuwe banen.

Al die gasboringen hebben inmiddels voor een gigantisch aanbod gezorgd, waardoor de prijs van het gas daalde van 7 of 8 dollar per miljoen Btu (British thermal units) naar 3 tot 4 dollar. Die lage gasprijs is dan weer een godsgeschenk voor de energie-intensieve industrie, zoals de chemie, de aluminium-, ijzer en staalproductie en de cementindustrie. Die krijgen een concurrentievoordeel van formaat tegenover Europa, dat vandaag de grote verliezer is, en tegen China, waar met goedkope maar vervuilende steenkool wordt gewerkt.

De wereldkaart hertekend

De groeiende energieonafhankelijkheid van de VS betekent ook dat het Midden-Oosten niet langer de belangrijkste leverancier van olie zal zijn en dat Rusland niet langer de gasprijzen kan domineren. Coby van der Linde, directeur van het Clingendael International Energy Programme en hoogleraar Geopolitiek en energiemanagement aan de Rijksuniversiteit van Groningen, nuanceert de impact evenwel.

‘Wanneer de VS zelfvoorzienend worden, betekent dat nog geen autarkie. Het land zal geïntegreerd blijven in de internationale olie- en gasmarkt. De export van olie vanuit de VS zal toenemen, maar de VS zullen ook blijven invoeren om de raffinaderijen in het noordoosten te bevoorraden. Ze zullen het Midden-Oosten ook blijven volgen, vanwege Iran en de beveiliging van Saoedi-Arabië, Koeweit en Qatar.’

Wat volgens van der Linde mogelijk wel zal veranderen – niet alleen door de energie, maar ook door de interne begrotingsdiscussies – zijn de investeringen in het beveiligen van de zeeroutes en de installaties. ‘We zien al langer dat de VS willen dat andere partners, zoals de Navo, mee de kosten dragen, zoals in de conflicten in Libië, Mali en Syrië.’

Het Midden-Oosten zelf zal zich meer en meer richten op de export naar Azië. Die beweging is al ingezet met de crisis van 2008, toen de economische groei in Europa en de VS nagenoeg stilviel. En wat Rusland betreft: het recente bezoek van president Xi Jinping aan Rusland spreekt boekdelen. Beide landen hebben elkaar ook nodig. Coby van der Linde: ‘Het gas is steeds een twistpunt geweest in de relatie tussen de twee landen. Rusland wilde het altijd verkopen voor een aan de olie gebonden prijs, terwijl China een steenkoolindex gebruikt. Maar blijkbaar gaan ze toch door met onderhandelen.’

Wanneer Rusland China gas kan leveren, krijgt het er een belangrijke klant bij, en dat kan gevolgen hebben voor Europa. Alle wegen voor energie-export in de toekomst leiden naar Azië, zoveel is duidelijk: het Midden-Oosten met zijn olie en de VS met hun schaliegas. Althans, zodra dat geëxporteerd kan worden.

Hindernissen

Precies in die export is er momenteel nog een belangrijke hindernis te overwinnen. ‘Een vat olie de wereld rond transporteren kost momenteel 4 dollar, een vat vloeibaar gas transporteren kost 45 dollar’, merkte Iain Conn, hoofd Refining and Marketing van BP nuchter op tijdens het Forum van het German Marshall Fund in maart in Brussel. De VS dromen ervan gas naar Japan te exporteren, waar de gasprijs drie keer zo hoog is, tot 15 dollar, maar dat is voorlopig niet mogelijk: terminals moeten omgebouwd en handelsregels herzien worden.

De consumenten profiteren van de lage gasprijs in de VS, maar de investeerders zitten met de handen in het haar. De ontginning van deze niet-conventionele fossiele brandstoffen is een kostelijke grap. De opbrengst van een gasbron neemt namelijk heel snel af: de exploitatie duurt van enkele maanden tot drie of vier jaar. Dit in tegenstelling tot de ontginning van conventioneel gas, waarbij een bron enkele decennia min of meer constant blijft produceren. Om het aanbod op peil te houden, moeten er constant putten bijgeboord worden, wat financieel moeilijk bol te werken is met een lage gasprijs. Het bedrijf Chesapeake Energy is hierop stukgelopen en moest een deel van zijn activa opnieuw verkopen voor 6,9 miljard dollar.

‘Als schaliegas een gemakkelijke uitweg biedt, is het twijfelachtig dat de VS een echte markt zullen vormen voor nieuwe hernieuwbare energie.’
Hetzelfde geldt enigszins voor de schalie-olie. Ook bij die olievelden wijst alles op snelle uitputting, maar het voordeel is de hogere olieprijs. Volgens een artikel in The New York Times van 2011 worden de reserves ook opgeblazen en zijn de aangegeven hoeveelheden helemaal niet bewezen. Dat alles voedt het vermoeden dat het wel eens zou kunnen gaan om een olie- en gasbubbel die over tien jaar alweer voorbij kan zijn.

En dan is er natuurlijk nog de impact op het milieu. Schaliegas wordt gewonnen door horizontaal te boren in de diepe lagen van de aarde en die hydraulisch te fractureren: fracking, zoals het in het Engels wordt genoemd. Dat kan seismische activiteiten veroorzaken, wat vooral in dichtbevolkte regio’s problematisch is. Er zijn ook gigantische hoeveelheden zuiver zoet water nodig. Dat wordt in de grond gebracht, samen met zand en met een coctail van chemicaliën (2 procent van de geïnjecteerde vloeistof) om de lagen te breken zodat het gas vrijkomt. De afvalstroom die weer naar boven komt, is zwaar vervuild. Het gaat om extreem zout water dat ergens afgevoerd moet worden of gezuiverd. Bij heel die operatie bestaat het risico dat ondergrondse waterbekkens en drinkwaterreservoirs besmet geraken met de chemicaliën. De bedrijven zijn ook niet helder over de chemicaliën die ze gebruiken.

Een ander probleem is dat er methaan kan ontsnappen uit de ondergrond, een broeikasgas dat vele malen krachtiger is dan CO2. Door deze risico’s en neveneffecten is er ook in de VS een beweging op gang gebracht van burgers tegen fracking. Food and Waterwatch, een Amerikaanse ngo, ijvert voor een totaal verbod van fracking. Geert De Cock van Food and Water Watch Europe: ‘Een strengere regulering zou dit moeten oplossen. Sommige bedrijven zoals Halliburton hebben het over “green fracking” en over “chemical free fracking”, maar in de praktijk gebeurt dat niet. Bovendien gaat het om duizenden putten, het is onmogelijk om die te controleren.’

Lagere co2-uitstoot

De voorstanders van schaliegas halen maar al te graag het argument aan dat gas weliswaar een fossiele brandstof is, maar een veel lagere CO2-uitstoot heeft dan steenkool of olie. David Neslin, van de US Interstate Oil and Gas Compact Commission, sprak onlangs op de Amerikaanse ambassade in Brussel en pakte trots uit met de resultaten: ‘De afgelopen vijf jaar zien we een duidelijke daling van de CO2-uitstoot, precies omdat de energie-intensieve bedrijven overschakelen van steenkool naar gas. Volgens het Amerikaanse Information Energy Agency daalde de uitstoot in het eerste kwartaal van 2012 met 8 procent tegenover het jaar voordien, en bereikte hij het laagste niveau in twintig jaar. Het Internationaal Energie Agentschap kwam tot de zelfde conclusie en becijferde dat de VS 430 miljoen ton minder CO2 uitstootten dan in 2006, wat ook neerkomt op 8 procent, dankzij het gas.’

Kan dit schaliegas dan misschien toch voor een overgangssituatie zorgen naar een koolstofarme economie? Professor Jean Pascal Van Ypersele, hoogleraar in klimaat- en milieuwetenschappen aan de UCL, is voorzichtig. ‘De relatie tussen schaliegas en -olie en klimaatverandering is complex. Voor landen die deze bronnen hebben, is het interessant om die te gebruiken in plaats van steenkool. Steenkool produceert twee keer zoveel CO2 per eenheid energie als gas en bevat een heel aantal componenten zoals zwavel, dat ook zeer sterk vervuilend is. Alles is beter dan steenkool. Anderzijds hangt de klimaatwinst voor schaliegas heel erg af van een lekvrije ontginning is. Als het gas dat ontsnapt, meestal methaan, zo’n 25 keer per kilo klimaatverstorender is dan CO2, is het essentieel om lekken te vermijden.

Sommige artikels stellen dat schaliegasexploitatie wellicht geen enkel klimaatvoordeel biedt, precies vanwege die lekken. Fracking heeft ook nog andere negatieve uitwerkingen op het milieu, zoals waterverontreiniging. Alleen wanneer al deze factoren perfect in de hand gehouden kunnen worden, kan schaliegas, en in mindere mate schalie-olie, een klimaatvoordeel opleveren voor de korte termijn.

Maar je moet ook kijken naar de langetermijneffecten: het gebruik maken van deze niet-conventionele bronnen maakt ook dat de prijzen van fossiele brandstoffen naar beneden gaan, ook steenkool, en dat is geen goed nieuws voor het klimaat, omdat het onze verslaving aan fossiele brandstoffen verlengt.’

Het goedkope gas heeft de steenkoolprijs in de VS doen dalen en die is dan weer massaal naar Europa geexporteerd, waardoor het gebruik van steenkool hier is gestegen en dat van gas gedaald.

Als er zoveel geld wegvloeit naar winning uit niet-conventionele fossiele bronnen, is iemand dan nog geïnteresseerd in het investeren in hernieuwbare energie? David Neslin: ‘Het is inderdaad een bezorgdheid van veel mensen dat het goedkope gas de hernieuwbare energie uit de markt zal prijzen. Opmerkelijk is echter dat de twee energiesoorten waarvoor vorig jaar het marktaandeel steeg, precies schaliegas en windenergie waren. Die twee sporen met elkaar, want wind is niet leverbaar op bestelling en kan niet opgeslagen worden, gas kan dat wel. Windenergie kan helpen om de prijsschommelingen op te vangen voor het gas, omdat die prijzen erg fluctueren. Ze zijn dus goed te combineren.’

Senator Christopher Murphy, te gast op het German Marshall Fund, denkt daar anders over: ‘Wanneer schaliegas een gemakkelijke uitweg biedt, is het twijfelachtig dat de VS een echte markt zullen vormen voor nieuwe hernieuwbare energie, ook al omdat er zoveel klimaatveranderingsontkenners zijn. In de VS is er ook geen breed maatschappelijk debat gevoerd over de milieu-impact van fracking, al wordt dat wel verwacht nu het over New York gaat.’

En wat met Europa? Moeten we dan voor onze energiezekerheid en onze economische concurrentiekracht dan maar achter de hype aan? De meningen lopen uiteen en elk land voert een eigen beleid. Polen leek interessante voorraden te hebben, maar Exxon is er na drie boringen weer vertrokken. Gasland Nederland wacht nog op verdere studies.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.