Enron gebruikte Witte Huis om ontwikkelingslanden onder druk te zetten

Enron heeft via het Witte Huis en de Wereldbank druk uitgeoefend om geschillen met bedrijven en regeringen in ontwikkelingslanden uit te vechten. Dat blijkt uit documenten en e-mails die vrijgegeven werden door het Amerikaanse ministerie van Financiën. Vaak slaagde de intussen failliete energiegigant erin om zijn slag thuis te halen, zelfs bij disputen waarbij Enron duidelijk te kort door de bocht ging.



India, Argentinië en Mozambique klagen al jaren dat Enron via de Amerikaanse ambassades in hun land en via Washington politieke druk uitoefende om zijn zin door te drijven bij disputen. De documenten zijn het eerste harde bewijs dat die beschuldigingen kloppen. De bedrijfstop van Enron deed regelmatig een beroep op zijn connecties bij diverse Amerikaanse ministeries om landen waar het investeerde, onder druk te zetten.

De - deels gecensureerde - documenten die werden vrijgegeven, bevatten verslagen en briefwisselingen over de dochters van Enron in Argentinië, India, Nigeria, de Dominicaanse Republiek en Turkije. Enkele consumentengroepen konden er de hand op leggen dankzij de U.S. Freedom of Information Act.

In het Indiase Dabhol, waar Enron met een lening van de Wereldbank een slecht functionerende krachtcentrale neerzette, bleef het Amerikaanse bedrijf gevrijwaard van schadeclaims dankzij een interventie van hoge mandatarissen van Financiën, Buitenlandse Zaken en zelfs van het ministerie voor Nationale Veiligheid.

De energiecentrale in Dabhol bleek een vloek voor de Indiase consument: de ‘witte olifant’ leverde stroom tegen tarieven die een veelvoud waren van wat in de rest van India gangbaar was. Toen de Indiase regering zich er uiteindelijk mee ging bemoeien, schakelde Enron zijn lobbymensen in - met succes. “Het doel (van de onderhandelingen) is om de discussie weg te houden van de vraag of het (Dabhol-)project al dan niet in gebreke is gebleven,” zo schreef Geetha Rao van het ministerie van Financiën in een e-mail. Paul O’Neil, de intussen ontslagen minister van Financiën, wist volgens de annalen perfect waar zijn medewerkers mee bezig waren. Tijdens een briefing suggereerden enkele ambtenaren dat hij in India zou gaan vertellen “dat de financiële relatie tussen India en de VS in het gedrang komt als er geen snelle oplossing komt voor het dispuut rond Enron.”

Het ministerie ging voor zover bekend niet in op de suggestie van de lobbyisten van Enron om te dreigen met handelssancties tegen India. De perverse suggestie van Enron haalde in 2001 zelfs de pagina’s van de krant de ‘Financial Times’. Enkele maanden later ging de energiegigant failliet in één van de grootste beursschandalen ooit. De energiecentrale van Dabhol, die nog steeds voor 65 procent in handen is van Enron, ging mee ten onder.

Washington kwam ook in Turkije tussenbeide ten voordele van Enron. Toen Turkije in 2001 dringend toe was aan een lening om zijn sputterende economie nieuw leven in te blazen, drong de bedrijfstop er bij de Amerikaanse regering op aan om zijn invloed bij de Wereldbank aan te wenden om garanties te krijgen voor zijn dochterbedrijf. Uiteindelijk ging de Wereldbank niet in op de vraag.

In Argentinië boekten de lobbyisten van Enron meer succes. In 2001 ontstond er een dispuut tussen de Argentijnse regering en het waterbedrijf Azurix, een dochter van Enron. Azurix kreeg van Buenos Aires een maximumprijs opgelegd voor bepaalde diensten, wat in tegenstrijd was met de hoge tarieven die in het contract waren opgenomen. Nadat Enron de hulp inriep van ambtenaren die de relaties met Argentinië helpen bepalen, telde de Argentijnse regering een half miljard dollar neer om het contract af te kopen.

Enron is geen alleenstaand geval, zeggen de consumentenorganisaties Public Citizen en het Institute of Policy Studies. De relaties tussen het Amerikaanse bedrijfsleven en de politici in Washington zijn al jaren erg intiem, en met elke verkiezingscampagne worden de banden nauwer aangehaald via zware electorale bijdrages. Volgens het Centre for Responsive Politics, een instelling in Washington die onderzoek doet naar verkiezingen, gaven Enron en zijn werknemers tussen 1989 en 2002 bijna zes miljoen dollar aan bijdragen aan federale kandidaten en partijen. Driekwart van de begunstigden behoren tot de Republikeinse Partij van president George W. Bush.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift