Et pour les francophones la même chose?

In Vlaanderen wordt een uitgebreide infrastructuur annex wetgeving uitgebouwd voor de integratie van nieuwkomers: onthaalbureaus, Huizen van het Nederlands, inburgeringstrajecten… Aan de andere kant van de taalgrens lijkt van iets gelijkaardigs maar weinig te merken. Verloopt de integratie daar dan vanzelf, of trekt de politiek het zich gewoon minder aan?
  • Brecht Goris Molenbeek City: een goede plek om in te burgeren Brecht Goris
Maandag 10u30. Tijd voor een pauze in het SAMPA, de Service d’Aide au Molenbeekois Primo-Arrivants of het Onthaalbureau Nieuwkomers van Molenbeek. De tweede module Franse taal is ten einde. Een groep leerlingen, voornamelijk vrouwen, brengt de pauze in het leslokaal door. Shaïma is een van hen. Ze is 26 jaar, komt uit Egypte en woont één jaar en drie maanden in Brussel.
‘Toen ik in het gemeentehuis was om mijn papieren af te handelen, zag ik een affiche met informatie over taallessen Frans en over SAMPA. Ik heb me direct ingeschreven’, vertelt ze. Shaïma is licentiate scheikunde en kwam in Brussel wonen omdat haar man hier doctoreert. Ze is van plan om naar haar land terug te keren zodra haar man zijn doctoraat verdedigd heeft. ‘
Nog twee jaar en zes maanden’, zegt ze. Ook Soukaïna is een nieuwkomer. Ze verhuisde twee jaar geleden van Marokko naar Brussel omdat haar man hier woont. Soukaïna is een gezinsvormer zoals dat in het jargon heet en heeft zich hier dus definitief gevestigd. Het is dankzij een vriendin dat ze SAMPA leerde kennen. ’ Ik volgde les bij een andere organisatie. Ik zat in een groep met vrouwen die hier al heel lang wonen en die veel ouder waren dan ik. Het tempo van de lessen was ook heel traag. Sinds begin dit jaar volg ik hier les. Hier voel ik me beter en ik leer ook sneller’.

Geregulariseerd staat netjes


Zowel Shaïma als Soukaïna spreken met veel lof over SAMPA. Ze hebben geluk, want SAMPA is de best uitgebouwde onthaaldienst voor nieuwkomers in Franstalig België. Het is een gemeentelijk initiatief. Wie buiten Molenbeek woont, kan hier dus niet terecht.
‘De gemeente richtte samen met het plaatselijke CPAS, de Franstalige tegenhanger van het OCMW, het onthaalbureau op naar aanleiding van de regularisatiecampagne van 2000’, vertelt Catherine Demeyer, coördinatrice van het onthaalbureau.1838 mensen dienden toen bij de gemeentelijke diensten van Molenbeek een aanvraag tot regularisatie in.
‘Bedoeling was om mensen die al jaren in de gemeente woonden te helpen bij hun regularisatieprocedure. De sociale dienst kwam informatie geven in verband met zaken zoals het verblijfsrecht, de ziekteverzekering, het leefloon… Daarnaast kwam er een dienst die nieuwkomers begeleidt in hun zoektocht naar werk. Dat is ook de reden waarom de taallessen Frans geïntroduceerd werden. En er kwam een psychologische dienst voor mensen met een traumatisch verleden.’
‘Geleidelijk groeide het centrum en het doel veranderde. Het woord nieuwkomer kreeg een bredere betekenis. Veel mensen die tijdens de grote regularisatie uit angst geen aanvraag hadden ingediend, kwamen later naar ons met de vraag om hun dossier toch nog in orde te brengen. Zo werd de sociale dienst tot een juridische dienst omgevormd. We stelden vast dat veel van die mensen kinderen hebben. Een sociaal assistente kwam scholen helpen zoeken voor deze kinderen. En we bieden nu ook taalondersteuning aan de minderjarige nieuwkomers’, zegt Catherine Demeyer.
Slechts twee andere gemeenten, Schaarbeek en Brussel Stad, volgden het Molenbeekse voorbeeld. Beide gemeenten hebben een eigen onthaalbureau. Voor het overige zijn er in Franstalig België geen specifieke voorzieningen voor nieuwkomers. Wie vragen heeft, begeleiding nodig heeft of zich wil inschrijven voor een cursus Frans, kan zich wenden tot buurthuizen, culturele centra of verenigingen. Van een inburgeringsbeleid met een duidelijke wetgeving en een uitgebreide infrastructuur zoals in Vlaanderen is er aan de andere kant van de taalgrens dus geen sprake.
‘In Franstalig België zitten we nog in de dienstenlogica’, zegt Nathalie De Wergifosse van CIRE, de koepelorganisatie voor migranten en vluchtelingen in Brussel. CIRE werkt samen met het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding mee aan een onderzoek naar de onthaalinitiatieven voor nieuwkomers in het Brusselse. ‘De verscheidenheid in middelen en in aanpak is groot’, zegt Nathalie de Wergifosse. ‘Sommige gemeenten voeren een actief beleid voor nieuwkomers, anderen niet. De initiatieven zijn lokaal en staan los van elkaar. Sommige hebben een min of meer integrale aanpak. Andere niet. De diensten zijn dus fragmentarisch en hun belangrijkste handicap is dat ze niet iedereen kunnen bereiken’.

Over minderheden gezwegen


Drie jaar na het Vlaams inburgeringsdecreet lanceerde de COCOF, de Franse gemeenschapscommissie, haar decreet voor sociale cohesie voor 2006-2010. Een van de vijf prioriteiten in dat decreet is de opvang en begeleiding van nieuwkomers. ‘Een apart decreet voor het onthaal van nieuwkomers vindt men aan Franstalige kant niet nodig’, zegt Henri Goldman van het CGKR. Daarom wordt het beleid voor nieuwkomers opgenomen in het decreet over sociale cohesie. Organisaties of instanties die initiatieven voor nieuwkomers willen organiseren, kunnen dus in aanmerking komen voor subsidiëring.
Er is een verschil in visie tussen de twee zijden van de taalgrens. In Franstalig België leeft de overtuiging: hoe minder men over nieuwkomers, migranten en minderheden praat, hoe beter. Er bestaat geen minderhedenbeleid zoals in Vlaanderen. Een organisatie die een activiteit wil starten en subsidies vraagt, kan dat niet doen op basis van etnische of culturele gronden maar enkel op basis van sociale gronden en moet dus zich richten tot alle inwoners van de wijk.

De juiste straat


Niet alle nieuwkomers in Brussel worden gelijk behandeld. Dat betreuren zowel CIRE als CGKR.  Alles hangt af van waar de nieuwkomer woont en wat zijn connecties zijn. Op die manier vallen heel wat mensen uit de boot. ‘Het zijn meestal de plantrekkers en diegenen die een netwerk aan kennissen hebben die hun weg naar de diensten vinden’, zegt Nathalie De Wergifosse. Bovendien zijn in Brussel verschillende overheden actief.
‘Dit leidt tot incoherentie’, zegt Henri Goldman van het CGKR. Aan Vlaamse kant is er BON, het Brussels Onthaalbureau Nieuwkomers dat volgens het Vlaams decreet werkt, met die uitzondering dat er in Brussel geen verplichting is om het inburgeringstraject te volgen. De nieuwkomer die zich bij BON aanmeldt, kan opgevangen worden in verschillende talen -dat is al een verschil met de andere centra- maar hij wordt naar Vlaamse initiatieven georiënteerd. Bij de begeleiding naar werk bijvoorbeeld werkt BON vooral met de VDAB en niet met de Franstalige tegenhanger. Aan Franstalige kant is er met uitzondering van enkele initiatieven bijna geen integrale aanpak en geen coördinatie tussen de bestaande initiatieven.
‘We gaan het wiel niet opnieuw uitvinden’, zegt Nathalie De Wergifosse. ‘Wat wij vragen is een duidelijk beleid ten aanzien van nieuwkomers’. ‘Via het decreet over sociale cohesie kunnen heel wat initiatieven genomen worden’, zegt Henri Goldman, ‘maar er is nood aan een duidelijker beleid voor nieuwkomers voor de hele Franstalige gemeenschap, en in Brussel is er nood aan een betere coördinatie tussen de bestaande initiatieven met een minimum aan openbare diensten. Het kan niet zijn dat een burger niet bij een bepaalde dienst terecht kan omdat hij een straat verder woont’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur