Etnisch gekleurde partijen reiken elkaar eindelijk de hand

Tot voor kort weigerde de Guyaanse
oppositiepartij People’s National Congress (PNC) elke vorm van
regeringsdeelname. Een niets ontziende misdaadgolf en druk van de civiele
maatschappij lijkt de partijtop stilaan op andere gedachten te brengen.
PNC-partijleider en voormalig president Desmond Hoyte kondigde een
verrassende ommezwaai aan op het tweejaarlijkse partijcongres dat vorig
weekend in de hoofdstad Georgetown plaatsvond. Ook de regerende People’s
Progressive Party (PPP) heeft ondertussen laten weten te willen praten over
machtsdeling. Het initiatief kan een historische kentering betekenen in de
etnisch verdeelde ex-kolonie.


De PNC zou niet deelnemen aan de regering want ze zou bij nieuwe
verkiezingen de regerende PPP verslaan, zo luidde het standpunt van de
PPP-top tot voor dit weekend. Organisaties uit de civiele maatschappij, de
media en kleine oppositiepartijen roepen de door zwarten gedomineerde PNC en
de regerende Oost-Indische PPP al maanden op tot verzoening en samenwerking.
The Carter Center van voormalig VS-president Jimmy Carter probeerde de
rivaliserende partijen ertoe te bewegen de grondwet te herschrijven opdat
geen enkele etnische groep nog uitgesloten zou worden van deelname aan de
macht, zoals nu het geval is.

Tijdens zijn toespraak bleek de 73-jarige Hoyte het voorstel eindelijk
genegen: De tijd voor een aangepast bestuurssysteem - of je het nu
machtsdeling, gedeeld bestuur of inclusief bestuur wil noemen - lijkt
gekomen. In het huidige van de Britten geërfde systeem wordt de kandidaat
met de meeste stemmen president en krijgt hij het recht het kabinet samen te
stellen. De partij van de verliezende kandidaat heeft dus helemaal niets in
de pap te brokken, ondanks een aanhang van bijna de helft van de bevolking.
In een etnische verdeelde samenleving als Guyana blijkt zo’n situatie niet
erg gezond: de voorbije tien jaar bleven de stemmen van 43 procent zwarten
in het moeras van de oppositie steken. Gezien het demografische voordeel van
de Oost-Indiërs en de fervente trouw van de bevolkingsgroepen aan hun
respectieve partijen is er binnen het systeem weinig hoop op afwisseling.

De plaatselijke zakenwereld, de kerk en de vakbonden klagen het
onrechtvaardige systeem al langer aan. Zij vrezen dat politieke
marginalisering op termijn tot burgeroorlog kan leiden. Sinds de
onafhankelijkheid in 1966 hebben de etnische spanningen tussen zwarten en
Oost-Indiërs vooral bij verkiezingen al vaak bloedige rellen veroorzaakt.
Heel wat Guyanen zijn hun verdeelde land daarom ontvlucht.

De nieuwe bereidheid van de PNC om deel te nemen aan de macht heeft veel te
maken met de misdaadgolf die momenteel in Guyana terreur zaait. Sinds Pasen
werden al acht politiemensen gedood door gewapende bendes. Gewapende
overvallen en carjackings zijn stilaan dagelijkse kost. Mensen die het zich
kunnen veroorloven emigreren, en de achterblijvers sluiten zich op in hun
huis. De politie zegt dat de bandieten beter bewapend zijn, en eist meer
steun van de regering.

In het verleden beschuldigde president Bharrat Jagdeo de oppositie er een
aantal keren van via de televisie haatcampagnes tegen de politie opgezet te
hebben, terwijl de oppositie de regering verweet wederrechtelijke moorden
door de politie zonder gevolg te hebben geklasseerd. De PNC boycot het
parlement trouwens al langer dan een maand, en weigert formeel met Jagdeo te
praten over zaken als de politiemoorden en rassendiscriminatie. Als beide
partijen efficiënt en duurzaam willen gaan samenwerken, hebben ze dus nog
een heel eind te gaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift