Etnische provocatie in Macedonië

Etnische spanning tussen Albanese en Macedonische jongeren is niets nieuws, maar het aantal geweldsincidenten neemt toe. Onlangs werd een stadsbus aangevallen door gemaskerde mannen, die de inzittende -allen minderjarige etnische Albanezen- zwaar mishandelden. De volgende dagen vonden er over en weer vechtpartijen plaats. Waarom krijgt de regering de situatie niet onder controle?

  • Reuters/Ognen Teofilovski Protest na de arrestatie van Albanezen voor de moord op vijf mannen. Reuters/Ognen Teofilovski

De auteur van dit artikel kwam in opspraak. MO* kan de juistheid van de artikels niet garanderen. Om transparant te zijn tegenover onze lezers, halen we de artikels niet offline. Lees voor meer informatie: Wat betreft de verwerpelijke journalistieke praktijken van Peter Blasic

De etnische spanning ontstond gedurende de carnaval in januari van dit jaar in het dorpje Vevcani in westelijk Macedonië. Feestvierders bespotten daar met maskers het Islamitische geloof van hun etnisch Albanese landgenoten. Uit wraak staken etnische Albanezen een Macedonische orthodoxe kerk in brand en verbranden een Macedonische vlag.

Op dat moment leek de situatie nog te controleren. Dit veranderde echter eind februari, toen een Macedonische politieagent buiten dienst twee jonge Albanezen doodschoot in de westelijke stad Gostivar. De dood van de jongens kreeg onmiddellijk een etnische dimensie en etnische Albanezen protesteerden en masse.

Blasic nam deze informatie bijna letterlijk over uit dit rapport

Ongefundeerde geruchten

Sindsdien zijn steekpartijen, opstootjes en massale vechtpartijen aan de orde van de dag. De etniciteit van daders en slachtoffers wisselt, maar het is duidelijk dat de oorzaak van dit alles etnisch gemotiveerd is. In één van de ergste incidenten overvielen circa 30 gemaskerde personen met honkbalknuppels een bus en sloegen genadeloos in op de inzittenden: tien etnische Albanese minderjarigen, deels meisjes.

Een paar uur later was er een handgemeen op een andere bus; de busbestuurder, een aantal jonge mannen en een oudere vrouw moesten opgenomen worden in het ziekenhuis. Een dag later molesteerde een groep etnisch-Albanese scholieren twee Macedoniërs, eveneens aan boord van een bus.

Het voorlopige dieptepunt werd bereikt in april, toen vijf jonge mannen uit Zelezarsko Ezero,in de buurt van de hoofdstad Skopje, slachtoffer van een brutale moord werden. Spanningen tussen Macedoniërs en etnisch-Albanese minderheid liepen op naar aanleiding van ongefundeerde geruchten dat de moordenaars Albanezen zouden zijn.

De politie moest vervolgens massaal uitrukken om te voorkomen dat een menigte van Macedonische jongeren de rivier Vardar over zou trekken naar het voornamelijk door Albanezen bewoonde deel van de hoofdstad Skopje.

‘Kalm blijven’

De recente ontwikkelingen zijn een doorn in het oog van de Macedonische politici, die het land graag de EU en de NAVO binnen willen loodsen. De onrust maakt dat de internationale gemeenschap haar zorgen uit over de stabiliteit van Macedonië.

In een gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de Zelezarsko Ezero moorden drongen de EU, NAVO en de Amerikaanse ambassade er bij de burgers van Macedonië op aan om ‘kalm te blijven en zich van speculatie of ongegronde beschuldigingen te onthouden, en om geduld op te brengen voor het verloop van het onderzoeksproces’.

De verklaring volgt op geruchten dat Albanese terroristen de moorden hebben gepleegd om de regio te destabiliseren in een streven naar meer autonomie. Maar het is ook de houding van etnische Macedoniërs die o.a. de EU zorgen baart. In reactie op de moorden zijn huizen en eigendommen van Albanezen vernield en zijn etnische Albanezen op straat mishandeld. Anti-Albanese leuzen zijn aan de orde van de dag.

Ralf Breth, Duits ambassadeur en hoofd van de OVSE-missie in Skopje, spreekt de vrees uit die bij de EU bestaat: ‘Het kan omslaan in een groter interetnisch conflict’. De regering van Macedonië doet onderwijl alsof er niets aan de hand is. President Ivanov verklaarde tegen Breth: ‘Er is geen reden tot ongerustheid. Macedonië is een stabiel land.’

Bovenstaande citaat haalde Blasic uit dit artikel.

Een kwart van de bevolking

De houding van Ivanov is kenmerkend voor de opvatting van velen in Macedonië. Zij geloven niet dat de incidenten zullen leiden tot een herhaling van het gewapende conflict dat het land meemaakte in 2001. Veiligheidstroepen vochten toen kortstondig met etnisch-Albanese opstandelingen die meer rechten voor de Albanese minderheid in Macedonië wilden.

Het kwam echter al vrij snel tot een bestand en middels het Ohrid-akkoord werden de rechten van de 500.000 etnische Albanezen -ongeveer een kwart van de bevolking van Macedonië- gegarandeerd. Spanningen bleven echter al die tijd onder de oppervlakte aanwezig.

Zo wilde de regering van Gruevski onlangs voor het eerst sinds de Macedonische onafhankelijkheid de straatnamen wijzigen. Men wil loskomen van de communistische Joegoslavische helden en deze te vervangen door eigentijdse figuren. Albanezen in het parlement wilden echter ook Albanese straten. Dit leidde tot protesten in Skopje; voor veel Macedoniërs ligt dit nog te gevoelig, met oog op de bloedige worsteling die 10 jaar geleden plaatsvond tussen Macedoniërs en Albanese rebellen.

Stevo Pendarovski, politiek adviseur van de vroegere president Boris Trajkovski, gelooft dat de crisis van 2001 grotendeels oversloeg uit het naburige Kosovo, dat eind jaren ’90 een bloedig conflict kende tussen de Albanese bevolking en de Servische politie en leger.

Hoewel de oorlog in Kosovo al beëindigd was in 1999, was er sprake van paramilitaire eenheden die nog op vrije voeten verkeerden en die regelmatig de poreuze grenzen overstaken. Dat is volgens Pendarovski nu wel anders; Kosovo is een (hoewel nog niet door iedereen erkende) onafhankelijke staat, met stevige banden met de VS, en kent een groot belang toe aan regionale stabiliteit.

‘Hoewel sommigen de huidige situatie vergelijkbaar vinden met die van 2001, is het grote verschil dat er nu niemand een herdefiniëring van het land wil. Ook de Kosovaarse regering niet’, aldus Pendarovski.

Schuld van de politiek

Hoewel veel Macedoniërs de schuld van de etnische ongeregeldheden vooral bij landgenoten van de andere etniciteit leggen, vinden sommigen dat de etnische polarisatie aan de politiek te wijten is. Volgens professor sociologie Hasan Jashari zet de politiek te veel in op de nationale identiteit in plaats van maatschappelijke identiteit.

Mede ingegeven door de slechte economische situatie waarin het land verkeert, grijpt de regering van Nikola Gruevski en zijn VMRO-partij naar een nationalistisch en conservatief beleid, dat spanning en angsten veroorzaakt in de multi-etnische Macedonische samenleving. De stijging van de werkloosheid en armoede enerzijds en de nog steeds aanwezige vriendjespolitiek binnen de partij anderzijds, worden verdoezeld met nationalistische retoriek.

Men zet in op hysterie rondom sportevenementen en andere grootschalige prestigeprojecten, terwijl men verzuimd om zich openlijk te distantiëren van discriminerende opmerkingen die op diezelfde sportevenementen –in aanwezigheid van president Ivanov en premier Gruevski- gemaakt worden. Volgens Jashari worden mensen steeds meer opgesloten binnen hun eigen etnische groepen, waardoor de etnische kloof almaar groter wordt.

Ook Ismet Ramadani, een voormalige Macedonisch parlementslid en politiek analist, zegt dat het land in toenemende mate kwetsbaar is voor etnische provocaties. Maar het geweld tussen etnische Macedoniërs en Albanezen is niet nieuw. Het is het gevolg van jarenlange systematische segregatie op scholen en elders.

Ondanks juridisch bindende overeenkomsten -waaronder een document over integratie van onderwijs in 2010- blijft de politiek etnische verdeeldheid op scholen bevorderen. Zo hebben etnische Macedonische en Albanese studenten verschillende geschiedenisboeken en worden zij geschoold met etnische vooroordelen.

Ramadani waarschuwt dat er structurele redenen zijn voor constante spanningen en incidenten die kunnen leiden tot een spiraal van geweld en de noodzaak om internationale hulp in te roepen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift