EU bespreekt nieuwe aanpak ontwikkelingsbeleid

Tijdens een openbare hoorzitting in het
Europees Parlement kwamen EU-experts afgelopen dinsdag tot een scherpe
conclusie: het wordt hoog tijd dat donoren ontwikkelingshulp niet langer zien als zelfverheerlijking en dat ze het initiatief daarentegen aan de partnerlanden zelf overlaten. Onder meer Denemarken, dat na Spanje het volgende Europese voorzitterschap zal bekleden, vindt dat de ontwikkelingslanden zelf de teugels in handen moeten krijgen van het ontwikkelingsbeleid.


Denemarken wil dat het Beleidsdocument voor Armoedebestrijding (PRSP) van de
Wereldbank het gemeenschappelijke referentiekader vormt voor alle donoren.
Op basis van dit document kunnen regeringen, donoren en de civiele
maatschappij dan de beste route uitstippelen.

Ove Ullerup van het Deense ministerie van Buitenlandse Zaken hamert erop dat
de donorlanden veel te graag in de schijnwerpers staan, en dat
ontwikkelingshulp op die manier paternalistisch en inefficiënt blijft, zeker
op lange termijn. Hij voegt eraan toe dat het tijd wordt om de vlag te
strijken, of het nu de Deense of de Europese vlag is, en via de lokale
instellingen te werken. Ullerup geeft toe dat zo’n ommezwaai niet makkelijk
wordt, maar hij gelooft dat zo’n manier van werken betere resultaten zal
geven dan het oude systeem van projecthulp. Denemarken besteedt in Europa
proportioneel het meest aan ontwikkelingshulp.

Richard Manning, directeur-generaal van het Britse ministerie voor
Internationale Ontwikkeling, sluit zich bij het Deense standpunt aan.
Volgens hem is stilaan duidelijk dat de eigenzinnige aanpak van de
donorlanden gewoon niet werkt. Het zou in veel opzichten efficiënter zijn
als de partnerlanden zelf konden beschikken over de budgetten. Manning geeft
een voorbeeld: als je de gezondheidszorg in Afrika wil verbeteren, moet je
het beleid daar verbeteren; de donorlanden dienen de systemen in de
ontwikkelingslanden te ondersteunen, zodat de mensen hun eigen regering
rekenschap kunnen vragen voor beleidsdaden.

Manning pleit niet voor een sinterklaaspolitiek: een duidelijke financiële
administratie is onontbeerlijk, anders wenst niemand zomaar in de
geldbuidel te tasten. Verder vergt de nieuwe aanpak ook een grotere
coherentie in het Europees beleid, waarbij verschillende maatregelen op
elkaar worden afgestemd, en beoordeeld op hun efficiëntie. Niet enkel het
aantal uitgegeven euro’s en de humanitaire return spelen daarbij een rol.


Ook Poul Nielson, EU-Commissaris voor Ontwikkelingsbeleid, benadrukt dat het
tijd wordt om te leren uit de fouten van het verleden. Hij stelt dat
donoren kunnen helpen, maar dat ze geen hervormingen kunnen kopen of
afdwingen. Acties kunnen enkel effect sorteren als een collectieve
inspanning wordt geleverd van regering, burgers en externe partners.

Nielson voert ook aan dat directe financiële steun in de juiste
omstandigheden veel voordelen biedt: structurele kosten, zoals
lerarenlonen, kunnen worden gedekt; de transactiekosten voor de
ontwikkelingslanden kunnen door de beperking van donorinterventies
verminderen; de steun kan coherent worden gebruikt en verdeeld door de
regering; en de donorlanden krijgen indirect inspraak in de wijze waarop
plaatselijke middelen aangewend worden.

Een aantal europarlementsleden, waaronder de Britten Richard Howitt en Terry
Wynn, zijn eerder sceptisch. Niet over de nieuwe ideeën zelf, maar wel over
de Europese politieke wil tot verandering. Zij zijn bang dat het bij praten
zal blijven. Voor hen komt de eerste test er van 18 tot 22 maart. Dan wordt
in Monterrey in Mexico een VN-conferentie gehouden over ontwikkelingshulp.
Het biedt Europa een forum om de nieuwe inzichten en ideeën aan te kaarten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift