EU en Latijns-Amerika op zoek naar een nieuw partnerschap

Europa en Latijns-Amerika hebben elkaar opnieuw gevonden. Dat is toch de boodschap van de Europees-Latijns-Amerikaanse top die midden mei in Madrid plaatsvond. Maar wat betekent de hernieuwde aandacht en wie heeft wie eigenlijk nodig? MO* trok naar Madrid en ving in de marge van het feestgedruis ook kritische geluiden op.
‘We zijn gelijkwaardige bondgenoten in een multipolaire wereld’, zo verwoordde de Spaanse premier Rodríguez Zapatero het nieuwe samenwerkingsakkoord. Voor Spanje, dat in de eerste helft van 2010 het EU-voorzitterschap waarnam, was de EU-LAC-top (EU, Latijns-Amerika en de Cariben) de kroon op het werk.
De symboliek van verbroedering van het oude en het nieuwe continent kreeg een extra dimensie door de vieringen in de loop van dit jaar in verschillende Latijns-Amerikaanse landen van tweehonderd jaar onafhankelijkheid van het Spaanse moederland. Spanje heeft het daarbij over een nieuw hoofdstuk in de samenwerking,  Latijns-Amerika spreekt van een “tweede onafhankelijkheid”, die het vastberaden opeist. 

Een nieuw partnerschap


De Verklaring van Madrid, ondertekend door zestig landen in Europa, Latijns-Amerika en de Cariben, klinkt veelbelovend. ‘Naar een nieuw hoofdstuk in het biregionale partnerschap: innovatie en technologie voor duurzame ontwikkeling en sociale integratie.’  Onder die titel valt een pallet van vierendertig thema’s voor toekomstige samenwerking, gaande van het respect voor mensenrechten, het engagement voor nucleaire ontwapening, de strijd tegen straffeloosheid,  tegen drugshandel en witwaspraktijken, tegen de klimaatverandering en de financiële crisis, en voor de wederopbouw van Haïti, het behoud van de biodiversiteit en een succesvolle klimaattop in Cancún eind dit jaar.
De vernieuwde aandacht voor Latijns-Amerika is ten volle verantwoord, vindt de EU. Het gaat de goede kant op met de democratie in Latijns-Amerika, de staatsgreep van Honduras in juni 2009 terzijde gelaten. En de regio doet het economisch zeer goed, dat bleek uit de robuuste manier waarop de landen de financiële crisis van 2008 het hoofd konden bieden.  Al beklemtonen de Europese leiders wel dat er nog heel wat moet gebeuren op het vlak van sociale integratie en het dichten van de kloof tussen arm en rijk. In Mexico bijvoorbeeld is het rijkste tiende van de bevolking 45 maal rijker dan het armste tiende.   
Opvallend was de zelfbewuste toon van de Latijns-Amerikaanse delegaties. De Argentijnse presidente Cristina Fernández, woordvoerster voor de regio, pleitte voor realisme: ‘Sinds de top van Rio in 1999, toen de EU-LAC-samenwerking werd opgestart, is er bitter weinig gebeurd. Laat ons beter met beide benen op de grond blijven en een actieplan opstellen.’ Waarna ze overschakelde op het thema van de Falklandeilanden –Brits overzees gebied dat Argentinië blijft claimen– en de Mercosur. Met betrekking tot die douane-unie tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela stelde Fernández dat Europa zijn protectionisme moet afleggen.
Ook hielden de Latijns-Amerikaanse leiders eraan de vernieuwde samenwerking in het juiste perspectief te plaatsen. ‘Op dit ogenblik bevindt Europa zich in een diepe financiële crisis. Alleen door te groeien buiten zijn eigen grenzen en te investeren in Latijns-Amerika kan de Europese Unie de crisis bezweren’, stelde de Peruaanse president Alan García.

Verwaarloosd en onbegrepen


In de grond heeft Latijns-Amerika echter helemaal niet het gevoel dat Europa belang hecht aan de regio. Het aantal ambassades van Europese landen in Latijns-Amerika wordt gereduceerd en het migratiebeleid verstrengd, wat als bijzonder onrechtvaardig wordt aangevoeld, gezien de achterliggende geschiedenis. ‘Wij hebben de Europeanen altijd met open armen ontvangen’, klinkt het. Ook in crisismomenten voelt Latijns-Amerika Europa niet dichtbij.
‘Tussen de vorige EU-LAC-top was er de crisis van de Mexicaanse griep, de klimaatonderhandelingen die mislukten en de aardbeving in Haïti. Wat hebben we in die crisismomenten aan elkaar gehad?’, aldus Pascal Beltran del Rio, directeur van de Mexicaanse krant Excelsior, tijdens een rondetafeldebat georganiseerd door nieuwsagentschap Inter Press Service en het secretariaat-generaal Ibero-Americana van Buitenlandse Zaken in Spanje. 
Ernesto Tifenberg van de Argentijnse krant Pagina 12 is er niet van overtuigd dat Europa en Latijns-Amerika altijd dezelfde visie delen. ‘Vreemd is dat de neoliberale regeringen van Latijns-Amerika grotere hoop wekten in Europa dan de huidige regeringen die vaak toch dichter bij het volk staan. In Latijns-Amerika leeft heel sterk de indruk dat het Europa moeite kost om de veranderingen te begrijpen die zich in Latijns-Amerika voltrekken.’
Ook Paulo Paranagua, Latijns-Amerika-journalist voor Le Monde, doorprikte de verbloemde taal van de top: ‘Laat ons eerlijk zijn: geopolitiek gesproken komt Latijns-Amerika voor Europa na een reeks andere prioriteiten. Belangrijker zijn de Oost-Europese landen, het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten, de VS, Afrika en Azië –met China en India. De echte bondgenoot voor zowel Europa als Latijns-Amerika is de VS. De publieke opinie in Latijns-Amerika wil op de eerste plaats een goede relatie met de VS, men wil er zelfs naartoe. Het zijn de twee blokken samen –de VS en Europa– die de identiteit van Latijns-Amerika bepalen’, aldus Paranagua. 

Een wereld in verandering


De afstand die Latijns-Amerika vandaag ervaart, staat in contrast met de nabijheid in de jaren zeventig en tachtig, toen het continent geteisterd werd door militaire dictaturen en linkse guerrilla’s. Europa was toen de referentie voor (links) ideologische inspiratie, voor onderhandelde uitwegen uit het conflict, voor massale solidariteit. Zoveel jaar later keerde Latijns-Amerika terug naar de democratie en werd Europa opgeslorpt door de uitbreiding. Ook de wereld daarbuiten veranderde. De bipolaire ordening maakte plaats voor een multipolaire wereld en die heeft ook zijn impact op Latijns-Amerika. Claudia Atunes van de krant Folha de São Paulo: ‘Dertig jaar geleden waren er bij de Folha vijf journalisten om Europa te volgen, nu is dat er nog een. Twee journalisten volgen Latijns-Amerika, een de VS, een Peking en een Afrika.’  
De verminderde aandacht voor Europa wijt ze ook aan het feit dat Europa zelden met één stem spreekt –neem de Irakoorlog– en dat het zich nooit echt kritisch heeft opgesteld ten aanzien van de neoliberale voorschriften en aanbevelingen van het Internationaal Muntfonds en de Wereldbank. 
Terwijl Europa verder wegdreef, werkte Latijns-Amerika aan zijn eigen integratie. Voorbeelden daarvan zijn Unasur –de Unie van Zuid-Amerika– en de droom van een Latijns-Amerikaanse unie zonder de VS of Canada, zoals in februari op de top van Cancún uitgedrukt. Een aantal spelers experimenteren met alternatieve samenwerkingsvormen, zoals de landen van het Bolivariaans Alternatief (Alba): Bolivia, Cuba, Nicaragua en Velezuela. Atunes: ‘Men doet vaak wel schamper over het feit dat men in Latijns-Amerika van de ene top naar de andere hopt, maar je kan beter elkaar treffen aan de onderhandelingstafel dan op het slagveld. Voor ons zijn die ontmoetingen en samenwerkingsverbanden een manier om te leren omgaan met de verschillen.’

‘Je kan elkaar beter aan de onderhandelingstafel treffen dan op het slagveld.’
Nieuwe markten, nieuwe wingewesten


Natuurlijk is er ook de hete adem van Azië. In 2008 was China het eerste exportland voor Chili en Brazilië. Voor Argentinië, Costa Rica en Peru kwam China op de tweede plaats. Tegen 2014 zal de export van Latijns-Amerika naar China die naar Europa evenaren en in 2020 zelfs overschrijden. Tegen 2020 zal China de tweede grootste investeerder zijn in Latijns-Amerika, na de VS. Latijns-Amerika heeft het eerder over een “strategische alliantie met Azië” in plaats van met Europa.
Europa wil die Aziatische concurrentie niet zomaar de vrije loop laten in Latijns-Amerika. Maar de Europese Unie heeft Latijns-Amerika ook nodig om uit de financiële crisis te geraken. Europese bedrijven moeten vandaag overzee om leefbaar en concurrentieel te blijven. Enrique Iglesias, secretaris-generaal van het secretariaat-generaal Ibero-Americana, windt daar geen doekjes om: ‘De Spaanse bedrijven maken vandaag hun balansen met hun investeringen in Latijns-Amerika.’
Dat Latijns-Amerika zo robuust is gebleken tijdens de financiële crisis, heeft alles te maken met de export van grondstoffen. Het zou heel dom zijn van Europa, aldus Iglesias, om die rijkdom van Latijns-Amerika niet te benutten. Hij gelooft bovendien in de toekomst van de Latijns-Amerikaanse economie. Iglesias: ‘Tegen 2020 zullen de zeven rijkste landen van Latijns-Amerika economisch groter zijn dan China.’
Op dit ogenblik is de EU nog steeds de tweede grootste handelspartner van Latijns-Amerika, na de VS, en de belangrijkste investeerder in de regio van Latijns-Amerika en de Cariben. Het gaat om meer dan 25 miljard euro FDI (Foreign Direct Investment, buitenlandse investeringen) in geldstromen en meer dan 260 miljard euro aan FDI stocks in 2007. Van alle Europese investeringen komt meer dan de helft uit Spanje. Het handelsvolume tussen de EU en Latijns-Amerika bedroeg 180 miljard euro in 2008.
De EU-top in Madrid was voor Europa, en vooral voor Spanje, de gelegenheid om de samenwerking nieuw leven in te blazen. Concreet werd dat uitgedrukt met de ondertekening van fel bediscussieerde commerciële akkoorden met Centraal-Amerika enerzijds, en met Colombia en Peru anderzijds. Ook de onderhandelingen over de Mercosur, die al sinds 2004 stil liggen, zullen hervat worden. Daarnaast zijn er bilaterale akkoorden met Mexico en met Chili, wat betekent dat enkel de Alba-landen uit de boot vallen. 
Naast de nieuwe handelsverdragen werd in Brussel een investeringsfaciliteit goedgekeurd voor de periode 2010-1013 voor een bedrag tot drie miljard euro. Dat geld is vooral bedoeld om infrastructuurwerken in Latijns-Amerika te financieren.

Het tribunaal van de volkeren


De onderhandeling over die nieuwe commerciële akkoorden is niet zonder slag of stoot gegaan. Vanuit de civiele samenleving in Latijns-Amerika klinkt vooral kritiek op het neoliberale karakter van het Europese beleid. Tijdens de officiële top ging er in Madrid ook een parallelle conferentie door van sociale organisaties uit Europa en Latijns-Amerika, onder de naam Enlazando Alternativas (Alternatieven Bundelen).
Een van de programmaonderdelen was het Permanente Tribunaal van de Volkeren, waar vooral aanklachten werden geformuleerd tegen mensenrechtenschendingen door Europese bedrijven werkzaam in Latijns-Amerika. Bedrijven zoals het Nederlandse Agrenco, het Spaanse Aguas de Barcelona, het Franse Dreyfus of GDF-Suez stonden er op de zwarte lijst. Meestal gaat het om activiteiten in de mijnbouw, de productie van biobrandstoffen, de aanleg van megadammen, elektriciteit of telecommunicatie.
De nieuwe handelsakkoorden verergeren de schendingen van de mensenrechten en zullen nog meer sociale kosten en milieuschade aanrichten, zo klonk het op het tribunaal en in de parallelsessies op de alternatieve top. Men had het zelfs over de “Consensus van Brussel”, die geen haar beter zou zijn dan de “Consensus van Washington”. Een nieuwe golf van kolonisatie op het moment dat Latijns-Amerika werkt aan zijn tweede onafhankelijkheid.

Nieuw model voor latijns-amerika


Ook tijdens het debat van nieuwsagentschap IPS waren er fundamentele vragen te horen bij het neoliberale model. Het probleem van grote ongelijkheid in de regio kwam meermaals ter sprake. Volgens Carlos Vergara van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika (Cepal) gaat nog meer groei dat probleem niet oplossen.
Vergara: ‘De idee dat groei automatisch leidt tot meer gelijkheid is in elkaar gestuikt. De crisis van 2008-2009 heeft dit model van sociaal-economische vooruitgang in vraag gesteld. Vraag is: hoe denkt Latijns-Amerika zelf zijn economische toekomst?’ De integratie waaraan Latijns-Amerika vandaag werkt –zij het erg ongestructureerd– kan volgens Vergara wel naar nieuwe modellen leiden. Ook Mario Pezzini, onderzoeker bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso), pleitte voor een diepgaande reflectie. Pezzini: ‘Het groeimodel is vastgelopen en de financiële markt werkt niet meer zoals men gedacht had. Welk ontwikkelingsmodel, welke groei en welke socio-economische integratie kan ons vandaag verder helpen?’
Ook op het alternatieve forum bleven die vragen onbeantwoord. Alba-landen zoals Ecuador en Bolivia baseren vandaag hun economie –net als andere Latijns-Amerikaanse landen– op de export van natuurlijke rijkdommen. Ook daar genereert het extractieve model sociale conflicten en onherstelbare milieuschade. Op de alternatieve klimaattop in Cochabamba in april verbood de Boliviaanse president Evo Morales zelfs de organisatie van een workshop over dit thema.
‘Zolang er armoede is, hebben we de inkomsten uit deze exploitatie nodig’, aldus Morales en Rafael Correa, de president van Ecuador. Op het Permanente Tribunaal werd intussen wel gevraagd naar duidelijke en afdwingbare normen voor de multinationals en voor een economie ten dienste van echte ontwikkeling en niet ten dienste van het kapitaal. De gezaghebbende Braziliaanse Marcos Arruda van het Instituto Políticas Alternativas para o Cone Sul (Pacs): ‘Er moet een einde gesteld worden aan de straffeloosheid van de bedrijven. Bedrijven moeten sociale en ecologische verantwoordelijkheid dragen. Laat ons opteren voor het spoor van echte ontwikkeling, vanuit een nieuwe visie op duurzaamheid en vooruitgang.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.