EU en Zuidoost-Azië buigen zich over vraag en aanbodin de mensenhandel

In Bangkok werd vandaag (woensdag) een driedaagse
bijeenkomst van experts uit tien Aziatische landen en uit een aantal
lidstaten van de Europese Unie over de vrouwenhandel besloten. Doel was
betere methoden uit te werken om slachtoffers van mensenhandel te helpen en
de strijd aan te binden met transnationale misdaadbendes. Het seminar is het
gevolg van inspanningen voor regionale samenwerking, vooral om wettelijke
achterpoortjes te sluiten waarvan misdaadbendes in de mensenhandel handig
gebruik maken


Ai is een Thaise vrouw vooraan in de dertig, die meer dan tien jaar als
seksslaaf in Japan heeft gewerkt. Gelukkig werd zij door een katholieke non
gered. Ai is nooit naar school geweest. Haar ouders heeft ze nooit gekend.
Ze groeide op bij mensen die beweerden verwanten te zijn. Toen ik vijftien
was, verkocht mijn voogd me aan iemand met contacten in Japan. Zo kwam Ai
samen met vijf andere Thaise meisjes in de kwalijke greep van de Japanse
seksindustrie. Ik zou daar veel geld verdienen en alles zou in orde komen.
Maar meteen de eerste dag ging ik dood van de angst, zegt Ai, en na een
jaar begon ik drugs te nemen. Als ze weigerde de wensen van haar klanten te
vervullen, werd ze bedreigd. Het beloofde salaris kreeg ze niet want dat was
zogezegd nodig om haar reis van Thailand naar Japan te betalen.

Ai deed haar verhaal tijdens een vergadering in de marge van het seminar
over de mensenhandel in Bangkok dat georganiseerd werd door het Zweedse
ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ontwikkelingsfonds voor Vrouwen van
de Verenigde Naties UNIFEM. Zweden heeft sinds oktober 2000 het voortouw
genomen in de strijd tegen de mensenhandel, als gevolg van het Zweedse
engagement voor ASEM, de dialoog tussen Zuidoost-Aziatische en Europese
regeringen.

Duizenden vrouwen en kinderen uit Zuidoost-Azië die door misdaadbendes zijn
verhandeld, hebben niet zo veel geluk als Ai en kunnen niet weg uit hun
ellende. UNIFEM schat dat er in Zuidoost-Azië elk jaar ongeveer 225.000
vrouwen en kinderen het slachtoffer worden van mensenhandel - op een totaal
van 700.000 voor de hele wereld. De meeste Zuidoost-Aziatische slachtoffers
komen uit armere landen en streken als Cambodja, de provincie Yunnan in
China, Laos, Birma, Thailand en Vietnam. Zij belanden vooral in Japan,
Hongkong, Maleisië, Taiwan, Singapore, Thailand, China en Cambodja.

UNIFEM dringt aan op een ‘initiatief gebaseerd op gender en rechten’ om de
schending van vrouwen- en kinderrechten tegen te gaan. Landen beschouwen
mensenhandel wel als een schending van de mensenrechten, maar dat leidt niet
tot een grensoverschrijdend beleid, zegt Jean D’Cunha van UNIFEM. Bij
ingrepen tegen mensenhandel staan de nationale veiligheid en de nationale
soevereiniteit vaak voorop en de verhandelde vrouwen zelf verdwijnen op de
achtergrond. Vooral de politieke en consulaire aspecten krijgen aandacht en
er is weinig ruimte om de sociale, economische en seksegebonden grondslagen
aan te pakken.

Volgens D’Cunha zijn overheidsacties tegen mensenhandel vaak ‘gender-blind’,
waardoor zij precies indruisen tegen de belangen van de slachtoffers. De
regeringen gaan uit van discriminerende stereotypen tegen vrouwen en werken
zo hun emancipatie tegen, zegt D’Cunha. Neem bijvoorbeeld de economische
initiatieven om mensenhandel te vermijden. Dat zijn vooral microprojecten
die de vrouwen vastpinnen op hun rol in het huishouden of als ongeschoolde
of onproductieve personen. Zo krijgen de vrouwen niet voldoende opties
aangeboden als alternatief tegen de mensenhandel.

Een belangrijk aandachtspunt tijdens het seminar is de vraagzijde in de
mensenhandel. Vaak gaat men ervan uit dat de vraag de drijvende factor is
die de mensenhandel zo lucratief maakt. Maar volgens onderzoekers is het
geenszins gemakkelijk de vraag aan te pakken. Het gaat om een complex
fenomeen dat zeker in een ruimere context moet worden bekeken. Analytisch
gezien kun je de vraag niet van het aanbod scheiden, zegt Julia O’Connell
Davidson, een Britse geleerde en co-auteur van een studie over de rol van de
vraag in de mensenhandel. Het is een goede zaak dat er een debat op gang
komt over de vraag, maar er is in elk geval meer duidelijkheid nodig voor er
een beleid kan worden uitgestippeld, zegt zij. Sommige actievoerders
stellen gewoon dat alles rond de vraag draait en dat je de kopers moet
straffen, maar onderzoek wijst uit dat de zaak wel iets complexer ligt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift