EU heeft voorstel klaar voor vrijhandel met ACP-landen

De Europese Commissie legt op 10 april een voorstel
op tafel over haar toekomstige handelsbetrekkingen met de 77 landen uit
Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (ACP) die sinds 1975 preferentiële
handelsvoorwaarden genieten op de Europese markten. De Unie wil afstappen
van die voorkeursbehandeling en vrijhandelsafspraken maken met haar 77
partners. Maar die vrezen dat ze daardoor in de kou zullen blijven staan.


Tot op vandaag kunnen de 77 ACP-landen - met Cuba als 78e, geassocieerd lid
- nog steeds welbepaalde quota van goederen leveren aan de Europese Unie
zonder invoerrechten te moeten betalen, terwijl ze wel rechten mogen heffen
op producten die uit de EU komen. Ze krijgen bovendien compensaties bij al
te hevige prijsschommelingen voor producten als rundvlees, suiker en
bananen, zodat het inkomen dat de ACP-landen uit export halen veilig wordt
gesteld. Die voorkeursbehandeling werd sinds 1975 in vier Lomé-akkoorden
vastgelegd. In 2000 kwamen de EU en de ACP-landen in Cotonou overeen hun
relatie op een nieuwe leest te schoeien. Die Cotonou-akkoorden bieden alleen
nog maar een kader voor de verhoudingen tussen de EU en de ACP-landen tot
juni 2020 - van de concrete invulling ervan moet nu werk worden gemaakt.

Wat de EU belangrijk vindt, blijkt uit een kladversie van een document van
de Europese Commissie. De Commissie zou graag binnen de Cotonou-akkoorden
vrijhandelszones, de zogenaamde Overeenkomsten van Economische Partnerschap
(EPA’s) opgericht zien. De EPA’s moeten alle onderlinge handelsbarrières
slechten om de economische integratie tussen beide partijen te bevorderen en
de samenwerking op alle gebieden verhogen, in volledige overeenstemming met
de bepalingen van de Wereldhandelsorganisatie (WHO), luidt het. Vrijhandel
moet er niet alleen in goederen, maar ook in diensten zijn, en op dat gebied
kunnen de ACP-landen veel voordeel doen, meent de Commissie. Voor de afbouw
van alle heffingen en handelsbarrières krijgen de ACP-landen een
overgangsperiode tot 12 jaar.

De achterliggende bedoelingen van de Europese Commissie klinken alvast
nobel: het promoten en versnellen van de economische, culturele en sociale
ontwikkeling van de ACP-staten, met oog voor vrede en veiligheid, en het
stimuleren van een stabiel en democratisch klimaat.

Maar als de EU dat allemaal wil bereiken met vrijhandel, zijn de APC-landen
niet geïnteresseerd, zegt ACP-woordvoerder Hegel Goutier. We kijken niet
uit naar een vrijhandelszone met de EU, maar naar een economisch
partnerschap. Handel is maar één instrument om het ultieme doel bereiken -
het gevecht tegen de armoede winnen, verklaart Goutier. De ministerraad van
zijn organisatie wil op 25 tot 27 juni in de Dominicaanse Republiek tot een
gemeenschappelijk standpunt komen, zodat de ACP-leiders in juli op Fiji het
ACP-onderhandelingsmandaat kunnen goedkeuren, en vervolgens in september de
onderhandelingen met de EU kunnen opstarten. Die zullen naar verluidt tot
2007 duren.

De Europese Commissie wil de onderhandelingen het liefste alleen met
regionale ACP-groepen voeren en gruwt bij de gedachte aan 77 verschillende
overeenkomsten. Maar volgens Goutier mag de Commissie niet te veel illusies
koesteren: de ACP-landen willen op drie niveaus praten - als volledige
groep, als regionale groep en nog eens elke lidstaat afzonderlijk. Dat is
cruciaal om onevenwichten tegen te gaan en aldus de cohesie van de
ACP-groep te behouden, legt Goutier uit. Een netwerk van verschillende
niet-gouvernementele organisaties deelde twee weken geleden op de ACP-EU
bijeenkomst in Kaapstad openlijk Goultiers bezorgdheid en hamert op de
noodzaak voor alternatieve handelsovereenkomsten, die er voor zorgen dat
ACP-landen die door hun positie geen wederzijdse handelsovereenkomsten met
de EU kunnen sluiten, dezelfde toegang krijgen tot de Europese markt.

Ook Guggi Laryea van Eurostep, een Europese koepel van ngo’s vindt dat de
EPA’s niet de enige optie zijn. Individuele landen kunnen stapsgewijs naar
vrijhandel evolueren door sociale vooruitgang op bepaalde gebieden. En
Glenys Kinnock, Europees parlementslid en vice-voorzitter van de ACP-EU
parlementsraad,
vindt dat de EU flexibel moet zijn en andere overeenkomsten dan de EPA’s
moet voorzen. Het is niet noodzakelijk voor alle landen en regio’s voordelig
om betrokken te worden in vrijhandelszones, stelt Kinnock.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift