EU houdt druk op de ketel in handelsonderhandelingen met Afrika

De Europese Unie wil de komende jaren het onderste uit de kan halen in de handelsonderhandelingen met de voormalige Europese kolonies in Afrika, de Caraïben en de regio van de Stille Oceaan. Binnen één à drie jaar wil de EU met die 78 landen verdragen sluiten die ook de handel in diensten omvatten en regels bevatten over mededinging, overheidsaanbestedingen en investeringen.
De Europese Unie wilde de omstreden economische partnerschapsakkoorden (EPA’s) eind 2007 rond hebben. Die deadline bleek echter onhaalbaar, onder meer omdat er in de meeste van de 78 landen en bij Europese hulporganisaties veel verzet rees. De EU heeft slechts met 15 Caraïbische landen een volwaardig akkoord getekend, terwijl 20 andere landen interim-akkoorden ondertekenden. Die gaan vooral over de handel in goederen maar bevatten ook afspraken over markttoegang, ontwikkelingssamenwerking en oorsprongsregels.

“We willen de nog openstaande discussies dit jaar afronden”, zegt een medewerker van de Europese Commissie die anoniem wil blijven. Volgens hem is het nog altijd de ambitie van de Europese Unie om met alle zogenaamde ACP-landen – de voormalige Europese kolonies in Afrika, de Caraïben en de regio van de Stille Oceaan – volwaardige verdragen te sluiten.

Singapore issues


Volwaardig betekent veel voor de Europese Commissie. Ze wil in de uiteindelijke verdragen ook regels opnemen over mededinging, overheidsaanbestedingen en investeringen. De ontwikkelingslanden hielden die zogenaamde ‘Singapore issues’ eerder tegen in de onderhandelingen binnen de Wereldhandelsorganisatie omdat ze tegen hun belangen ingingen.

“We willen verder onderhandelen over de handel in diensten, over investeringsregels en over andere handelsgerelateerde regels”, zegt de medewerker van de Commissie. Dat is ons werkplan voor dit jaar.”

Volgens de EU-ambtenaar zijn de ACP-landen te overhalen voor de uitbreiding van de onderhandelingen. “Markttoegang op zich is niet genoeg om hun economieën te integreren in de wereldeconomie. De preferentiële toegang waarvan ze vroeger al genoten, heeft hun aandeel in de wereldhandel niet vergroot. Een meer voorspelbaar ondernemingsklimaat met transparante handelsregels kan hun markten interessanter maken voor investeerders.”

Marc Maes, de EPA-expert van de Vlaamse Noord-Zuidkoepel 11.11.11, is tegen de uitbreiding van de onderhandelingsagenda. “De EU heeft daar uitgesproken offensieve bedoelingen mee. De nieuwe regels kunnen de beleidsruimte voor de ACP-landen gevoelig inperken, terwijl het maar de vraag is of er veel investeerders door zullen worden aangetrokken. Die kijken immers niet alleen naar de regelgeving, maar ook naar infrastructuur, de nabijheid van interessante markten en de beschikbaarheid van goed opgeleide arbeiders.”    

Weg vrij voor Europese bedrijven



Afspraken over de handel in diensten en de nieuwe regels moeten vooral de weg vrijmaken voor Europese banken, telecombedrijven en andere dienstenondernemingen. De EU wil dat de ACP-landen zoveel mogelijk dienstensectoren liberaliseren: van telecommunicatie en handel tot de financiële sector, energie, transport en toerisme. De betrokken ontwikkelingslanden worden geacht alle nationale regels te schrappen die Europese bedrijven hinderen om ook actief te worden in die sectoren.

Aan sommige landen zal de EU allicht vragen buitenlandse bedrijven toe te laten grond aan te kopen. In andere landen zou de EU graag wetten zien verdwijnen die de overname van bedrijven door buitenlandse investeerders afhankelijk maakt van goedkeuring door de overheid. Ook bepalingen die buitenlandse investeerders dwingen een joint venture aan te gaan met plaatselijke bedrijven of die de speelruimte van buitenlandse bedrijven beperken, zullen er waarschijnlijk aan moeten geloven. De positieve discriminatie van klanten uit bepaalde achtergestelde bevolkingsgroepen lijkt ook moeilijk door de beugel van de EU te kunnen. Sommige landen leggen hun banken bijvoorbeeld op een deel van hun leningen voor te bestemmen voor arme boeren.

De Europese Unie zal verder allicht eisen dat Europese bedrijven dezelfde rechten en voordelen gaan genieten als plaatselijke ondernemingen, overheidssteun en subsidies inbegrepen. De betrokken ontwikkelingslanden zullen ook niet langer openbare werken en openbare aankopen kunnen voorbehouden aan plaatselijke bedrijven – nochtans een belangrijk instrument om de werkgelegenheid op te krikken en plaatselijke bedrijven de helpen groeien.

Het is niet duidelijk hoe ver de EU de ACP-landen mee zal krijgen in die richting. “Eind vorig jaar was er veel tegenstand”, zegt Maes. “De relaties tussen de onderhandelaars van de EU en van de ACP-landen zijn slecht. De ACP-landen zijn boos over de druk die de EU heeft uitgeoefend en de mercantiele ambities van de Unie.”

De EU kan volgens Maes wel lokaas uitwerpen om de ACP-landen weer aan de onderhandelingstafel te krijgen. “Sommige oorsprongsregels (de regels die de herkomst van producten met onderdelen uit verschillende landen bepalen, nvdr.) zijn in de interimakkoorden verbeterd in vergelijking met de regels die vroeger golden. De EU kan aanbieden over verdere verbeteringen te onderhandelen. En er zijn ook al afspraken over het ontwikkelingsaspect van de handelsmaatregelen. Ook die zijn nog onvolledig en moeten verbeterd worden.”




Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3097   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift