EU houdt vast aan EPA-deadline

De Europese Unie gaat niet in op de vraag van zestien West-Afrikaanse landen om de begindatum van het vrijhandelsverdrag dat de Unie met de regio wil sluiten, uit te stellen. De EU argumenteert dat daar geen “wettelijke basis” voor bestaat en dat uitstel de reputatie van de EU en West-Afrika schade zou toebrengen.
Twee weken geleden hadden Nigeria, Ghana, Mali, Ivoorkust en twaalf andere landen uit West-Afrika de EU gevraagd niet aan te dringen op de deadline van 31 december 2007 die geldt voor de onderhandelingen over het verdrag, officieel een ‘Economisch Partnerschapsakkoord (EPA). De EU onderhandelt momenteel over zes dergelijke akkoorden, vier met Afrikaanse landen, één met landen uit de Cariben en met landen uit de regio van de Stille Oceaan. Die zes regio’s omvatten 78 voormalige Europse kolonies.
West-Afrika “is niet klaar” om een verdrag te tekenen over de liberalisering van zijn internationale handel, zegt Ablasse Ouedrago, een hoge ambtenaar van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. Veel beleidsmakers in de regio vrezen dat arme boeren en jonge nijverheidssectoren zwaar zullen lijden onder de toenemende concurrentie met Europese producenten.
De landen uit West-Afrika vroegen dat de handelsvoordelen die hun importeurs nu genieten in de EU, met twee jaar worden verlengd. De eenzijdige voordelen zijn onverenigbaar met de regels van de Wereldhandelsorganisatie, maar de lidstaten van die organisatie hadden een uitzondering toegestaan die begin volgend jaar afloopt.
De Europese Commissie lijkt niet te vermurwen. “We zijn op het einde van het traject en de Wereldhandelsorganisatie om nog meer uitstel vragen zou onze geloofwaardigheid internationaal aantasten,” staat in een brief aan de West-Afrikaanse landen die ondertekend is door de Belgische ontwikkelingscommissaris Louis Michel en zijn Britse collega voor handel, Peter Mandelson. “We hadden zeven jaar om de EPA-onderhandelingen af te ronden”, staat er verder in de brief.” De Europese Commissie kan niet illegaal een handelsregime in stand houden waaraan we zeven jaar geleden samen beloofden een einde te maken.”
Volgens Mandelson en Michel zullen pogingen om de handelsvoordelen te handhaven, aangevochten worden door arme landen die geen speciale band met de EU hebben. Latijns-Amerikaanse bananenproducenten ergeren zich bijvoorbeeld al lang aan de preferentiële markttoegang die de EU biedt aan producenten uit Afrika en de Cariben.
De twee commissarissen geven wel aan dat ze voorlopig genoegen zullen nemen met een afgeslankt akkoord. Volgens de brief moet eind dit jaar “minimaal” een verdrag over de handel in goederen klaar zijn. Dat is dan een “tussenstap op de weg naar een volledig partnerschapsakkoord, waarover in 2008 verder wordt onderhandeld.” De EU willen uiteindelijk ook afspraken maken over de handel in diensten en over mededinging, investeringen, overheidsaanbestedingen en intellectuele eigendomsrechten.
Tegenstanders geloven dat ook een beperkt akkoord een slechte zaak is voor de ontwikkelingslanden in Afrika, de Cariben en de regio van de Stille Oceaan. “Het kan leiden tot ongewenste liberalisering”, oordeelt Alexander Woollcombe van de hulporganisatie Oxfam. “De deadline mag niet gebruikt worden om de ACP-landen iets te doen tekenen dat hun belangen op lange termijn schaadt.”
In twee van de drie andere regio’s in Afrika waarmee de EU onderhandelt, staat de EU ook nog altijd voor grote problemen. Mandelson maakt zich sterk dat Centraal-Afrika bereid is een akkoord te tekenen dat zowel de handel in goederen als de dienstenhandel dekt. Maar zuidelijk Afrika lijkt ook te willen wachten met de dienstensector. Rob Davies, de Zuid-Afrikaanse handelsminister, verklaarde onlangs dat zijn land geen akkoord zal aanvaarden dat niet verenigbaar is met de ontwikkelingsdoelstellingen van de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap. Intussen hebben de landen van Oost-Afrika nog nauwelijks onderhandeld over thema’s als de dienstensector.
De landen van de Europese Unie werden het op 15 oktober eens tegen 2010 per jaar twee miljard euro uit te geven aan “hulp voor handel.” De helft van dat bedrag gaat naar initiatieven om landen in Afrika, de Cariben en de regio van de Stille Oceaan te helpen zich aan te passen aan de omschakeling naar vrijhandel. Voor veel Afrikaanse landen gaan die inspanningen niet ver genoeg. Ze vrezen dat hun producenten ondanks de hulp toch onder de voet zullen worden gelopen door Europese concurrenten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift