EU-hulp aan Palestina: tijd om obstakels te ruimen

De laatste tijd zijn alle ogen – terecht – gericht op de Arabische lente. In de bezette Palestijnse gebieden en in Israël gaan de schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten ondertussen gewoon door. Dat betekent dat burgers nog altijd lijden. Maar ook dat miljoenen euro’s aan Europese hulp niet tot bij de Palestijnen geraken.

  • Tilde De Wandel Brandstoftekort in Gaza Tilde De Wandel

Afgelopen woensdag kwamen de belangrijkste donoren samen met de Israëlische regering en de Palestijnse Autoriteit om de hulp aan de Palestijnse gebieden te bespreken. Het overleg ging, eerder uitzonderlijk, door in Brussel en werd geleid door Catherine Ashton, de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Hopelijk is dit een teken dat de EU deze zaak eindelijk een meer politieke dimensie wil toekennen. De EU moet haar volle gewicht in de schaal gooien om een einde te stellen aan de blokkade van Gaza, huisvernielingen, de nederzettingenuitbreiding op de Westelijke Jordaanoever, en de mensenrechtenschendingen door de Palestijnse veiligheidsdiensten. Het is tijd om de obstakels die de ontwikkeling van de Palestijnse gebieden blokkeren, uit de weg te ruimen.

Blokkade

Israëls gewelddadige interceptie van de flotilla voor Gaza in mei 2010, katapulteerde de illegale blokkade van Gaza plots de actualiteit in. Ondanks beloftes van Israël om de afsluitingsmaatregelen te versoepelen, bleven de essentiële elementen van de blokkade behouden. Denken we maar aan het totaalverbod op zowel bewegingsvrijheid in en uit Gaza als op de invoer van hoognodige bouwmaterialen. De in december aangekondigde exportuitbreiding is cruciaal voor de heropleving van de wettige economie in Gaza en het levensonderhoud van duizenden werklozen.

Toch werd ze nog niet in de praktijk gebracht. De blokkade werd de voorbije maand zelfs nog verstrengd door de definitieve sluiting van de grensovergang in Karni. Dit is Gaza’s belangrijkste commerciële verbinding met een capaciteit van 1000 vrachtwagens per dag. En dat terwijl Israël eerder beloofde om meer grensovergangen open te stellen. Daardoor is Kerem Shalom, met een huidige capaciteit van amper 250 vrachtladingen per dag, de enige permanente doorgang voor goederen. Het transport van hulpgoederen naar Kerem Shalom, dat verder weg ligt van de dichtstbijzijnde haven, zal een aanzienlijke meerkost betekenen voor de donoren.

De EU wil het capaciteitsprobleem oplossen door de uitbouw van Kerem Shalom te steunen. Wanneer dit echter niet gepaard gaat met een opheffing van de blokkade, bestaat het risico dat dit het huidige controleregime over de grenzen nog zal versterken. Daarom is het van groot belang dat de EU er eerst voor zorgt dat de blokkade wordt opgeheven, voordat ze dit plan uitvoert.

Vernielingen

De EU moet ook blijven aandringen op het stopzetten van de huisvernielingen en de nederzettingenuitbreiding op de Westoever en in Oost-Jeruzalem. In de zone C van de Westoever, die volledig onder Israëlische controle staat, werden dit jaar al 165 gebouwen vernield. Hierdoor werden 329 mensen ontheemd. Deze vernielingen vloeien voor uit de Israëlische plannings- en zoneregulaties. Deze zijn bedoeld om de illegale nederzettingen te verstevigen en de demografie van bepaalde gebieden te wijzigen. Zo is het voor Palestijnen erg moeilijk een bouwvergunning in zone C en Oost-Jeruzalem te bemachtigen.

De regulaties leggen ook de bouwprojecten van internationale donoren in deze zone aan banden. Hierdoor kunnen zij minder mensen helpen in één van de armste regio’s van de Palestijnse gebieden. Bovendien beperkt dit de uitbouw van de infrastructuur voor de sociale en economische ontwikkeling van de Palestijnse gebieden in het algemeen.

Veiligheidsdiensten schenden rechten

De EU levert ook aanzienlijke steun aan de bouw van de Palestijnse staatsinstellingen, met name het veiligheidsapparaat. Die steun wordt echter ondermijnd als de veiligheidsdiensten de rechten schenden van de bevolking die ze verondersteld worden te dienen. De EU moet lessen trekken uit het geweld van de Palestijnse veiligheidsdiensten tegen de vreedzame betogingen uit solidariteit met de Egyptische protesten. Foltering, willekeurige opsluiting en beperking van de vrijheid van vereniging, blijven een ernstige zorg. In 2011 zijn tot nu toe 39 klachten ingediend voor foltering en 269 voor willekeurige opsluiting tegen de veiligheidsdiensten van de Westoever.

De EU moet meer druk uitoefenen op de Palestijnse Autoriteit om een halt toe te roepen aan schendingen door veiligheidsdiensten. Tegelijkertijd moet ze de dialoog voortzetten en investeren in mensenrechtentraining. De EU zou dit probleem vanuit een andere hoek moeten benaderen. Ze zou het middenveld moeten versterken om schendingen door veiligheidsdiensten te monitoren en aan te klagen. Uiteindelijk is het in ieders belang dat de toekomstige Palestijnse staat gebouwd wordt op een stevig mensenrechtenfundament.

Deborah Casalin is beleidsmedewerker bij CIDSE-werkgroep Israël-Palestina
Brigitte Herremans is medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen-Pax Christi Vlaanderen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift