Europa betaalt, Israel geniet

Via het Associatieakkoord voert Europa sinds 2000 Israëlische producten in aan preferentiële tarieven. Door de foute toepassing van dit handelsakkoord, schendt Europa zijn eigen rechtsregels.
Europa veroordeelt de bezettingspolitiek van Israël. De nederzettingenbouw in de bezette Palestijnse gebieden is een schending van het internationaal humanitair recht. Omdat alle akkoorden met derde landen moeten overeenstemmen met het internationaal recht, onderstreepte Europa in haar Associatieakkoord met Israël dan ook duidelijk dat enkel producten uit Israël zelf invoerprivileges krijgen.
Dode letters zo blijkt, al vier jaar genieten ook producten uit de joodse nederzettingen in de bezette gebieden vrijstelling van taksen. Hoe dit kan? Het antwoord van Israël is kort: de nederzettingen zijn een deel van Israël, een schending van het handelsakkoord is er bijgevolg niet. Israël blijft koppig producten uit de nederzettingen uitvoeren zonder de herkomst van de goederen te vermelden.
Europa kan dus niet controleren waar Israëlische goederen vandaan komen en verzaakt daardoor aan zijn verplichting om taksen te heffen op nederzettingsproducten. De Europese Commissie zoekt al zes jaar schoorvoetend naar een oplossing, tot dusver zonder resultaat. De voorbije zomer ondernam de Nederlandse Europese commissaris Bolkestein toch een poging om dit euvel van de baan te helpen.
Met de Israëlische handelsminister Olmert bereikte hij een compromis dat moet leiden tot een correcte toepassing van het Associatieakkoord. Volgens het compromis zal de Israëlische douane de plaatsnaam vermelden waar de producten werden vervaardigd. ‘Het probleem is echter dat veel producten weliswaar in de nederzettingen vervaardigd worden, maar dat de eindafwerking in Israël gebeurt.
Daardoor komt enkel de Israëlische plaatsnaam op het product’, zegt Brigitte Herremans van Broederlijk Delen/Pax Christi. Het Bolkestein-Olmert compromis biedt dus geen garanties om het probleem van de nederzettingenproducten op te lossen, zo zegt ook CD&V-volksvertegenwoordiger Roel Dessein. ‘Via technische constructies blijft de preferentiële invoer van nederzettingenproducten doorgaan. Persoonlijk vind ik dat niet gerechtvaardigd. Europa ondergraaft zijn eigen akkoord, door het internationaal recht te negeren.’
Een oplossing zou kunnen zijn om het Associatieakkoord simpelweg op te heffen, maar zover wil Europa niet gaan. Dat zou Israël kunnen blameren, en daarmee de opgebouwde politieke relaties bevriezen, zo redeneren een aantal Europese lidstaten. Het Associatieakkoord, dat in 1995 werd getekend tussen Europa en Israël, moest de banden tussen beide partners juist verstevigen. ‘Het akkoord kwam tot stand nadat Europa, na de Oslo-akkoorden in 1993, besloot om zich politiek meer te engageren in de regio’, zegt Herremans, ‘Via diplomatieke weg en door zijn handelsrelaties met Israël te verbreden, wil Europa zijn politieke gewicht verzwaren en zo het vredesproces mee opbouwen. En al lijkt het tegenstrijdig, juist omwille van die politieke belangen moet Europa zich meer gedeisd opstellen dan vóór 1993.’
Met andere woorden, Europa moet zwijgen om een gesprekspartner te blijven voor Israël. ‘De balans is uit evenwicht’, zegt Dessein, ‘Israël geniet maximaal van privileges, maar engageert zich minimaal.’
De verontwaardiging over het gedogen van deze handelsinbreuk blijft achterwege. Volgens Herremans ligt dat deels aan het ontbreken van kennis over dit technische dossier. ‘Bovendien is het huidige politieke post-9/11-klimaat er niet naar’, vult Dessein aan, ‘De publieke opinie, en dus ook de politieke klasse, is erg gevoelig voor de Palestijnse zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers. Dit brengt de juiste belichting van het conflict in het gedrang. De slachtoffers van Israëls bezettingspolitiek -de Palestijnen met hun arafatsjaaltjes- verkopen minder goed. En tenslotte mag je ook de invloed van de sterk aanwezige joodse lobby op onze politici niet onderschatten.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur