Europa exporteert wapens met dodelijk gemak

Een van de meest dramatische gebeurtenissen na de betwiste verkiezingen in Kenia, was de brandstichting in een kerk in Eldoret waarbij dertig mensen omkwamen. Zij zochten een schuilplaats voor het geweld dat na de verkiezingen losbrak.
Eldoret ligt in het westen van het land en heeft ook een munitiefabriek die in het midden van de jaren negentig werd geopend door het Belgische bedrijf FN Herstal. De fabriek kreeg eerder kritiek omdat zij wapens geleverd zou hebben aan facties die meededen aan de genocide die in 1994 in Rwanda plaatsvond. Amnesty International heeft nu de mensenrechtenschendingen door Keniaanse troepen onderzocht en concludeert dat daarbij gebruik is gemaakt van wapens die op dezelfde plek gefabriceerd werden.
De Europese gedragscode inzake wapenhandel is tien jaar oud, terwijl de betrokkenheid van een bedrijf uit de Europese Unie bij deze handel nog steeds bestaat. In de code staat dat er geen vergunning verstrekt kan worden als de kans dreigt dat de wapens gebruikt worden voor interne repressie of in gewapende conflicten. Maar omdat de wapens in Eldoret buiten de Europese Unie zijn gemaakt, vallen ze niet onder de code.
Ook heeft de code geen einde gemaakt aan wapenverkoop aan landen die verwikkeld zijn in conflicten. Uit het laatste jaarlijkse EU-rapport over militaire export blijkt dat in 2006 voor meer dan een miljard euro wapens werden verkocht aan Israël, ondanks de Europese zorg over Israelische aanvallen op Libanon en in geweld in de Palestijnse gebieden.
Hoewel de EU-landen officieel verplicht zijn een wapenembargo te handhaven met betrekking tot Soedan - vanwege het conflict in de westelijke provincie Darfour - werden in 2006 voor dat land vergunningen verstrekt met een gezamenlijke waarde van ruim twee miljoen euro.
Frankrijk stemde ook in met de levering van 25 pantservoertuigen aan buurland Tsjaad, dat nu te maken heeft met gevechten tussen rebellen en troepen die loyaal zijn aan de regering van president Idriss Déby. Een ander zwak punt dat de mensenrechtenactivisten detecteerden, is het feit dat de code juridisch niet bindend is.
Verdrag
De Europese regeringen stemden in 2005 in met het plan om de code verplicht te maken. De formele stappen die daarvoor nodig zijn, zijn echter nog steeds niet gezet. Dat heeft vooral te maken met het standpunt van Frankrijk. Parijs heeft aangegeven dat het alleen wil meedoen als het Europese embargo voor China, dat in 1989 werd ingesteld na een bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede, wordt opgeheven.
Tussen 11 en 15 februari vergaderen 28 landen in New York over een wereldwijd verdrag ter controle van wapenhandel. De EU laat zich gelden als een voorstander van zo’n verdrag. Mensenrechtenactivisten verwelkomen die steun, maar die zou grotere morele en politieke waard hebben als de EU zijn eigen regels inzake wapenhandel zou versterken, zeggen zij. “De Europese houding lijkt voor de buitenwereld inconsistent”, zegt Ollie Sprague van Amnesty International.
Ook hij is voor aanscherping van de Europese code, zodat Europese bedrijven die buiten de EU wapens produceren, ook aangesproken kunnen worden.
In december ontvouwde de Europese Commissie plannen om de procedures die nationale regeringen hanteren voor het verstrekking van exportvergunningen aan wapenfabrikanten, te vereenvoudigen. Volgens Günter Verheugen, eurocommissaris voor Industrie, kunnen die voorstellen zorgen voor betere samenwerking tussen wapenfabrikanten binnen de Europese Unie. Ze zouden tevens de concurrentie in de wapensector bevorderen.
Eindbestemming
Frank Slijper van de Nederlandse Campagne tegen Wapenhandel zegt dat het plannen van de Commissie het gemakkelijker kunnen maken om Europese wapens te verkopen aan landen met een beroerde mensenrechtenreputatie. Momenteel moeten Nederlandse bedrijven duidelijk maken wat de eindbestemming is van de wapenonderdelen die ze exporteren, ook als ze worden verkocht aan een ander Europees bedrijf dat ze later opnieuw exporteert.
In het Commissie-voorstel zou Frankrijk als eindbestemming worden genoemd, als een Nederlands bedrijf onderdelen exporteert naar Frankrijk. Nederland is vanaf dat moment niet meer verantwoordelijk voor wat er daarna met de onderdelen gebeurt. “In het algemeen is in Frankrijk meer mogelijk dan in Nederland als het gaat om wapenexport”, zegt Slijper. “We zouden een groot deel van de controle kwijtraken.”
In mei 2007 vaardigde het Internationale Strafhof in Den Haag een arrestatiebevel uit tegen Ahmad Muhammad Arun, de minister van Humanitaire Zaken van Soedan. Hij zou G3-geweren hebben geleverd aan de Janjaweed, de militie die op grote schaal dood en verderf zaaide in Darfour.
G3-geweren worden gemaakt door fabrikant Heckler en Koch. H&K werd vlak na de Tweede Wereldoorlog opgericht in Duitsland en begin jaren negentig overgenomen door British Aerospace.
“In Darfour is het Duitse geweer het belangrijkste wapen”, zegt Roman Deckert van het Berlin Information Centre for Transatlantic Security (BITS). “Maar niemand hier lijkt zich daarvan bewust. De EU-gedragscode krijgt veel lof Europese regeringen, maar als het erop aan komt zitten er veel mazen in. De implementatie is erg zwak.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift