Europa kan zijn grootste minderheid niet beschermen

Deze maand bekijkt de Europese Commissie strategieën van alle lidstaten om de penibele situatie van Europese Roma te verbeteren. Het werd tijd, want het gaat bar slecht met de grootste minderheid van Europa. MO* dook in de materie en reconstrueerde meer dan tien jaar falend Europees beleid. ‘We doen wat we kunnen’, zegt de Commissie. ‘Ze willen niet’, menen Roma-activisten.

  • Nadezhda Chipeva Nadezhda Chipeva
  • Nadezhda Chipeva Armoede en achterstelling. Op 8 april is het internationale Roma-dag, maar veel valt er niet te vieren. Nadezhda Chipeva
  • Nadezhda Chipeva Roma in de EU: 'Democratie betekent ook de rechten van de minderheden beschermen.' Nadezhda Chipeva

Op 8 april is het internationale Romadag. Veel valt er niet te vieren voor de 12 miljoen Europese Roma. Een aanzienlijk deel van hen leeft in overstelpende armoede, die niet onderdoet voor die in de sloppenwijken van Brazilië of India. Krotten van golfplaten, zonder stromend water of riolering. Kinderen met geklitte haren, blootsvoets in de modder. Miljoenen Roma leven op deze wijze, in Oost- maar ook in West-Europa. Aan de rand van dorpen en steden, weg van de rest, die meestal niets van doen wil hebben met dit ‘smerig, werkschuw tuig’.

Volgens ngo’s en Roma-activisten is het twee voor twaalf. Vanwege de economische crisis is de armoede desastreuzer dan ooit. Etnische spanningen groeien. Neem de aanvallen op Romakampen in Italië in 2008. Of de intimidatie van racistische paramilitairen in Hongarije. In september gingen duizenden Bulgaren de straat op, leuzen roepend als ‘Maak zeep van de zigeuners’. De Roma houden zich redelijk koest. Maar, zeggen mensen die met hen werken, dat zal niet lang meer duren.

Val van het Oostblok

‘De behandeling van de Roma is de lakmoesproef voor de democratie.’ De inmiddels overleden Vaclav Havel spreekt die profetische woorden in 1993, wanneer de Oost-Europese landen een pijnlijke overgang maken naar een rauw kapitalisme. De consequenties zijn desastreus voor Roma. Tijdens het communisme hadden ze een baan, gratis huisvesting en scholing. Nu worden ze massaal werkloos en verliezen ze hun huis in het privatiseringsgeraas. Racisme steekt straffeloos de kop op. Het is, in Havels woorden, het gedrag van landen die na een lange gevangenisstraf niet weten om te gaan met verantwoordelijkheden.

De kans op verbetering dient zich eind jaren negentig aan, als Midden- en Oost-Europese landen mogen toetreden tot de EU. ‘Romaleiders waren dolblij’, herinnert ex-Europarlementslid Jan Marinus Wiersma zich. ‘De Unie zou ze beschermen en steunen.’

De naderende toetreding lijkt een goede stok om regeringen te manen echt wat te doen. Vooral naar Europarlementsleden wordt geluisterd. Het parlement heeft immers een veto op uitbreiding. ‘Natuurlijk hadden we niet de illusie dat we die al eeuwen zeurende problemen in een paar jaar zouden oplossen’, erkent Wiersma, die destijds rapporteur was voor Slowakije. ‘Maar we wilden wel echt commitment zien.’

Twee voorbeelden volstaan

De kandidaat-lidstaten passen hun wetten aan die van de EU aan, en komen met documenten, plannen en toezeggingen. Het was absolute windowdressing, zeggen ngo’s en Roma-activisten nu. In Bulgarije vonden volgens officiële cijfers hordes Roma een nieuwe baan. ‘In de praktijk stonden ze na een paar maanden weer op straat’, zegt de Bulgaarse wetenschapper Ilona Tomova in haar kantoor in Sofia. ‘Wij, postcommunistische landen, hebben veel ervaring met het manipuleren van uitkomsten. Maar de Unie keek er niet doorheen. Wat documenten, twee goede voorbeelden, dat was genoeg.’

Naar eigen zeggen wisten Wiersma en zijn collega’s dat de toezeggingen deels enkel op papier stonden. Maar toch. ‘We dachten echt dat we voortgang boekten.’ Achteraf was dat wat naïef, erkent hij. ‘Nu zou ik misschien zeggen: had die landen niet zo snel toegelaten.’

Brussel had meer voet bij stuk moeten houden, meent ex-Europarlementslid Els de Groen, destijds lid van de Bulgarije-delegatie. Aan het begin van de onderhandelingen was Roma-integratie nog een harde toelatingsvoorwaarde. Gaandeweg werd die voorwaarde ‘boterzacht’.

Het is de vraag of de Roma beter af waren geweest als de toetreding was uitgesteld. Volgens Wiersma had dat zich als een boemerang tegen de Roma gekeerd. ‘Het was een informeel argument, maar het speelde een enorme rol in de afwegingen.’

Gesjoemel

Eenmaal binnen, blijken de nationale regeringen weinig begaan met de Roma. ‘De situatie voor de toetreding was beter dan erna’, zegt Rob Kushen, directeur van het European Roma Rights Centre in Boedapest. ‘De politieke wil om fundamenteel wat te veranderen, ontbrak.’

Brussel is zijn stok om te slaan kwijt. Bovendien is de Europese Commissie gebonden aan het subsidiariteitsbeginsel, vastgelegd in het verdrag van Maastricht in 1992. ‘Qua Roma spelen de lidstaten de belangrijkste rol’, zegt Matthew Newman, de woordvoeder van commissaris Viviane Reding (Mensenrechten en Justitie). ‘Zij zijn verantwoordelijk voor onderwijs, arbeid, huidsvesting en gezondheid. Onze rol is om te coördineren.’

Wel kan Brussel beleid afdwingen via de Europese fondsen. Zo is voor de periode 2007-2014 vanuit het Europees Sociaal Fonds voor Tsjechië, Roemenië en Slowakije minimaal 172 miljoen per land gereserveerd, alleen voor Roma. Lidstaten met Roma kunnen tevens aanvragen doen voor bredere sociale programma’s. In die pot zit in totaal 17,5 miljard euro.

Slowakije kreeg na toetreding 200 miljoen van Brussel voor een nieuw Romaprogramma, dat uitging van een ‘allesomvattende benadering op kleine schaal’.Klara Orgovanova werkte er vanaf 2001 met een team van dertig man aan. De kwieke vijftiger van Roma-afkomst was van 2001 tot en met 2006 de zogenaamde plenipotentiary (gevolmachtige) voor Roma van de Slowaakse regering. ‘Het bood veel kansen’, zegt ze bij een kop koffie in Bratislava.

Maar dan komt in juli 2006 een nieuwe regering aan de macht van de sociaaldemocratische SMER in een onwaarschijnlijke coalitie met de Slowaakse Nationale Partij, waarvan partijleider Ján Slota volgens het Duitse Der Spiegel meent dat je Roma het beste kunt temmen met een ‘lange zweep in een kleine achtertuin’.

Het gros van het geld ‘verdwijnt’. In nieuwe stoplichten, technologische apparatuur voor ziekenhuizen of voetbalclubs, waar geen enkele Roma speelt. Orgovanova wordt ontslagen, net als de rest van haar team. ‘We waren te kritisch.’ De nieuwe ‘gevolmachtigde’ doet volgens een van haar toenmalige medewerkers zo goed als niets. ‘Het kwam de toenmalige regering goed uit’, zegt hij. ‘Die wilden geen geld aan Roma spenderen. Daar wonnen ze geen zieltjes mee.’

Slowakije is niet het enige land waar EU-gelden niet bij de Roma aankomen. Ook in andere nieuwe lidstaten wordt gesjoemeld. Soms strijken nep-ngo’s het geld op. Of bedelen corrupte regeringsambtenaren zichzelf exorbitant hoge salarissen toe. Dat zeggen Europarlementariërs als Els de Groen, Roma-activisten en journalisten van onder meer het gerenommeerde journalistieke onderzoekerscollectief BIRN (Balkan Investigative Reporting Network).

Niet altijd is het misbruik opzettelijk. De aanvragen voor subsidies zijn ingewikkeld en vereisen inzicht in de bureaucratie en het EU-jargon. ‘Vele van die landen waren niet in staat om de EU-gelden te managen’, zegt Wiersma.

Het ‘Romageld’ dat tot nu toe ‘verdwenen’ is, zou in de miljarden lopen. ‘Pure speculatie’, zegt een persattaché van de Commissie. ‘We hebben geen informatie over het misbruik van zulke grote bedragen.’

In 2010 zette de Europese Commissie de geldstroom voor het Romaprogramma van Slowakije stop. Slowakije moest maatregelen nemen om de boel weer vlot te trekken, anders zou het land een ‘boete’ krijgen. Pas in januari van dit jaar liet de Commissie weten dat het geld dat nog niet is gebruikt wegens ‘goed gedrag’ naar het programma kan. ‘We verloren tien jaar’, zegt Orgovanova. Ze is er kapot van.

Nomadennoodtoestand

In mei 2008 vindt in het Italiaanse Ponticelli een jonge moeder een zestienjarig Romameisje in haar huis. Ze houdt de zes maanden oude baby des huizes in de armen. Het is het startsein voor een reeks gewelddadigheden op Italië’s Roma, zo’n 150.000 in totaal, die merendeels gesegregeerd wonen in kampen aan de rand van grote steden, vaak in omstandigheden die volgens sommigen ‘erger dan in Oost-Europa’ zijn. In de weken na de ‘kidnapping’ vallen burgers Roma aan en steken hun woningen in brand. Omdat de politie er niet in slaagt de Roma te beschermen, roept de Italiaanse regering van Silvio Berlusconi de ‘nomadennoodtoestand’ uit. Tal van kampen worden ontruimd, zowel legale als illegale.

Aan het begin van de onderhandelingen over de EU-toetreding was Roma-integratie nog een harde toelatingsvoorwaarde. Gaandeweg werd die voorwaarde boterzacht.
Als de regering vervolgens aankondigt vingerafdrukken van Roma – ook kinderen – te willen nemen om illegalen gemakkelijker uit te zetten, is de verontwaardiging groot. De rel loopt evenwel met een sisser af. Italië verkondigt dat het vingerafdrukken zal nemen bij de hele bevolking. En dat is legaal.

Paolo Ciani, woordvoerder van Sant’Egidio, een grote Italiaanse progressieve katholieke hulporganisatie die veel doet voor Roma, is blij met de toenmalige acties. ‘De Commissie en het Europees Parlement reageerden snel. Er werd goed gemonitord. Daardoor werden erge gevolgen voorkomen.’

Maar de grote Europese mensenrechtenorganisaties, gebundeld in de European Roma Policy Coalition, zijn niet tevreden. Al snel na de afkondiging van de noodtoestand vragen ze de Commissie om een zogenaamde inbreukprocedure te starten volgens schending van de ras- en gelijkheidsrichtlijn. Met zo’n procedure kan de EU de lidstaten dwingen hun wetten op orde te maken. Die procedure is er geweest, zegt Commissiewoordvoerder Newman. ‘Italië heeft de eigen wetten op correcte wijze aangepast. Meer kunnen we niet doen.’

Maar Nele Meyer van Amnesty International is het daar absoluut mee oneens. Want wat betekent ‘correct’ als er in de praktijk niets verandert? Pas eind 2011 verklaarde de hoogste rechtbank van Italië de noodtoestand onwettig en werd hij opgeheven. Meer dan drie jaar lang konden Roma niet terug naar hun eigen huis, kinderen niet naar hun eigen school. ‘De Commissie had Italië veel meer moeten pushen om de discriminatie aan te pakken.’

‘Nazipraktijken’

In 2010 veroorzaakt Frankrijk een wervelstorm, door grote groepen Roma op het vliegtuig naar Roemenië en Bulgarije te zetten. Europees commissaris Reding vergelijkt de Franse uitzetting met nazipraktijken. De Commissie start een inbreukprocedure, zeer tegen de zin van Frankrijk.

Mensenrechtenorganisaties vinden het verre van voldoende. De Commissie rekent Frankrijk af op de schending van de ‘vrijebewegingsrichtlijn’ en niet van de ras- en gelijkheidsrichtlijn. ‘We keken naar het uitzetten van groepen in plaats van individuen. Dat is in feite al een schending van fundamentele rechten in de EU’, verklaart Newman deze keuze. Qua discriminatie heeft Frankrijk de EU-wetten goed geïmplementeerd. Het is nu aan de Franse gerechtshoven om ervoor te zorgen dat Frankrijk zich daaraan houdt. ‘De commissie kan geen fundamental rights supercop zijn.’

Meyer schudt het hoofd. ‘De commissie doet om de haverklap inbreukprocedures op economisch terrein. Dus het kan wel. Blijkbaar is discriminatie en anti-gypsiism een veel heter politiek hangijzer dan dat wij kunnen bevroeden.’

Geen politieke prioriteit

Ook als het gaat om de bestrijding van de weergaloze armoede ligt de crux van het probleem bij de lidstaten, verduidelijkt Newman nog maar eens. Het ultieme bewijs hiervoor is, zo meent hij, de ‘lage absorptiegraad’ van de EU-subsidies bedoeld voor Roma. ‘Er zijn miljarden euro’s voorhanden, maar slechts een deel wordt aangevraagd. Roma zijn geen politieke prioriteit.’

Maar landen zoals Slowakije, Roemenië en Bulgarije zijn arm. Die moeten het echt hebben van de bedragen uit Brussel. En wat daar voor Roma gereserveerd wordt, is peanuts, meent onder meer Valeriu Nicolae, zelf Rom en directeur van het Policy Center for Roma and Minorities. ‘Roemenië kreeg voor de periode 2007-2013 zo’n 230 miljoen euro. We hebben een miljoen Roma. Dat is nog geen 20 cent per Rom per dag.’ En zelfs al zou Roemenië het geld krijgen dat in Brussel op de plank ligt, dan nog is het te weinig. ‘Ik weet zeker dat het bedrag dat de Unie spendeert aan schapen en koeien via de agrarische fondsen 100 keer hoger is.’

Scepsis over de bereidheid van de Brusselse top is er ook in het Europees Parlement. Want als dat weerbarstige gedrag van de lidstaten zo’n barrière is, waarom installeert de Commissie dan geen eurocommissaris voor minderheden? Zodat Brussel wel beleidsmaatregelen kan afdwingen middels een echte Europese strategie? Vooral de sociaaldemocratische fractie hamerde daar ettelijke keren op. Zonder resultaat. Wiersma voert het antwoord terug op een ‘stammenstrijd’ binnen de Commissie. ‘Lidstaten zijn bang dat zo’n commissaris zich ook gaat bemoeien met de Hongaren in Roemenië of de Basken in Spanje.’

Hongaars Europarlementslid Kinga Göncz stipt een andere ‘begrijpelijke’ angst aan. ‘Landen zouden dan kunnen denken: “Ha fijn, dan doet Brussel het.” Ik kan me voorstellen dat de Commissie daar niet volledig verantwoordelijk voor wil zijn.’

Een Europees kader

Sinds de drama’s in Italië en Frankrijk beweegt de Unie. Er komen bijeenkomsten, congressen en rapporten. Tijdens het Hongaarse voorzitterschap van Viktor Orban wordt in april 2011 op het hoogste niveau, de Europese Raad, besloten tot een ‘EU Framework for National Roma Integration Strategies’. Deze maand bekijkt de Commissie wat de 27 lidstaten daarvan gemaakt hebben.

Livia Jaroka – het enige Europees Parlementslid van Roma-afkomst en lid van Orbans partij Fidesz – ziet het kader als dé kans op verbetering. ‘We veranderden het paradigma compleet. Zomaar de Roma helpen, doen politici niet. We wijzen ze nu op de sociaaleconomische baten.’ Ofwel: geef Roma werk en ze leveren wat op in plaats van dat ze wat kosten. Het is, denkt Jaroka, een argument dat regeringen wél aanspreekt.

Toch is er veel scepsis. Wederom legt de Commissie de oplossing bij de lidstaten, menen zowat alle Roma-activisten en een deel van het Europarlement. Zie het ‘Nationale’ in het ‘Kader’. Het kader is gebaseerd op de pijlers arbeid, huisvesting, educatie en gezondheid, thema’s waarvoor de Commissie helemaal geen bevoegdheden heeft. En juist antidiscriminatie, waarover de Commissie wel de bevoegdheid heeft, is een ondergeschoven kindje. Opmerkelijk is tevens dat de eurocommissaris voor Mensenrechten, Viviane Reding, eindverantwoordelijk is.

Redings woordvoerder Newman legt die cryptische constructie uit door te wijzen naar de aanwezigheid van discriminatie in de nationale wetten. ‘Als iemand geen werk krijgt vanwege zijn etnische afkomst, dan wordt dat eerst op nationaal niveau uitgezocht. Schort het aan nationale wetgeving, dan vult bestaande EU-wetgeving de tekorten aan.’ Is dat voldoende stok om mee te slaan? ‘Dit is besloten op het hoogste politieke niveau. Alle landen stemden ermee in.’

Hoe dat in de praktijk kan uitpakken, toont het huidige Hongarije. Want terwijl Viktor Orban op Europees niveau het beste jongetje van de klas is, scoort de Hongaarse premier in eigen land ondermaats. ‘Bijna alle nieuwe maatregelen druisen in tegen Roma-integratie’, zegt Rob Kushen van het ERRC. ‘Zo verlaagde de regering onlangs de leerplichtleeftijd. Waardoor Romakinderen sneller van school af kunnen, zonder enige restrictie. En zo kan ik meer voorbeelden noemen.’

Het geeft aan, zo zegt hij, hoe extreem moeilijk het is om in het huidige klimaat iets voor Roma gedaan te krijgen. Orban heeft in Hongarije immers zoals andere Europese landen te maken met een rechts-extremistische oppositie in het parlement: Jobbik, een partij die openlijk anti-Roma is en flink populair onder de bevolking.

Maar dat betekent niet dat je dan maar op die sentimenten mee moet surfen. Kushen: ‘Democratie is niet enkel wat de meerderheid wil, het gaat ook om het beschermen van de rechten van minderheden. Maar dat lijkt Orban niet te begrijpen.’ Het is precies waar Havel in 1993 voor waarschuwde.

Dit project kwam tot stand met financiële steun van het Fonds Pascal Decroos.

LEES OOK

© Floris Van Cauwelaert
Hoe zorgen we ervoor dat onze maatschappij en economie zowel groener als sociaal rechtvaardiger worden? Hoe meet je die vooruitgang?
© Bunderachiv (CC0)
In het voorbije jaar zijn de herinneringen van oostfronters weer een stuk aanvaardbaarder gemaakt voor het brede publiek.
© Reuters
Deals om migratie aan banden te leggen, onverwachte topontmoetingen en polemische uitspraken, de Europese leiders zijn de voorbije maanden overijverig geweest in het dossier Libië.
Mstyslav Chernov (CC BY-SA 4.0)
De nieuwe terreurwet die op 3 oktober 2017 gestemd werd in het Franse parlement, geeft politiediensten meer vrijheid om autonoom maatregelen te treffen in de strijd tegen terrorisme.