Europa moet Colombia redden

De intense verwevenheid tussen de paramilitaire belangen en de officiële regeringspolitiek in Colombia brengt de EU in een lastig parket. Colombiaanse mensenrechtengroeperingen vragen met aandrang dat de EU tussenkomt om de democratie in hun land veilig te stellen en een politieke oplossing te vinden voor het conflict.
De ernst van de situatie in Irak en in Darfoer heeft het conflict in Colombia uit de internationale aandacht gewerkt. Dat is vreemd voor een land waar de voorbije tien jaar 23.700 politici en activisten vermoord werden en waar duizenden mensen vermist zijn. Wat begon als een linkse, gewapende opstand tegen een politiek systeem dat altijd dezelfde elites toegang bood tot de rijkdommen van het land, liep uit de hand in een spiraal van geweld waarin rechtse doodseskaders, paramilitaire groeperingen, het leger en drugskartels meer dan hun bijdragen leverden. De grens tussen ideologisch en crimineel geweld vervaagde en het land telt intussen 3,5 miljoen vluchtelingen. In 2006 werden 72 syndicalisten uit de weg geruimd, waardoor Colombia het meest gevaarlijke land voor vakbondsleiders is.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het grootste aantal slachtoffers op rekening van de paramilitaire groeperingen geschreven moet worden. Zelfs de VS zien de jongste maanden in het opereren van die para’s een reden om een nieuw pakket financiële steun aan het land in te houden. Toch verklaarde Europees Commissaris Benita Ferrero-Waldner in een interview in de Spaanse krant El País en de Colombiaanse krant El Tiempo van 16 april dat ‘de EU over zulke interne thema’s geen waardeoordeel uitspreekt’ en dat de Unie het proces, ingezet door de president, moet ondersteunen. Ze deed die verklaring precies op het ogenblik dat in het EU-parlement in Brussel op een internationale Colombia-conferentie aandacht werd gevraagd voor de mensenrechten en de rechtsstaat, die ernstig worden bedreigd. De EU commissaris bracht in die dagen haar eerste bezoek aan het land, om aan regeringsfunctionarissen de nieuwe strategie voor samenwerking van de Commissie en het daaraan gekoppelde budget voor te leggen. Het nieuwe hulppakket voor 2007-2013 is goed voor een totaal bedrag van meer dan 160 miljoen euro en is vooral gericht op initiatieven voor vrede, stabiliteit en economische samenwerking. 

Colombia’s  paragate


President Alvaro Uribe Vélez, die half 2006 aan een tweede ambtstermijn is begonnen, is in een lastig parket geraakt nu het bewijzen regent van de nauwe banden tussen zijn regering en de paramilitairen. Negen leden van het Congres zitten sinds enkele maanden achter de tralies, beschuldigd van banden met de paramilitaire groepering AUC (Autodefensas Unidas de Colombia). Bijna allen zijn het leden van de partij van de president en waren ze in hun regio trekkers voor zijn herverkiezing. Onder de gevangenen bevinden zich kopstukken zoals de directeur van de Colombiaanse veiligheidsdienst, Jorge Noguera. Hij is een persoonlijke vriend van Uribe en was campagneleider voor zijn partij in het departement Magdalena Medio bij de eerste verkiezingen in 2002.
Onderzoek wijst uit dat Noguera ook de man is die de lijst beheerde met namen van uit te schakelen syndicalisten en die doorspeelde aan de huurmoordenaars. In hetzelfde departement zit ook de gouverneur in de gevangenis omwille van banden met de doodseskaders. Een aantal weken geleden werd de minister van Buitenlandse Zaken, Maria Consuelo Araújo Castro, tot ontslag gedwongen, omwille van de band van haar broer en haar vader met de paramilitairen. Haar broer, die parlementslid was, zit momenteel in de gevangenis. Haar vader is op de loop gegaan voor het gerecht. De leiders van de doodseskaders hebben overigens zelf publiek toegegeven dat vijfendertig procent van het Colombiaanse parlement banden heeft met hun groeperingen. Omwille van de omvang van het fenomeen spreekt de Colombiaanse pers van een ware “para-politiek” die de staat in haar greep heeft.

Schijnbeweging


De nauwe band tussen president Uribe en de paramilitairen is al lang een publiek geheim. De zaak is in een stroomversnelling geraakt door de inbeslagname van de computer van een zekere Rodrigo Tovar, alias Jorge 40, leider van de paramilitaire groep van het Noordelijk Blok. Die bevatte in het ledenbestand de namen van een hele reeks publieke functionarissen: politici, rechters en personeel van veiligheidsdiensten. Al van eind 2001 vragen de VS aan de Colombiaanse regering, toen nog onder leiding van president Pastrana, iets te ondernemen tegen de kopstukken van de AUC omwille van hun rol in de drugsmaffia. Meer bepaald hadden de VS graag de uitlevering gehad van Carlos Castaño en Salvatore Mancuso, de twee kopstukken. Die uitlevering is niet doorgegaan omdat Colombiaanse belangengroepen dit tegenhielden. In ruil beloofde de toen pas aangetreden president Uribe te zullen onderhandelen met de paramilitairen, als een cruciale speler in het gewapend conflict.
President Pastrana (1998-2002) had geprobeerd te onderhandelen met de FARC, de grootste guerrillagroep, wat faliekant mislukte. Uribe zou het anders aanpakken en met de paramilitairen onderhandelen. Die onderhandelingen, opgestart in 2002, zijn officieel beëindigd in juli 2005 en bezegeld met de Wet van Gerechtigheid en Vrede in september 2005, een wet over ontwapening en reïntegratie in de samenleving. In totaal zijn bij die operatie 30.000 paramilitairen ontwapend en werden 17.000 wapens ingeleverd.
Iván Cepeda, van de Nationale Beweging voor Slachtoffers van Misdaden vanwege de Staat, en aanwezig op de Conferentie in het EU-parlement, staat bijzonder sceptisch tegenover de operatie. ‘Ze hebben hun wapens ingeleverd, maar de territoria die ze ten koste van duizenden mensenlevens hebben ingepalmd, hebben ze niet teruggegeven. Hun controle over de cruciale regio’s in het land is intact gebleven. Hun kapitaal –op buitenlandse rekeningen in Europa en in fiscale paradijzen– is niet aangetast en hun controle over illegale geldstromen ongemoeid gelaten.’
Cepeda vreest dat de onderhandelingen enkel moesten zorgen voor straffeloosheid voor het geweld van de paramilitairen uit het verleden en om hen probleemloos te integreren in het staatsbestel. De Missie van de Organisatie van Amerikaanse Staten die het ontwapeningsproces moest monitoren meldt bovendien het bestaan van nieuwe paramilitaire groeperingen en voortgezette criminele activiteiten. Sinds de start van de onderhandelingen zijn er alweer 3000 moorden en verdwijningen geregistreerd onder hun verantwoordelijkheid. 

Olie of Vrede


Volgens Iván Cepeda geraakt het paramilitarisme niet uitgeroeid omdat het in wezen een economisch project is. Hij verwijst in dat verband naar een politiek pact tussen belangrijke elites in het land en de paramilitaire groeperingen die de kandidatuur van president Uribe gesteund hebben. Concreet gaat het om het Pact van Santa Fe de Ralito, getekend op 23 juli 2001. Het Pact is publiek bekend geworden op 22 januari dit jaar, door bekentenissen van Salvatore Mancuso, de intussen gevangen genomen opperste leider van de AUC. ‘Diezelfde Mancuso trouwens,’ benadrukt Cepeda, ‘die via zijn  familiebanden in Italië de cocahandel naar Europa coördineerde.’
Henri Ramírez, van de Colombiaanse Commissie Rechtvaardigheid en Vrede, was één van de Colombiaanse deelnemers aan een tweede zitting in het Europees Parlement op 9 mei. Hij komt uit het noordoosten, waar leger, paramilitairen én guerrilla lelijk huis gehouden hebben. Hij getuigde over de manier waarop het Pact terplekke uitgevoerd werd. ‘Vicente Castaño, broer van de beruchte broers Carlos en Fidel Castaño (van hetzelfde noordelijke paramilitaire blok), publiceerde in de Colombiaanse krant El Tiempo een advertentie om investeerders te lokken. Want, zo stelde Castaño in de advertentie, aqui vamos a hacer billete – hier is grof geld te verdienen.
De weg voor die winstverwachting werd gebaand door zijn paramilitaire mannen. Die trokken naar de boerengemeenschappen met één duidelijke boodschap: ‘Ofwel onderhandel je nu meteen om je grond te verkopen, ofwel onderhandelen we met de weduwe.’ In die regio is vandaag 25.000 ha beplant met Afrikaanse palm. President Uribe heeft al bij verschillende gelegenheden aangekondigd dat hij zes miljoen ha wil bezaaien met Afrikaanse palm, dé cashcrop van het moment. Tachtig procent van de export van die Colombiaanse palmolie is bestemd voor de Europese markt. Commissaris Benita Ferrero-Waldner heeft wel degelijk belangen te verdedigen.   

Het Goed Bestuur van de EU


Sommige Europarlementsleden zitten verveeld met de situatie. Alain Lipietz, van de Europese Groenen, is vooral bezorgd om de kwestie van de Afrikaanse palm. Voor Europa is de aanvoer hiervan erg belangrijk in het licht van de beslissing dat tegen 2020 20 procent van de brandstof voor transport uit biobrandstof moet bestaan.
Richard Howard, EU-parlementslid voor de socialistische fractie,dringt vooral aan op een evaluatie van de Europese hulp. ‘De EU steunt 29 projecten in Colombia. Er is dringend een onderzoek nodig naar de impact van deze projecten en naar de eindbestemming van de financiële ondersteuning’, aldus Howard. Ook de drie “Vredeslaboratoria” die de EU steunt, moeten dringend geëvalueerd worden. Deze vredesexperimenten, in drie verschillende regio’s van het land, zijn het Europese alternatief voor het zogenaamde Plan Colombia dat een overwegend militair plan is, gepromoot vanuit de VS. Er zijn echter indicaties dat ook in de regio’s die de EU steunt nog steeds illegale groepen actief zijn. Jens Holm, van de Europese Unitair Linkse Confederatie, en Raúl Romeva van de Europese Groenen vragen een voorlopige stopzetting van de onderhandelingen over het Associatieakkoord tussen de EU en de Andeslanden, waaronder ook Colombia.
Colombiaanse mensenrechtengroeperingen in de EU en in Colombiza zelf, samen met politieke oppositie van de Polo Democratico en de katholieke commissie Rechtvaardigheid en Vrede, dringen bij de EU aan op een ontmanteling van de para-politiek en een politieke in plaats van een militaire oplossing voor het aanslepend conflict. Zo’n politieke oplossing zou moeten beginnen met een humanitair akkoord dat door de regering, het leger, de paramilitairen en de guerrillagroeperingen ELN en FARC wordt afgesloten. Zo’n akkoord behelst in eerste instantie het vrijgeven van de gegijzelden door paramilitairen en guerrilla en de politieke gevangenen door de staat. Ook de familieleden van de gegijzelden – de FARC zou 765 mensen vasthouden, het ELN 410– dringen steeds luider aan op een oplossing. Terwijl president Uribe daar een jaar geleden nog absoluut niet over wilde spreken, lijken er nu stilaan openingen te komen.
In oktober worden er lokale verkiezingen gehouden. De internationale gemeenschap zal mee moeten toekijken dat die niet uitmonden in een nieuw bloedbad door elke stem van de oppositie in bloedvergieten te smoren. Want ook dat hebben ze in Colombia al eens meegemaakt. De EU heeft in Colombia een verantwoordelijkheid op te nemen, zoals ze dat in het verleden ook in Centraal-Amerika heeft gedaan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.