Dossier: 

Europa's bevriende schurkenstaat

Oezbeeks dictator Islam Karimov bezoekt Europese Unie en NAVO in Brussel

Begin volgende week komt de Oezbeekse dictator Islam Karimov naar Brussel voor ontmoetingen met de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissievoorzitter Barosso, en de NAVO. Een groter contrast als dat tussen de égards voor een Karimov en de pariastatus waarmee andere, en zeker geen ergere, dictators als de Witrus Loekasjenko werden bedacht, is moeilijk denkbaar.

  • Reuters Oezbeeks president Islam Karimov Reuters

Oezbeekse Bouazizi

De media besteedden er destijds nauwelijks aandacht aan. Maar in maart 2007 had Oezbekistan een eigen versie van Mohammed Bouazizi, de jonge Tunesische werkloze die zich in brand stak. Ze heette Hadisja Aripova, een weduwe en moeder van twee die aan de kost kwam als marktkraamster in de Kök Bazar-markt in de stad Jizak. Ze stak zich wanhopig in brand nadat haar goederen door de politie in beslag waren genomen en haar gezin zonder inkomen zat. Net als Bouazizi haalde Aripova het niet. Ze werd 38. Dat Aripovas gruwelijk einde niet tot grootschalige protesten leidde zoals in Tunesië had een reden: amper twee jaar voordien werden in Andizjan, een andere Oezbeekse stad, honderden betogers neergeschoten door Karimovs elitetroepen. Als afrader kon dat tellen. De agenten die Aripova hadden aangepakt werden geschorst. Maar de maatschappelijke toestand die het voorval in de hand werkten, zijn nog steeds kenmerkend voor het Oezbekistan van Karimov.

Karimov kwam in 1989 aan het hoofd van de communistische partij in wat toen nog de Sovjetrepubliek Oezbekistan was en bleef na de onafhankelijkheid van Oezbekistan eind 1991 aan de macht. Sindsdien leidt hij één van de hardste politiestaten in Eurazië. Zijn regime houdt het land inderdaad stabiel en rustig, maar tot welke prijs en ten koste van wie? Ook al laten we sommige clichés die zo nu en dan herkauwd worden door de media beter voor wat ze zijn, het leven in Oezbekistan is voor de meerderheid van de bevolking geen pretje. Het buitenwerken van buitenlandse ngo’s en het muilkorven van de media is lang niet het meest frustrerende.

Dat het regime ondanks de ronkende verklaringen die men op internationale conferenties wil horen, in wezen een meedogenloos politieregime is met kampen voor politieke gevangenen, folteringen, arrestaties op grond van gefabriceerde bewijzen en het aanpakken van familieleden van verdachten, is naderhand gekend onder iedereen die de regio iets of wat volgt. Samen met het verklikkingsysteem dat door de geheime dienst is opgezet en vaak tot in de gezinnen vertakt is, draagt dat bij tot een cultuur van angst en achterdocht die de samenleving langzaam ontwricht. Een occasionele bezoeker merkt het niet altijd of niet meteen, want de meeste mensen blijven hartelijk. Maar het is realiteit.

Familiebedrijf

‘De politiestaat en de plaatselijke elites van de Sovjet-Unie zijn er nog altijd in Oezbekistan’, zei een plaatselijke kennis ooit. ‘De sociale verwezenlijkingen en de bescherming die het Sovjet-communisme bracht, zijn verdwenen’. Daar komt het zowat op neer. Het gros van de economie van het land, van katoen en aardgas over telefoonmaatschappijen tot en met lokale markten, zijn in handen van de presidentiële familie, haar entourage en provinciesatrapen. Dit verloopt via persoonlijke netwerken waarin Karimovs oudste dochter Gulnara een grote rol speelt, pseudoprivatiseringen en het misbruiken van de staatsinstellingen en justitie om elk economisch leven daarbuiten te fnuiken.

Verschillende buitenlandse investeerders zijn in dit kluwen gegijzeld of op hun bek gegaan. Erger voor de samenleving van Oezbekistan is dat veel economisch initiatief, dat niet onder controle staat van het regime en haar entourage, onmogelijk wordt gemaakt. Op die manier wordt een flink deel van de bevolking in de armoede en al dan niet verdoken werkloosheid gehouden, ondanks de flitsende officiële statistieken en façade. Veel Oezbeken, vooral mannen en ook hoger opgeleiden, stemmen dan ook noodgedwongen met de voeten en verdienen hun brood als gastarbeider in Rusland, Kazachstan en in mindere mate in Oekraïne. Het geld dat ze naar huis sturen, vormt intussen één van de voornaamste financiële levenslijnen voor talloze families. Daar koopt het regime tijd mee.

Toeristen die zich vergapen aan de historische architectuur van Samarkand en andere Zijderoutesteden en geen lokale taal spreken krijgen daar weinig van te zien. Ook de goed omkaderde delegaties van buitenlandse excellenties, parlementairen en internationale ontwikkelingsbanken krijgen niet meer te zien en te horen dan wat het regime wil. Dat regime gebruikt trouwens ook het toerisme om zich internationaal te verkopen als stabiel land met een “heel gematigde islam”. Bij sommigen, inclusief figuren die beter zouden moeten weten, lukt dat nog ook. ‘Wat is het probleem in Oezbekistan? Het was daar proper en goed georganiseerd en bier hadden ze overal.’

Heeft Karimov dan helemaal geen steun in Oezbekistan buiten zijn repressieapparaat en het kleine percentage geprivilegieerden? Toch wel. Zijn regime teert vooral op de onzekerheid voor wat er al dan niet na komt én op het spookbeeld van oorlog zoals die in buurland Tadzjikistan in de jaren negentig en in Afghanistan vandaag. Sommige etnische en religieuze minderheden zijn bang om het mikpunt van volkswoede te worden als met de val van Karimov chaos uitbreekt. Anderen geloven de lijn van het regime dat de islamisten komen als Karimov gaat of hebben respect voor Karimovs loopbaan van provinciejongen van eenvoudige afkomst tot partijleider en president. Over hoeveel procent van de bevolking het precies gaat is moeilijk te vatten, misschien een kwart.

Eén les uit Tunesië die ooit van toepassing zou kunnen zijn voor Oezbekistan is dat moslims ook wel eens oprecht gefrustreerd en woedend kunnen zijn zonder dat er een mondiaal islamistisch complot achter zit

Broeinest van islamisme?

Het probleem is, dat er niet meteen een echt alternatief klaar staat, of toch geen dat de internationale goegemeente graag zou zien. De seculiere oppositie is, deels door het regime en deels door haar eigen gebreken en verdeeldheid, zo goed als dood. De oppositieleiders die op het einde van de jaren tachtig en begin jaren negentig actief waren, leven al lang in het buitenland en hebben geen echte basis meer in Oezbekistan zelf. Anderen leiden een marginaal bestaan als dissident. Een recentere lichting seculiere opposanten zijn figuren die deel uitmaakten van het regime maar pas opposant werden nadat ze om de één of andere reden in ongenade vielen ─ zoals een Oezbeeks contact het uitdrukte, “echt niet het soort waarvoor de mensen de gevangenis of de dood willen riskeren.”

Er zijn wel wat men “protesten in de alledaagsheid” zou kunnen noemen, bijvoorbeeld gedupeerden van willekeurige onteigeningen of het sluiten van een bazaar. Maar die zijn heel lokaal en even snel onder de mat geveegd. Blijven nog “de islamisten”, waar het regime graag mee uitpakt om zichzelf te rechtvaardigen. Echte en even vaak vermeende islamisten en dissidente moslims maken het gros uit van de politieke gevangenen. Dat het islamisme in Oezbekistan een puur verzinsel zou zijn van het regime, zoals sommigen beweren, is ook niet waar. Men moet wel de aard en proporties van het fenomeen bekijken.

De gewapende islamistische groepen die zich sinds eind jaren negentig af en toe manifesteerden, vonden nauwelijks steun onder de bevolking. De meeste geviseerden in Karimovs “antiterreurbeleid” zijn gelovige moslims die in opstand kwamen door de sociale toestand en het machtsmisbruik in hun land, geen vertrouwen hebben in officiële imams die het regime bewieroken, of die door de overheid gewoon als “te praktiserend” worden beschouwd. Eén les uit Tunesië die ooit van toepassing zou kunnen zijn voor Oezbekistan is dat moslims ook wel eens oprecht gefrustreerd en woedend kunnen zijn zonder dat er een mondiaal islamistisch complot achter zit.

Zwijgen voor de vrede

Na de slachting in Andizjan stelde de EU een wapenembargo in en kregen verschillende kopstukken van de veiligheiddiensten een Europees inreisverbod dat nauwelijks ernstig werd genomen. Het is natuurlijk heel verleidelijk om meteen over “grondstoffen” te beginnen. Oezbekistan heeft immers aardgas en olie. Dat speelt natuurlijk ook – heel toevallig ontmoet Karimov ook Europees Commissaris voor Energie Oettinger– maar de echte hoeveelheden aan gas en olie zijn niet duidelijk. De bodemrijkdommen vormen eerder een stuk van een rookgordijn dat het regime al jaren optrekt om de buitenwereld in de waan te laten dat deze Oezbekistan en zijn regime op termijn meer nodig heeft dan omgekeerd. Oezbekistan behoort wel tot de grootste katoenproducenten ter wereld, en er is veel kans dat u momenteel iets draagt dat van katoen uit Oezbekistan gemaakt is. Het regime profiteert van de stijgende katoenprijzen. De katoen- en textielbelangen leverden het regime trouwens ook in Vlaanderen politieke vrienden op, zoals het stadbestuur van Kortrijk dat al jaren een warme ‘stedenband’ met dat van Tasjkent heeft.

Oezbekistan is belangrijk in de zogenaamde oorlog tegen de terreur. Net als Ben Ali in Tunesië, geniet Karimov internationaal stilletjes het voordeel van de twijfel omdat hij er ten minste “de islamisten” onder houdt. Het grondgebied van Oezbekistan en het grensstadje Termez vormen ook een schakel in de noordelijke bevoorradingsroute voor de westerse coalitietroepen in buurland Afghanistan. Zo worden onder meer de Belgische en Duitse troepen in Kunduz en de basis van Bagram vanuit Oezbekistan bevoorraad. Niet dat de samenwerking met het Oezbeekse regime van een leien dakje loopt. Het regime buit gewoon haar strategisch belang maximaal uit, zeker nu de konvooien via Pakistan, de Khyberpas en Kandahar, de belangrijkste bevoorradingswegen van de coalitie, in toenemende mate het mikpunt zijn van de Taliban-guerrilla.

En wat nu?

Er circuleert momenteel een grap dat Karimov tijdens zijn bezoek aan Brussel villa’s gaat bekijken voor als hij in ballingschap moet. Dat de EU, en het Westen in het algemeen, door ‘constructieve samenwerking’ een positieve invloed kan hebben op het regime wordt door de bevolking en de opinie in Oezbekistan en Eurazië nauwelijks nog ernstig genomen. Ook al zitten sommige EU-kringen binnenskamers verveeld met Karimovs komst en zal er wat obligaat gewriemel zijn over de mensenrechten, hij wordt alleszins hier ontvangen. Het regime zal niet nalaten om dat in haar propaganda te verdraaien tot een knieval en erkenning. Sommigen gaan er van uit dat Karimov, die 73 is, binnen afzienbare tijd vanzelf het loodje legt en dat men in afwachting dus best contact houdt met Oezbekistan. In dat opzicht valt de houding tegenover Karimov nog te plaatsten.

Veel hangt af van hoe de machtwissel, die er vroeg of laat in Oezbekistan gaat komen, zal verlopen. Net als het regime is dat even ondoorzichtig als onvoorspelbaar. Karimov kan het nog jaren uitzingen en is een meester in het tegen elkaar uitspelen en in de luren leggen van buitenlandse geïnteresseerden, wat trouwens meer zegt over laatstgenoemden dan over Karimov. Zijn glamourdochter Gulnara, momenteel ambassadrice in Madrid en bij de VN en vaak getipt als opvolgster van haar vader, wordt uitgespuwd, niet alleen door de bevolking maar ook door een deel van de elite. Voor de rest kan alles: van bloedige chaos tot een rustige paleiscoup waarbij een tot dan onbekende figuur de macht overneemt. De EU zal even realistisch moeten omgaan met de gevolgen als de dingen toch niet lopen zoals men hoopte.

Bruno De Cordier werkt voor de Conflict Research Group van de Universiteit Gent.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur