Europa's klimaatbeleid: alles kan beter

Van 1 tot 12 december komen milieu- en klimaatministers van 190 landen, onderzoekers en ngo-delegaties samen in het Poolse Poznán. Het is de laatste grote bijeenkomst in het stappenplan naar de conferentie van Kopenhagen in december 2009, waar een post-Kyotoprotocol moet vorm krijgen.
De grote lijnen van het klimaatpakket staan niet meer ter discussie: tegen 2020 moet de CO2-uitstoot met twintig procent naar beneden door energievermindering, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.
Wel is de discussie over de uiteindelijke verdeling van de laste, en de verschillende manieren waarop de nodige reductie behaald kan worden, omwille van de financiële crisis uitgesteld tot december. Een slechte zaak, vinden velen, want met dit uitstel verzwakt Europa –zelfverklaarde voortrekker in het internationale klimaatbeleid– haar positie aan de onderhandelingstafel in Poznán.

Europa’s wankelende klimaatpolitiek


Tegen het einde van het jaar moet duidelijk worden welke inspanning de verschillende Europese landen moeten leveren tegen 2020, en hoeveel procent de diverse sectoren moeten realiseren die deel uitmaken van het emissiehandelssysteem –de energiesector, de chemische industrie, de voedingsindustrie en de luchtvaart.
Een heet hangijzer op dit moment is het toekennen van die emissierechten. In de huidige fase van het Kyotoprotocol hebben bedrijven die gratis gekregen. In het voorstel dat nu voorligt, zouden bedrijven hiervoor moeten betalen vanaf 2013, maar dat principe wordt steeds dieper ondergraven. De Europese industrie vreest namelijk dat als ze emissierechten moet kopen, ze haar concurrentiekracht zal verliezen aan landen net over de grens die deze meerkost niet hoeven te betalen. En dus is de druk groot om een aanzienlijk deel van die emissierechten gratis te blijven toekennen.
Een ander discussiepunt is hoe die reductiedoelstellingen gehaald moeten worden: hoeveel procent door eigen inspanningen en hoeveel door het toepassen van flexibele mechanismen zoals de Clean Development Mechanisms? In het huidige kader 2008-2012 moeten landen een ‘significant deel’ realiseren door eigen inspanningen, wat werd geïnterpreteerd als minstens de helft. In de onderhandelingen voor de periode 2013-2020 werd voorgesteld om 55 procent zelf te realiseren en maximaal 45 procent te halen via flexibele mechanismen. Sommige landen dingen daar nu op af en willen zelfs minder dan de helft zelf realiseren.
Een hoog percentage voor flexibele mechanismen is geen goede zaak, omdat zowel het emissiehandelssysteem als de Clean Development Mechanisms ook ter discussie staan omdat ze vaak op termijn niet bijdragen tot CO2-reductie. Het uitklaren hiervan is een onderdeel van de agenda in Poznán.
Discussiepunten die in Europa nog op tafel liggen, zijn hoe de scheepvaart betrokken kan worden en op welke manier ook andere broeikasgassen kunnen ingeperkt worden met regelgeving. Voor Bram Claeys van BBL is het rekken van die discussies een duidelijk gebrek aan politiek leiderschap bij de EU. Federaal energieminister Paul Magnette deelt die mening. Op het seminarie van Friends of Europe stelde hij: ‘We discussiëren hier over de vraag of Europa anderen kan overtuigen met haar klimaatbeleid. Maar de eerste vraag is eigenlijk of Europa zelf wel overtuigd is.’  

China, India en de anderen 


Dat Europa met zo’n onbeslist pakket naar Poznán trekt is om verschillende redenen problematisch. Het is het Poolse milieuministerie dat de conferentie zal voorzitten en uitgerekend Polen heeft, samen met Italië en Tsjechië, de laatste maanden felle weerstand  geboden tegen een sterk klimaatbeleid, met als argument dat de financiële crisis dit niet toelaat.
Bovendien wordt in januari het EU-voorzitterschap overgedragen aan de president van Tsjechië, die het probleem van de globale opwarming en het feit dat die veroorzaakt is door menselijke activiteiten zelfs in twijfel trekt. De eerste helft van 2009 valt er met andere woorden geen performant Europees klimaatbeleid te verwachten. Nochtans stelt het WWF-rapport Climate change: faster, stronger, sooner, op 20 oktober gelanceerd, dat het klimaat sneller verandert dan het VN-Klimaatpanel eerder berekende.
De CO2-reductie met twintig procent die Europa heeft vooropgesteld, is ondermaats, vindt ook klimaatexpert Jean-Pascal Van Ypersele, ondervoorzitter van het VN-Klimaatpanel: ‘Als Europa mikt op een temperatuursstijging van niet meer dan twee graden Celsius, dan nog moeten we de uitstoot tegen 2020 verminderen met 25 tot 40 procent in vergelijking met 1990. Een uitstootvermindering van twintig procent is niet voldoende.’
Het goede nieuws is dat er constructieve voorstellen voor een nieuw akkoord op tafel liggen, zij het van landen buiten de EU. Zo hebben Zuid-Afrika en Zuid-Korea als eerste ontwikkelingslanden een plan opgesteld met duidelijke doelstellingen voor emissiereductie tegen 2030. De Filipijnse regering keurde begin oktober een wet goed over hernieuwbare energie, de Renewable Energy Act.
Ze wil het aandeel hernieuwbare energie, afkomstig van zonne-, wind en getijdenenergie, en uit biomassa of waterkracht, optrekken van 0,16 procent naar 41 procent. Hiermee zou het land drie miljard dollar kunnen uitsparen op de energiefactuur –geld waarmee 17 miljoen kinderen naar school kunnen, 250.000 klaslokalen en 135.000 gezondheidscentra gebouwd kunnen worden, drie miljoen families gevoed kunnen worden en waarmee in de rurale regio’s een wegennetwerk van 38.000 kilometer betaald kan worden.
In november 2006 publiceerde het Center for Clean Air Policy Greenhouse Gas Mitigation in Brazil, China and India: Scenarios and Opportunities Through 2025, een rapport over de unilaterale acties die de landen in kwestie ondernemen om in eigen land de CO2-emissies te reduceren. De gezamenlijke emissiereducties van deze drie landen zullen meer opleveren dan de reducties onder het Kyototprotocol, de reductievoornemens van de EU en de verwachte reducties in de huidige VS-voorstellen tegen 2015.

We discussiëren over de vraag of Europa anderen kan overtuigen met haar klimaatbeleid. Maar de eerste vraag is of Europa zelf wel overtuigd is.
Weg met Kyoto?


Gezien de hoogdringendheid van het klimaatprobleem en de immense traagheid van de onderhandelingen, vragen sommige onderzoekers zich af of de aanpak niet grondig anders moet. Ook Aviel Verbruggen, professor aan de Universiteit van Antwerpen en energiedeskundige is die mening toegedaan. In zijn nieuwste boek De ware energiefactuur pleit hij voor een doorgedreven CO2-taks. Maar Jean-Pascal Van Ypersele vreest dat dat geen haalbare kaart is.
‘Sinds 1990 ligt het idee van een CO2-taks in Europa op tafel. Maar om die erdoor te krijgen, moet er unanimiteit zijn, en die is er nooit geweest. Het blijft belangrijk een internationale aanpak te hebben zoals het Kyotoprotocol, ook al vordert dat proces traag. Het VN-kader is het enige werkbare internationale kader waarover we nu beschikken. Laten we daar dan maar ten volle op inzetten.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.