'Europese ontwikkelingssamenwerking moet effectiever'

De lidstaten van de Europese Unie (EU) moeten effectiever samenwerken op het gebied van ontwikkelingshulp. Dat zei de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne, gisteren tijdens een conferentie in Den Haag.
Van Ardenne pleitte bij de opening van een tweedaagse conferentie van de Society for International Development (SID) voor een speciale EU-afdeling die de ontwikkelingshulp van de vijfentwintig lidstaten ‘screent’ en coördineert. Het is nu onduidelijk wat de afzonderlijke lidstaten aan ontwikkelingshulp doen. Dat moeten we eerst onderzoeken, daarna kan de hulp gecoördineerd en geharmoniseerd worden.

De minister benadrukte echter dat individuele lidstaten in sommige ontwikkelingslanden een voorsprong hebben opgebouwd en dat de EU die lidstaten moet laten doen waar ze goed in zijn.

Europa tekent voor ruim de helft van de wereldwijde ontwikkelingshulp van 57 miljard dollar (ruim 46 miljard euro). Uit EU-fondsen gaat 5,7 miljard euro naar ontwikkelingshulp en de lidstaten geven er gezamenlijk 18,7 miljard euro aan uit. Dat de lidstaten afzonderlijk geld uitgeven en ook bijdragen aan het EU-budget, leidt tot ondoorzichtigheid omdat besluiten over besteding van Europese gelden jaren geleden zijn genomen.

Momenteel wordt gewerkt aan hervorming van de Europese ontwikkelingshulp. Een hervorming die volgens Dieter Frisch, voormalig algemeen directeur ontwikkelingssamenwerking van de Europese Commissie, nieuwe zorgen baart. De EU spreekt over veiligheid als onvoorwaardelijke vereiste voor ontwikkeling. Dat betekent dat Europese gelden onder het mom van ‘ontwikkeling’ uiteindelijk besteed kunnen worden aan terrorismebestrijding.

Niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) uitten ook hun zorg over de aanstaande hervorming. Wij zijn bang dat die in het gunstigste geval uitmondt in een grote chaos en in het slechtste geval ertoe leidt dat de financiering van sommige ontwikkelingsprogramma’s wordt stopgezet, zegt Marta Monteso Cullel, Europees beleidsmedewerker van Stop Aids Alliance.

EU-functionarissen die de afgelopen jaren onze gesprekspartners waren, zijn nu niet meer beschikbaar, zegt Alfred Nhema, uitvoerend secretaris van de Organisation for Social Science Research in oostelijk en zuidelijk Afrika. Nhema ziet dat als een van de gevolgen van de hervorming.

Volgens de Latijns-Amerikaanse ontwikkelingsorganisatie Chorlaví zijn de Europese beleidsmakers weinig geïnteresseerd in de mening van de ontwikkelingslanden. Ik ontving eens een werkdocument dat begon bij pagina 46, zegt Mariano Valderrama uit Peru, adviseur van Chorlaví. Toen ik vroeg waar pagina 1 tot 45 gebleven waren, zei een EU-functionaris dat dat gedeelte voor mij en de andere Peruaanse betrokkenen niet interessant was.

Volgens de afgevaardigden hebben sommige landen alle samenwerking met EU-instituten geblokkeerd. Landen met een sterk soevereiniteitsbesef, zoals India, weigeren met EU-functionarissen te onderhandelen, behalve als de grenzen van de EU-bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden duidelijk worden afgebakend.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift