Ex-kindsoldaat tekent symbool Wereldvluchtelingendag

De tekening heet ‘Omhelzing’ en toont een vrouw die een kind tegen haar borst drukt. De herinnering achtervolgt de voormalige kindsoldaat uit de burgeroorlog in Sudan nog steeds.
“Deze vrouw droeg een baby tegen haar borst, en hield twee andere kinderen bij de hand. Op de vlucht voor de gevechten kwam ze mij en mijn maat tegen. Ze huilde, smeekte ons niet te schieten. Maar mijn maat schoot haar en haar kinderen dood”, zegt de ex-kindsoldaat die bekend stond als ‘commandant Spoon’.

“Ik huilde echt, en ik richtte mijn geweer op mijn maat: ik wilde hem vermoorden. Hij richtte het zijne op mij, maar onze commandant kwam tussenbeide… Sindsdien is het beeld van die vrouw voor mij altijd bijgebleven.”

Het beeld is nu ook ingeprent in de herinnering van anderen. Het werd gedrukt op de T-shirts van alle deelnemers aan Wereldvluchtelingendag (20 juni) in Kenia, waar de tiener uit Sudan nu woont. Zijn tekening kreeg de tweede prijs in een wedstrijd voor kindvluchtelingen die het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) organiseerde. Honderdtachtig kinderen namen eraan deel.

De bedeesde ex-kindsoldaat vertelt dat de neergeschoten vrouw oranje kleren droeg en de baby aan haar borst paarse. Deze kleuren komen terug in de tekening, die de figuren tegen een zwarte achtergrond plaatst. Hij gebruikte ook rood, de kleur van bloed.

De jongen zegt dat hij de wereld wil laten zien wat in Sudan gebeurde tijdens de 21-jarige burgeroorlog tussen de rebellen van het Sudanse Volksbevrijdingsleger (SPLM/A) en de regering in Khartoem. Volgens de Verenigde Naties stierven tijdens dat conflict zo’n twee miljoen mensen en sloegen er vier miljoen op de vlucht.

Het incident uit ‘Omhelzing’ was maar een van de vele die hij als ‘commandant Spoon’ meemaakte nadat hij door het Volksbevrijdingsleger was gerekruteerd. Hij vluchtte uiteindelijk naar buurland Uganda en later naar Kenia, in 2004. Nu gaat hij naar de Riruta Satellite lagere school in Nairobi.

Na het vredesakkoord dat eind vorig jaar werd gesloten in Zuid-Sudan, heeft Spoon overwogen terug te keren. Maar net als vele anderen vreest hij dat zijn vaderland momenteel weinig toekomstperspectieven biedt. Amper 1.500 vluchtelingen keerden terug in het kader van repatriëring waarmee de UNHCR in december begon. Dat is maar een fractie van alle Sudanese vluchtelingen in Kenia. Alleen al het vluchtelingenkamp Kakuma in noordwest Kenia telt 90.000 vluchtelingen, de meeste uit Sudan.

“Er is geen infrastructuur en er zijn geen scholen”, zei UNHCR-hoofd António Guterres afgelopen weekend in Nairobi. “De internationale gemeenschap moet ingrijpen. We hebben gezien dat het aantal mensen dat terugkeert toeneemt aan het einde van het schooljaar, maar inkrimpt als het weer begint. Vluchtelingen keren terug naar hun asielland omdat daar scholen zijn, zelfs als het in kampen is.” Volgens de VN-organisatie telt Kakuma 30.000 vluchtelingenkinderen die naar de kleuter-, lagere of middelbare school gaan.

Maar het leven in een vluchtelingenkamp is extra zwaar voor kinderen, vooral als ze geen familie bij zich hebben. “We plaatsen deze kinderen onmiddellijk bij een pleegfamilie, maar zelfs dan worden ze vaak seksueel misbruikt of moeten ze kinderarbeid verrichten”, zegt Eva Ayiera van het Keniaanse Vluchtelingennetwerk, een ngo uit Nairobi.

Het thema van de Wereldvluchtelingendag dit jaar was hoop. “Als de tientallen miljoenen vluchtelingen die wij de afgelopen 55 jaar gesteund hebben iets gemeen hebben, dan is het dat ze nooit de hoop opgeven. We krijgen vaak de vraag hoe we de grimmige realiteit van ons werk jaar na jaar aankunnen zonder ontmoedigd te worden. Het antwoord is simpel. Als de vluchtelingen zelf niet opgeven, hoe zouden wij het dan kunnen?”(ADR/JS)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift