Ex-president voor tweede keer op beklaagdenbankje

De Venezolaanse overheid heeft de Dominicaanse
Republiek officieel verzocht Carlos Andrés Pérez uit te leveren. Voor de
tweede maal in zijn leven worden de voormalige president onwettige
financiële praktijken aangewreven. Het boegbeeld van de oppositiepartij
Acción Democrática is een oude vijand van huidig president Hugo Chávez,
maar volgens de Venezolaanse procureur-generaal heeft de zaak geen
politieke dimensie.


De echtgenote van Pérez wordt als medeplichtige beschouwd. Cecilia Matos
verblijft in de Verenigde Staten; de Venezolaanse minister van Buitenlandse
Zaken Luis Alfonso Dávila gaat 15 april de VS ook om haar uitlevering
verzoeken. Dávila bespreekt de zaak-Pérez volgende week op de top van
Rio-groep in Costa Rica met zijn Dominicaanse ambtsgenoot. Als de
Dominicaanse Republiek beslist Pérez uit te leveren, riskeert hij drie jaar
cel, al komt de man door zijn gevorderde leeftijd in aanmerking voor
huisarrest.

De aanklacht voert terug tot een beschuldiging uit 1993. Een grote som die
bedoeld was als steun voor de Nicaraguaanse overheid werd ‘oneigenlijk
gebruikt’, maar van zelfverrijking was niet meteen sprake. Het
hooggerechtshof kon Pérez in 1994 alleen ‘onregelmatigheden’ bij het
besteden van openbare fondsen aanwrijven. Later kwamen parlementaire
onderzoekscommissies tot de slotsom dat een deel van de fondsen wel
degelijk in de zakken van de president was verdwenen. Vandaag luidt het dat
Pérez en echtgenote op Amerikaanse bankrekeningen miljoenen dollars hebben
staan die hun officieel aangegeven inkomen ver overschrijden.

De nu achtenzeventigjarige Pérez was tweemaal president van Venezuela,
genoot in de jaren ‘70 en ‘80 internationale bekendheid en was een
opgemerkt figuur op forums als de Socialistische Internationale en de
Zuid-Zuid-Commissie. Ondanks zijn afzetting in 1994 wegens het gesjoemel
bleef hij opduiken als prominente gast bij grote bijeenkomsten en
presidentiële inauguraties van andere Latijns-Amerikaanse landen.

Pérez is een notoire tegenstander van de regering van president Hugo Chávez
en haalt daarmee geregeld de nationale pers. Pérez is van oordeel dat
Chávez op om het even welke wijze moet worden afgezet vanwege diens
incompetentie en het gebrek aan legitimiteit van zijn regeringsploeg.
Chávez van zijn kant pleegde in 1992 een mislukte coup tegen Pérez, toen
die zelf nog president was.

Procureur-generaal Isaías Rodríguez ontkent met klem dat het om een
politieke afrekening gaat en verklaart dat het verzoek om uitlevering
slechts de nieuwste stap is in een onderzoek dat hij sedert 1998 voert. De
gerechtelijke actie tegen Pérez wordt sinds vorig jaar op kruissnelheid
gevoerd (en) heeft een lange voorgeschiedenis, verzekert Rodríguez.

Zowel Venezuela als de Dominicaanse republiek ontzenuwden regelmatig
geruchten als zou Chávez tijdens periodes van grote spanning tussen beide
heren geëist hebben dat Pérez het staatsburgerschap van de Dominicaanse
republiek moest worden ontnomen.

De ex-president en zijn echtgenote wassen inmiddels de handen in de
onschuld. Het paar houdt staande dat het gaat om een oude gezamenlijke
bankrekening gaat die het tot 1992 gebruikte voor kleine bedragen. Pérez is
ervan overtuigd dat het oprakelen van de aanklacht die hem bijna tien jaar
geleden de das omdeed, wel degelijk politiek motieven heeft.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift