Exclusieve uitdrijving in Rio de Janeiro

Rio's woon- en bouwbeleid in de aanloop naar de Copa en de Olympische Spelen

Rio de Janeiro ondergaat een transformatie. Wonen wordt er duur. Minder koopkrachtigen en armen worden weggeduwd naar de rand van de stad. De grote sportevenementen van 2014 en 2016 en prestigeprojecten versterken de trend.

  • Raf Custers Vijf jaar geleden huurde je in de favela Providencia een huis voor 80 euro. Vandaag betaal je het drievoud. Raf Custers

Soca roept: ‘Uw hoofd!’ Hij kent de pijnpunten van dit huis, hij heeft het zelf gebouwd. De plafonds zijn laag, de trap is steil. We klimmen naar het dak. Daar bespringen ons twee koebeesten van honden. Met Soca erbij doen ze ons niks. We kijken uit over de zuidflank van Rocinha. ‘Daar beneden’, wijst Soca, ‘lag het autocircuit, Fangio heeft daar nog geracet. Er waren hier veldjes, de mensen kweekten eigen groenten.’ Nu kun je het geen wijk meer noemen. Er wonen 120.000 mensen, het is ‘de grootste favela van Brazilië’.

Rocinha ligt over de heuvelkam als een zadel over de rug van een paard. Het zit geprangd tussen rijke wijken. Naar het noorden de chique wijk Leblon en de Jockeyclub van Gavea. Naar het zuiden de golfbaan en de condominiums van São Conrado, met zicht op de oceaan. Verderop in Barra de Tijuca glijden deltavliegers van een bergtop.

Deze favela is goed gelegen. Met de bus, en zonder files, ben je in drie kwartier in het centrum van Rio, waar er werk is.

Soca, 52, woont al zijn hele leven in Rocinha. Hij kent de lokale politiek. De staat heeft begrotingsposten om achtergebleven wijken te moderniseren. Volgens Soca heeft Rocinha meer dan een miljoen real (400.000 euro) gekregen. De helft zou naar een kabelbaan gaan die over Rocinha heen de rijke wijken met elkaar zou verbinden. Zo wordt Rocinha opengegooid. Soca dempt zijn stem. ‘We gaan de weg op van Vidigal’, meent hij. In Vidigal, de naburige favela, worden bewoners weggekocht door makelaars van onroerend goed. ‘Waar moeten ze naartoe? Ze kunnen alleen maar naar Zona Norte. Maar dan wonen ze uren van hun werk.’ Ik vraag waarom hij zachter gaat praten. ‘Dat is de cultuur van de favela. Wie hier woont, let op zijn woorden.’

Vroeger passeerden er auto’s voor zijn deur. Nu is het al smal om elkaar te voet te kruisen. Tia Lena is zijn overbuurvrouw. Naar het schijnt is ze honderd. Ze zit in haar portiek en drinkt bier. Naast haar staat een beeld van een kikker. Het spuwt water en brengt geluk. Maar Tia Lena zit veilig achter tralies. Iedereen verschanst zich achter sloten en tralies.

Opgeruimd staat netjes

Nog niet zo lang geleden was het gevaarlijk in Rocinha. Drugshandelaars stelden de wet. Twee jaar geleden, in november 2011, werd Rocinha ‘bezet’ – zo schreef een krant woordelijk – door de politie. Met tanks en pantserwagens trokken 3000 agenten en mariniers binnen in Rocinha en Vidigal. Ze vestigden er “een nieuwe orde”. Zo gaat het stelselmatig in de favela’s. Eerst worden ze “gepacificeerd”. Daarna vestigt de politie er een post van de pacificatiepolitie UPP (Unidade de Policia Pacificadora). Inmiddels zijn er 34 UPP’s in Rio, tegen eind 2014 zullen er 40 zijn.

Gouverneur Sergio Cabral is daarmee begonnen. Hij werd verkozen in 2007. Dat jaar kreeg Brazilië de organisatie van de Copa, de Wereldvoetbalcup van 2014, toegewezen. Vanaf 2008 volgden de militaire operaties in de favela’s elkaar op. De meeste in Zona Sul, het centrum van de stad en de residentiële wijken daaromheen.

Aanvankelijk steeg Cabrals populariteit. Maar nu staat die op een laag pitje. Er zijn te veel excessen geweest, onder meer tijdens de explosie van ontevredenheid in juni en juli. Op straat botsten de massamanifestaties op keiharde repressie. Toen er plunderingen uitbraken, nam de oproerpolitie wraak in de favela’s. In Complexo da Maré, een favela naast de weg naar de luchthaven, werden negen mensen doodgeschoten. En op 14 juli was er een incident in Rocinha dat tot vandaag voortzindert. Die dag voerde de UPP van Rocinha de operatie Paz Armada uit. Ze arresteerde ook een zekere Amarildo de Souza. Amarildo keerde nooit terug naar zijn gezin. Dat gebeurt in Brazilië.

Maria da Rosario, staatssecretaris voor de Mensenrechten, klaagde begin oktober nog over doodseskaders bij de politie. Maar het moment was slecht gekozen. De straatprotesten waren nog aan de gang en ze pikten Amarildo’s verdwijning op. Hij werd een symbool. De zaak werd publiek, en er kwam een onderzoek. Details sijpelden door naar de pers. Agenten van Rocinha’s UPP hebben Amarildo ondervraagd, ze hebben hem gefolterd met elektroshocks, verstikt met een plastic zak en zijn lichaam doen verdwijnen. 25 agenten zijn inmiddels in beschuldiging gesteld.

Na vier jaar pacificatie tekent zich een patroon af: het draait om territorium. De bendes zijn niet uitgeroeid, ze zijn verdreven. Het is veiliger nu in Zona Sul, onder het wakend oog van de majestueuze Cristo Redentor. Maar de criminaliteit verschuift naar de verre periferie, en slaapsteden zoals Niteroi aan de overkant van Rio’s baai. De echte inzet van de veiligheidspolitiek zijn niet de bendes, wel het gebied dat ze controleren.

De oorlog om territorium is al decennia bezig. Macau (60), een oude vriend van Soca, heeft als tiener het begin meegemaakt. Hij geniet enige bekendheid als songschrijver. Veel Brazilianen zingen zijn Olhos coloridos (‘gekleurde ogen’) van voor tot achter mee, omdat het zo herkenbaar is. Macau met zijn lange dreadlocks is preto, zwart: ‘Als tiener ben ik ooit uitgemaakt voor makak, door een bullebak van een sergeant. Hij was blank, maar had kroeshaar. Een typische Braziliaan, wij noemen dat sarara. Tachtig procent van de Brazilianen heeft zwart bloed. Waar haalde hij het recht mij uit te schelden?’

Macau groeide op in de favela Praia do Pinto. ‘Tot mijn twaalfde ben ik nooit buiten de buurt geweest. Méér carioca (typisch Rio) is nauwelijks denkbaar. Ik leerde muziek maken in het koor van de kerk. Dom Helder Camara was onze pastoor, tot de dictatuur hem naar Recife verbande.’

Rio wilde meer chique woongebied, en de favela lag in de weg. ‘Er werd brand gesticht. Die legde onze sambaschool in de as. Kort daarna zijn wij verhuisd naar een andere favela, Cidade de Deus. Veel buren trokken naar de woonkazerne van Cruzada.’ Maar de wijk was uit elkaar getrokken, en het was afgelopen met Praia do Pinto. De favela is gesloopt. Op haar plaats staat nu Selva de Pedra, “Stenen Woud”, een condominium voor gefortuneerden met slagbomen en privé-bewakers, exclusief in alle betekenissen van het woord. Dat was het begin van de dure wijk Leblon. Daar woont onder meer gouverneur Cabral.

Kortzichtig

Rio’s vastgoedmarkt is waarschijnlijk nooit zo nerveus geweest als nu. De federale regering gaf in 2007 de boom een flinke zet met haar PAC-programma om economische groei aan te zwengelen. Elders in de wereld werden miljarden in de economie geïnjecteerd om de crisis af te zwakken. Een hoop van dat geld werd ook in Braziliaans vastgoed belegd. Maar de komende grote sportevenementen geven de doorslag. Zij zetten de grond- en woningenmarkt extra onder druk.

Eerst komt de Copa in 2014. Vele tienduizenden voetbalsupporters zullen Brazilië bezoeken. De ferventste fans betalen waanzinnige bedragen. ‘Een Amerikaan deed een aanbetaling van 25.000 dollar voor twee weken verblijf’, zegt een Belg met twee koloniale huizen in Santa Teresa, een wijk die hoe langer hoe hipper wordt. Dat is de top van de ijsberg. ‘Toeristisch logies wordt misschien weer goedkoper’, zegt de Belgische eigenaar, ‘als de eigenaars hun woningen niet verhuurd krijgen. Maar zoals vroeger wordt het nooit meer. In São Paulo werd een doorsneewoning anderhalve keer duurder tussen 2009 en 2012, in Rio de Janeiro steeg de prijs met 184 procent. ’

Voor de Copa zet Brazilië twaalf stadions in het hele, uitgestrekte land in. Daar is de prijsdruk nog gespreid. Maar de Olympische Spelen van 2016, die vinden enkel in Rio plaats, met het zwaartepunt andermaal in Zona Sul: de belangrijkste Olympische sites liggen in Maracana, Copacabana en Barra da Tijuca. De vierde plek, Deodoro, ligt aan de noordrand van de stad. Tegen dan wordt ook wonen in Zona Norte een stuk duurder.

Tijd is nu de prioriteit. Rio werkt duchtig tegen de klok. Maar in de hele staat Rio de Janeiro (anderhalve keer België, met 16,25 miljoen inwoners) zijn 207.000 krotwoningen geteld, waarvan 100.000 in de stad Rio zelf en bijna 9000 in de buurgemeente Niteroi. De bewoners behoorlijke huizen geven, dat is geen prioriteit. Staat en stad investeren wel in één oogverblindend project in de oude havenbuurt: Porto Maravilha, Prachtige Haven. Deze buurt wordt Rio’s pronkstuk. De realisatie van het project is toevertrouwd aan Porto Novo, een publiek-privaat partnerschap van de stad met de Braziliaanse multinational Odebrecht.

Het partnerschap pompt veel publiek geld in privéportefeuilles. Toen het contract in 2010 werd beklonken, was het 7,6 miljard real waard, zeg maar 2,5 miljard euro. Dat geld gaat naar privécontractanten.

Rio’s stadspolitiek is kortzichtig. Privé-ondernemers gaan voor. De mensen moeten volgen. Voor het Maracana-stadion klopt de redenering in elk geval niet. Maracana was het grootste voetbalstadion in Amerika. Er konden 90.000 mensen in. Ook met minder ging Maracana bij elke match uit zijn dak. Voetbal was er echt feest. Maar het stadion is in handen van een privé-exploitant gegeven. Die maakt er een commercieel complex van. Het voetbal moet ‘gezinnen en koopkrachtige supporters’ trekken. Voor de supporters van vroeger worden kaartjes te duur.

Voor Porto Maravilha volgen ze hetzelfde concept. De wijk wordt een eiland met het consortium Porto Novo als bestuur. Het consortium doet er alles. Het heeft eigen (blauwe) vuilbakken gezet (overal elders in Rio zijn ze oranje). Het haalt het vuil op, verzorgt de plantsoenen, regelt het verkeer, waakt over de veiligheid van de bewoners en kijkt niet op een real om zijn eigen toekomst rozig voor te stellen. Porto Novo heeft een concessie voor vijftien jaar. Zien welke niche er dan nog woont.

Favelamarketing

Op de top van de favela Providencia kijk je uit over het meest gepromote stuk van Rio. Ik ben samen met Pedro Marafelli naar boven geklommen. Die heb ik ontmoet bij het Comité PopulaRio, dat actie voert tegen de puur commerciële inslag van de grote evenementen. Providencia ligt midden in Porto Maravilha. In feite ligt het in de weg, zoals destijds Macaus favela. ‘Maar ze pakken het nu anders aan,’ zegt Pedro. ‘In plaats van er brand te stichten, gooien ze de favela’s nu open voor de marketing. Ze weten dat er werkende mensen wonen, mensen met plasma-tv’s en een zekere koopkracht. Dat willen ze benutten. Daarom maken ze de sloppenwijken toegankelijk.’

In Providencia is de kabelbaan klaar. Ze moet alleen nog officieel worden geopend. Ze gaat vanaf Rio’s treinstation Central do Brasil omhoog naar het tussenstation in Providencia en daalt dan weer af naar de havenlaan. De hele zone ligt integraal in Porto Maravilha. Aan het eindstation is de Cidade do Samba opgetrokken. Het is een ‘zonevreemd’ complex van pakhuizen waar aan de praalwagens voor het jaarlijkse carnaval wordt getimmerd. De pakhuizen trekken toeristen. Met de kabelbaan kunnen die ook Providencia ontdekken, nota bene de oudste favela van Rio de Janeiro.

Voor de kabelbaan zijn huizen gesloopt. Zo’n 130 gezinnen moesten al weg. ‘Maar er zullen er veel meer vrijwillig vertrekken, omdat Providencia te duur wordt’, zegt Pedro. Vijf jaar geleden huurde je in Providencia een huis voor 250 real. Nu vind je niets meer onder de 700. In Providencia noemen ze dat remoçao branco, sluipende uitdrijving.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.