Extreem rechtse kruistocht verdeelt het Ecuadoraanse volk

Sinds het ophefmakende vertrek van bisschop Gonzalo López Marañon uit de Ecuadoraanse provincie Sucumbíos, beleeft de kerk er bewogen tijden. In een poging het progressieve werk van de bisschop terug te schroeven, hielden de Herauten van het Evangelie er lelijk huis. Hun “contrareformatie” stootte op zo’n hevig verzet dat ze noodgedwongen de aftocht moesten blazen. Maar de rust is nog lang niet weergekeerd.

  • Elke Borghs Ketting in de lende, zwarte laarzen, kaalgeschoren: de Herauten zijn militaristisch en autoritair gestructureerd Elke Borghs
  • Presidencia de la Republica del Ecuador President Rafael Correa haalde uit naar het absurde fundamentalisme van sommige congregaties Presidencia de la Republica del Ecuador

In 2010 kwam in de Ecuadoraanse kerk een ultraconservatieve beweging opzetten: de Herauten van het Evangelie. Met name in de provincie Sucumbíos ontketende ze de voorbije maanden een echte volksopstand. Bisschop López Marañon werd er op een weinig vriendelijke manier verzocht na veertig jaar dienst zijn bisdom te verlaten.

In 2008 al had bisschop López Marañon, die toen 75 was geworden, zijn pensioen aangevraagd bij het Vaticaan. Pas in december 2009 kreeg hij een antwoord, in de vorm van een –hoogst uitzonderlijke– Vaticaanse missie die de situatie in zijn bisdom San Miguel de Sucumbíos kwam evalueren. Op 23 oktober ging de nuntius –de officiële vertegenwoordiger van het Vaticaan– hem het uiteindelijke verdict overhandigen. In de schriftelijke verklaring liet het Vaticaan weten dat de pastorale visie van de bisschop niet altijd in overeenstemming was met de pastorale vereisten van de kerk. Een nieuwe apostolische beheerder zou worden aangesteld om het bisdom te herorganiseren en het pastorale werk te heroriënteren. Die nieuwe administratie zou worden toevertrouwd aan de congregatie van de Herauten van het Evangelie, de Ridders van de Maagd van Fatima.

Pionier van de bevrijdingskerk

Het contrast kon nauwelijks groter. Gonzalo López Marañon kwam op 14 december 1970 als jonge Spaanse karmelietenbroeder aan in Sucumbíos. Het noordoosten van Ecuador was toen nog ondoordringbaar Amazonegebied, niemandsland zonder autoriteiten, publieke diensten of nutsvoorzieningen. Pas in de jaren zeventig, met de ontdekking van de olie kwam in het zog van het oliebedrijf Texaco een migratiestroom op gang vanuit andere regio’s. Van overal in Ecuador gingen arbeiders in de olie-industrie van Sucumbíos aan de slag.

De jonge toegewijde Marañon herkende zich in de lijn van de bevrijdingstheologie die vertrekt vanuit de voorkeur voor de armen, en die inspiratie vanuit het evangelie koppelt aan sociaal engagement. Als bisschop creëerde hij eenheid in de chaotische en heterogene samenleving. Hij was de brug tussen de inheemse gemeenschappen, de migranten en het leger dat de grens met Colombia en de belangen van de oliemaatschappijen bewaakte. Hij bemiddelde bij de processen van oprichting en ontwerp van de dorpen. Hij was het die het noordoosten de naam Sucumbíos gaf, als eerbetoon aan de indianen die er voordien hadden gewoond en aan de rivier San Miguel de Sucumbíos. Zijn sociale kerk noemde hij de Isamis, de Iglesia (kerk) de San Miguel de Sucumbíos.

Marañon maakte het mee mogelijk dat er boerenbewegingen kwamen, verenigingen van indianen, ouders en Afro-Ecuadoranen, een vrouwenbeweging, buurtcomités, een mensenrechtencommissie, een front ter verdediging van de Amazone en een organisatie van Colombiaanse vluchtelingen. De bisschop zette zich in voor de verbetering van het onderwijs. En hij trad ook meerdere malen op als bemiddelaar bij volksopstanden tegen de nalatigheid van de regering en tegen de ecologische en sociale wanpraktijken van de oliemaatschappijen.

López richtte Radio Sucumbíos op, een educatieve volksradio, tot nu toe de enige met een bereik tot in de uithoeken van de Amazone.

De nuntius gaf Gonzalo López één week om het bisdom te verlaten en bij voorkeur terug te keren naar zijn land. Na veertig jaar dienst was er geen sprake van overdracht noch eerbetoon. Tegelijk zette het Vaticaan tachtig jaar evangelisatie door de karmelietenorde op de helling.

De herauten van het evangelie

De nieuwe –voorlopige– beheerder van het bisdom San Miguel de Sucumbíos werd de Argentijn Rafael Ibarguren Schindler, met zijn twintigkoppige delegatie Ridders van de Maagd –de meesten onder hen Canadezen en Argentijnen. De oorsprong van hun congregatie ligt in de Braziliaanse extreemrechtse beweging Traditie, Familie en Eigendom (Tradición, Familia y Propiedad). Die trad op tegen de landhervormingen van de jaren zestig en tegen de bisschoppen van de bevrijdingstheologie.

De Herauten zijn erg militaristisch en autoritair gestructureerd. In totaal tellen ze zo’n 4000 leden, verspreid over vijftig landen. In Ecuador waren ze al aanwezig in de hoofdstad Quito, waar ze nauw samenwerken met Opus Dei. De Herauten zijn duidelijk herkenbaar aan hun kniehoge zwarte laarzen, hun donkerbruine gewaden met kap, met een lichaamsgroot rood en wit geborduurd zwaardkruis. Ze dragen metalen kettingen in de lende en hebben kortgeschoren koppen. Die uitrusting vloekt met de bloedhete, vochtige omgeving. Hun patrones is Onze Lieve Vrouw van Fatima. In Sucumbíos werd ze in rasechte koloniale stijl aan de kerkgemeenschap opgedrongen en moest de plaatselijke Maria van Cisne en van Carmen de baan ruimen. De Herauten lieten honderden leerlingen knielen voor dit nieuwe Mariabeeld, in ruil voor een amulet. ‘Wat ik verkondig, komt van God zelf. Mijn lichaam is een medium, door mij klinkt de stem van God’, stelde priester Heraut Ricardo Del Campo zich voor tijdens een van de dagelijkse vieringen.

Zonder erkenning van de Ecuadoraanse regering –en dus eigenlijk zonder enige legaliteit– nam Ibarguren in Sucumbíos de beheerspost in. Hij liet er geen gras over groeien en begon systematisch aan de hervorming van de Isamis-kerk, die voor zijn Herauten een ‘kerk van de guerrilla’ is. Sociale organisaties werden ontmoedigd en de participatie van vrouwen binnen de kerk werd onmogelijk gemaakt. ‘Vrouwen zijn immers onrein, enkel al omdat ze als vrouw geboren zijn’, klonk de uitleg van een Heraut. De directrice van het weeshuis Hogar Infantil werd de laan uitgestuurd. ‘De kerk ontdoet zich van het weeshuis, ze moet zich enkel met haar corebusiness bezighouden’, aldus diezelfde Heraut. De lonen van de vijf priesters die tot het bisdom behoorden (70 euro/maand) zijn sinds januari 2010 niet meer uitbetaald. Stilzwijgend betaalden de Herauten evenmin de bijdragen voor de sociale zekerheid voor deze priesters. De administratie van de Herauten haalde zonder rechtvaardiging duizenden euro af van bankrekeningen van verschillende sociale organisaties die afhingen van de kerk. Met indianenorganisaties werd niet langer rekening gehouden. ‘Indianen zijn primitief. Het zijn wilden zonder opleiding’, zo klonk het.

Dagelijks had er een misviering plaats, zeer gedisciplineerd, wat sommigen wel konden appreciëren. ‘Als we bidden en het evangelie verkondigen, komen we dichter bij God. Als we de paus gehoorzamen, komen we dichter bij God. Als we een deel afstaan van onze bezittingen, verdienen we onze plaats bij de Almachtige Vader in de hemel’, weergalmde het uit de mond van de Herauten. Achteraan in de kerk hing een metershoge foto van de paus, ter herinnering aan de kerkelijke hiërarchie. ‘We hebben bij de buurtcomités de ziekenbezoeken afgeschaft. Zieken hebben immers hun straf verdiend, ze betalen al levend voor hun zonden’, aldus priester Ricardo del Campo. De vader van een zieke misdienaar kreeg de raad zijn zoontje te laten sterven, ‘zo komt hij snel in de hemel’.

Een groot probleem van de Herauten in Sucumbíos bleek het gebrek aan middelen te zijn. Nochtans reden de “boodschappers” in dure pick-ups met airco –zeldzaam voor Sucumbíos. Tijdens de weinige bezoeken aan de amazonegemeenschappen vroegen ze legerbescherming en stelden ze tenten op binnenin de dorpslokalen.

‘Zieken hebben hun straf verdiend. Ze betalen al levend voor hun zonden.’

Veertig jaar geschiedenis weggevaagd

Vooral de meer kapitaalkrachtige families in Sucumbíos en de Katholieke Charismatische Vernieuwing konden zich wel vinden in die priesters met gladgestreken kostuums en de aandacht voor de rite. Maar tegelijk groeide er een verzetsbeweging vanuit de gewone bevolking, het sociale netwerk, getrokken door de vrouwenbeweging, en het merendeel van de katholieke congregaties in de regio. Voor hen had de verschijning van de Herauten iets lugubers.

Ook het politieke landschap viel uiteen in voor- en tegenstanders. President Rafael Correa haalde herhaaldelijk uit naar ‘de congregatie die vasthoudt aan dit absurde fundamentalisme en ordes naar ons Amazonegebied stuurt die de nadruk leggen op de rite, met middeleeuwse kleren in het midden van de jungle, en die met één pennentrek veertig jaar geschiedenis wegvegen’. Burgemeester Jofre Poma onderhield een open communicatie met de verzetsbeweging tegen de Herauten. Gouverneur Nancy Morocho, nochtans van dezelfde partij als de president, trok dan weer de kaart van de Herauten. Die politieke verdeeldheid leidde tot contradicties in het optreden van de politie, die meestal instructies kreeg van de gouverneur als hoofd van de politie, maar soms op bevel van het nationale niveau haar acties moest omkeren ten voordele van de verzetsbeweging.

Communicatie met de Herauten zelf was moeilijk. Ondanks beleefd, herhaaldelijk aandringen voor een interview, werd dat aan MO* steevast geweigerd, zoals ook aan andere pers. ‘Priester Rafael en de administratie wil niet in discussie treden. Wij Herauten houden ons enkel bezig met de enige rol van de kerk en dat is evangelisatie.’

‘Het is niet mogelijk om met de Herauten een constructieve dialoog te voeren’, beaamde ook Amparo Peñaherrera van de vrouwenbeweging, toen regeringsafgevaardigden polshoogte gingen nemen van de problematische situatie in Sucumbíos. ‘De enkele keren dat we tot bij de Herauten geraakten voor overleg, werden we gekleineerd en werd ons van alles voorgelogen.’ De vroegere onderbisschop Pablo Torres, die het volk had wakker geschud en had aangemoedigd tot verzet, voegde daaraan toe: ‘We bouwden een gemeenschap op gedragen door het volk. Deze Herauten van het Evangelie zijn bang van het volk.’

Spionage en psychologische oorlogsvoering

Een sleutelmoment in het verzet was de volksvergadering van 7 januari 2011. Volksvergaderingen waren eigen aan de Isamis-kerk. Pablo Torres: ‘Ondanks de bevestiging dat ze zouden aanwezig zijn, stuurden deze nieuwe farizeeërs hun kat… én enkele tientallen politiemannen, alsof het om een criminele bijeenkomst ging. Ze houden niet van volksbijeenkomsten of inspraak. Sinds die dag heerst er een koude oorlog.’ Na de bijeenkomst vergrendelden de Herauten de deur van de kathedraal. Hierop lanceerde de verzetsbeweging non-stop een wake op het plein voor de kathedraal. Een Heraut had het hierover tijdens zijn dagelijkse preek: ‘Het is een belediging voor God en de paus dat er voor de kathedraal bingo wordt gespeeld, clowns optreden, muziek wordt gemaakt en gedanst. De vier marionetten die de mis daar leiden, gehoorzamen niet aan de paus en de kerkelijke hiërarchie. In de hel zullen ze boeten.’

De tweespalt leidde tot een psychologische oorlogsvoering, een spel van spionage en contraspionage tussen de verdedigers van de Herauten en de verzetsbeweging. Er werden geheime vergaderingen belegd en externe sprekers uitgenodigd. Filmcamera’s van beide fronten filmden elkaar. Mensen van het verzet die vroeger niet eens een gsm hadden, verwisselden nu geregeld van simkaart omdat hun nummers werden afgetapt. Er heerste een gespannen en dreigende sfeer. ‘Als ik ’s avonds alleen over straat loop en er rijdt een motor voorbij, ben ik bang. Ik heb schrik dat ze me doodschieten’, vertrouwde Pablo Torres me toe. De Herauten maakten propaganda via hun blog. De meeste kranten, radio’s en tv-stations gaven zich in eenzijdige verslaggeving gewonnen aan de “gedistingeerde” geestelijken, wat leidde tot desinformatie met een destructieve impact op de omgeving. Ook op YouTube woedt de strijd om de kijker. Langs de andere kant rekende de verzetsbeweging op Radio Sucumbíos om het volk een stem te geven, en creëerde ze een eigen internetblog met haar versie van het verhaal.

‘Met hun eeuwige glimlach en hun handen goddelijk gevouwen, lijken ze de vriendelijkheid zelve. Maar ze zijn hypocriet en hanteren een cultuur van bedreigingen en leugens’, zegt Amparo Peñaherrera. Alcivar Bravo, directeur van Radio Sucumbíos, is niet minder scherp: ‘De gelaarsde mannen gedragen zich als schapen maar in werkelijkheid zijn het wolven. Door en door slecht zijn ze, een organisme dat handelt tegen de menselijke tact.’ De sociale radio was een doorn in het oog van de Herauten. Constant werkten ze de radio tegen, tot ze uiteindelijk het beheer ervan overnamen. Eerst verdwenen enkele duizenden euro van de rekening en werd gedreigd met ontslag van de reporter van het spirituele programma. Uiteindelijk werden de rekeningen geblokkeerd en zijn de Herauten op 16 mei met de steun van de politie gewelddadig het radiostation binnengevallen om collectief ontslag te eisen van het personeel, met als motief een “gebrek aan middelen”.

Het verzet escaleerde daardoor alleen maar, honderden mensen sliepen voor het radiostation en zamelden geld in om toch de elektriciteitsrekeningen te kunnen betalen –zodat de journalisten en technici die zichzelf in de studio opgesloten hadden verder konden uitzenden. De indianengemeenschappen schilderden zich volgens oorlogsritueel en vervoegden zich met hun speren op het plein aan de kathedraal. De druk op de president groeide via petities, brieven en acties zoals het passief bezetten van gemeente- en parochiehuizen. De enige uitweg was, volgens de verzetsbeweging, het vertrek van de Herauten uit Sucumbíos.

De aftocht

Midden april bracht president Correa een bezoek aan de wake voor de kathedraal in Lago Agrio. ‘Als president hoef ik mij niet te mengen met religieuze machten’, aldus Correa tijdens een exclusief gesprek met MO*. ‘De aantasting van het sociale netwerk en de verdeeldheid door het optreden van de Herauten in Sucumbíos zijn zo groot dat dit om een staatsoptreden vraagt. Mijn veto tegen de keuze van de paus is uniek in de geschiedenis. De staat Vaticaan moet de soevereiniteit van de staat Ecuador erkennen. Er is veel gemoord in de geschiedenis van het christendom. Het is niet geoorloofd dat er nog meer lijken vallen in naam van het kruis.’

Correa legde de Herauten een ultimatum op. Op 19 mei om 19u blies de karavaan Herauten uiteindelijk de aftocht uit Sucumbíos. Er stond wel een prijs tegenover: ook de vijf karmelieten die nog in Sucumbíos waren, moesten op staande voet vertrekken.

Sinds die dag zijn er rellen uitgebroken vanwege de woedende sympathisanten van de Herauten. Officieel heeft bisschop Polivio Sánchez van de Andesprovincie Guaranda in Lago Agrio het roer in handen gekregen, maar de rust in de kerkgemeenschap is nog lang niet teruggekeerd.

Ex-bisschop Gonzalo López van zijn kant, die al die tijd vanuit Quito de situatie op de voet volgde, noemde de situatie in een gesprek met MO* ‘een gevecht van David tegen Goliath’. Hij wil enkel naar Spanje terugkeren als de vrede in Sucumbíos is weergekeerd. Uit machteloosheid ten aanzien van de verscheurdheid in de Amazoneprovincie heeft hij zich momenteel teruggetrokken in hongerstaking en gebed in het Alamedapark in Quito. Vele sympathisanten vervoegden hem daar.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift