Fair trade-muziek zoekt steun bedrijfsleven

Het fair trade-muzieklabel Sawa Sawa gaat met enkele grote bedrijven in gesprek over mogelijke financiering. Jan Douwe Kroeske van productiebedrijf Double 2, een van de partijen in het vorig jaar opgerichte label, ziet met de toenemende interesse in maatschappelijk verantwoord ondernemen ook kansen voor fair trade-muziek, zei hij zaterdag in Den Haag op de Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting.

Wurgcontracten en beperkte interesse van westerse platenlabels in niet-westerse muziek maken het voor artiesten uit ontwikkelingslanden moeilijk om zich te ontwikkelen. Anders dan bij reguliere platenmaatschappijen, gaat daarom bij Sawa Sawa van elke verkochte cd een derde van de verkoopprijs rechtstreeks naar de muzikant, ongeacht het aantal verkochte exemplaren.

Volgens de initiatiefnemers is Sawa Sawa het eerste fair trade-muzieklabel ter wereld. Bij het label zijn Mundial Productions uit Tilburg (organisator van het jaarlijkse Festival Mundial), Double 2, Sarakasi Trust in Kenia en Oxfam Novib betrokken. Het label streeft naar erkenning door de Fairtrade Labelling Organizations International (FLO).

Hoe mogelijke steun van het bedrijfsleven er uit gaat zien, is nog niet duidelijk. Die steun kan in vele vormen, legt Kroeske uit. Stel dat een groot bedrijf met 12.000 werknemers een cd van de Keniaanse groep Cheche, onze eerste release, in het kerstpakket opneemt, dan is de groep voor drie jaar binnen. De cd’s van Sawa Sawa zijn nog niet te koop in winkels of fair trade-shops. Volgens Kroeske komt dat omdat nog een professioneel distributienetwerk opgezet moet worden.

Binnenkort verschijnen twee nieuwe cd’s, waaronder een van de Keniaanse artiest Harry Kimani. In Kenia is hij een ster, hij heeft wekenlang op nummer 1 gestaan en zijn muziek werd grijsgedraaid op de radio. Maar hij heeft er letterlijk geen cent aan verdiend, zegt Kroeske. Kenianen kopen geen muziek, ze kopiëren alles. Bovendien krijgt een artiest in Nederland een vergoeding voor elke keer dat een nummer op de radio wordt gedraaid. In Afrika is dat niet zo.

Afrikaanse artiesten kunnen volgens Kroeske alleen internationaal doorbreken als ze door een grote Amerikaanse of Britse platenmaatschappij gecontracteerd worden. En dat gebeurt maar zelden. “Artiesten als Angélique Kidjo uit Benin en Youssou N’Dour uit Senegal zijn uitzonderingen. Daarom willen wij goede artiesten uit ontwikkelingslanden via andere wegen kansen geven.”

Hoewel de muziekindustrie al jaren gedomineerd wordt door Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, heeft Europa veel meer met Afrika, gelooft Kroeske. De globalisering de komst van internet kunnen volgens hem een einde maken aan de ongelijke machtsverdeling in de muziekindustrie. Een tijdje geleden zijn platenmaatschappijen begonnen met een publiciteitsoffensief onder de titel ‘Copying is Killing Music’. Dat is onzin natuurlijk, de muziek blijft wel bestaan. Copying is Killing the Music Industry zou toepasselijker zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift