FARC blijven op koers van Marulanda

De opvolging van de historische leider van de Colombiaanse rebellenbeweging FARC, ‘Manuel Marulanda’, door ‘Alfonso Cano’ verandert niet meteen iets aan de lijn van de oudste guerrillabeweging van Latijns-Amerika. Volgens FARC-kenners hebben de opstandelingen het politieke debat helemaal verlaten en klampen ze zich vast aan hun militaire macht.
De dood van Marulanda, de schuilnaam voor de in 1930 geboren Pedro Antonio Marín, werd zaterdag aangekondigd in een interview met de Colombiaanse minister van Defensie Juan Manuel Santos en zondag bevestigd in een video van de FARC op de regionale tv-zender Telesur. Marulanda stierf op 26 maart “in de armen van zijn gezellin, in het bijzijn van zijn lijfwacht en zijn kameraden”, zei FARC-commandant Timoleón Jiménez, bijgenaamd ‘Timochenko’.
De dood van de FARC-leider is de laatste in een reeks van tegenslagen voor de guerrillabeweging. Op 1 maart stierf de nummer twee van de FARC, ‘Raul Reyes’, in een actie van het Colombiaanse leger op Ecuadoraans grondgebied. Op 6 maart werd een ander lid van het FARC-bestuur, ‘Iván Ríos’ vermoord door een van zijn lijfwachten, die hem de hand afsneed om bij de Colombiaanse regering zijn beloning in ontvangst te nemen. Op 20 mei ten slotte gaf FARC-commandante ‘Katrina’ (Nelly Avila Moreno) zich over aan de Colombiaanse politie, in ruil voor amnestie.

“Achterdochtige boer en geboren strateeg”


Marulanda, die ooit door de leider van de Colombiaanse communistische partij werd omschreven als “het schoolvoorbeeld van de achterdochtige boer en een geboren strateeg” wordt nu opgevolgd door ‘Alfonso Cano’, die eigenlijk Guillermo Sáenz heet. De 62-jarige antropoloog was voorzitter van de communistische jeugd en belandde zo bij de FARC. Hij stond aan het hoofd van de mislukte vredesgesprekken met de regering in 1991 in Venezuela en in 1992 in Mexico.
“Ik denk niet dat er een breuk komt tussen de periode voor en na Marulanda,” zegt Luis Eduardo Celis van de burgerorganisatie Corporación Nuevo Arco Iris. Celis is een voormalig lid van het ELN, de op een na grootste guerrillabeweging in Colombia, en goed op de hoogte van het reilen en zeilen van de FARC-top.
“De verwachtingen in Cano zijn erg hoog. Hij is een intellectueel en vormt binnen de FARC de brug tussen de generatie van boeren waartoe Marulanda behoorde en de jongere, meer stedelijke generatie die vaak is opgeleid aan de universiteit. Zijn benoeming komt niet als een verrassing, hij kent de beweging, waaraan hij meer dan de helft van zijn leven heeft gewijd, door en door en kan op brede steun rekenen.”

Geen koerswijziging


Celis verwacht niet meteen dat de FARC van koers gaan veranderen. “De guerrillabeweging is in zichzelf gekeerd, behoudsgezind en gaat heel precies te werk. Ze zijn in een krachtmeting verwikkeld met president Alvaro Uribe en dat zal niet zo snel veranderen. Ook Uribe is erg koppig en wil niet toegeven. Om de FARC de wapens te doen neerleggen, moet je ze militair verslaan. Daar stuurt Uribe op aan.”
Cano is als FARC-commandant verantwoordelijk voor de streek waar in juni 2007 11 lokale volksvertegenwoordigers van de Valle del Cauca in niet opgeklaarde omstandigheden om het leven kwamen nadat ze door de guerrilla waren gegijzeld. Als leider van de FARC komt hij aan het hoofd van een leger van bijna 10.000 manschappen.
“Het gaat om een boerenleger dat zich met verbazend gemak beweegt in een gebied van 40.000 tot 50.000 vierkante kilometer”, zegt Celis, “De guerrilla is er bijna zestig jaar oud, dus ze weten wat ze doen. Een militaire nederlaag van de FARC ligt niet om de hoek.” De guerrilla heeft in de voorbije zes jaar ongeveer 10.000 leden verloren, in de strijd of door desertie. “Meestal gaat het om de jongeren, die erbij kwamen tussen 1998 en 2000”, zegt Celis.

Politieke radiostilte


Een heikel punt is dat de linkse guerrilla blijkbaar elke vorm van politieke dialoog lijkt te hebben opgegeven. “De FARC moeten zich fundamenteel bezinnen”, zegt Camilo González Posso, directeur van het Instituut voor Vredes- en Ontwikkelingsstudies (Indepaz). “De gesprekken over een humanitair akkoord en een gevangenenruil hebben ertoe geleid dat niemand nog over politiek spreekt, ook de FARC niet. Het is hoog tijd dat de guerrilla opnieuw met politieke eisen voor de dag komt.”
De Colombiaanse president Alvaro Uribe moet volgens Posso “de humanitaire daad bij het woord voeren. “Het land verdient beter dan een escalatie van het geweld binnen zijn grenzen, omdat de regering en de guerrilla het niet eens raken over een humanitair akkoord.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift