Fikry El Azzouzi, een pestjoch met lak aan conventies

Fikry El Azzouzi sleept de 65e Arkprijs in de wacht. De auteur wordt bedolven onder de lovende woorden door de jury: ‘Met een behendige pen en snijdende humor schetst hij het beeld van een generatie jongeren die zingeving en identiteit zoekt in onze samenleving.’ Op 5 maart 2013 brachten we bij MO* al dit portret van de Marokkaans-Vlaamse schrijver.

  • Dieter Telemans Op papier transformeert El Azzouzi in een boosaardig pestjoch dat lak heeft aan conventies. Dieter Telemans

Een gure winterdag in januari. Ik ben stiekem opgelucht wanneer El Azzouzi zegt dat hij me met de auto oppikt.

‘Ik ken een leuke sushitent. Ja, ik ben die dürums een beetje beu’, had hij geantwoord op mijn vraag waar hij het liefst zou afspreken. ‘Maar had je eerder aan couscous of tajine gedacht – cliché, ik weet het – dan is het ook goed hoor.’

In levende lijve is er weinig boosaardig of venijnig aan Fikry El Azzouzi. De columnist, theaterauteur en schrijver van Het Schapenfeest (2010) maakt een rustige en veeleer verlegen indruk. Geen lang aangehouden direct oogcontact, aarzelende antwoorden, altijd voorzichtig zoekend naar de juiste woorden. Hij geeft toe dat hij gemakkelijker schrijft dan praat en vaak te verlegen is om als eerste naariemand toe te stappen. Op papier transformeert hij in een boosaardig pestjoch dat lak heeft aan conventies, en probleemloos de vloer aanveegt met de groten der Belgische of Vlaamse aarde.

‘Het is prachtig hoe je veranderd bent’, schreef hij in oktober aan Bart De Wever. ‘Van een dik boos duiveltje met een onverschillig voorkomen naar een schriel boos duiveltje met een onverschillig voorkomen.’

‘Van een dik boos duiveltje met een onverschillig voorkomen naar een schriel boos duiveltje met een onverschillig voorkomen.’

Passeren voorts de revue in El Azzouzi’s schrijfsels: filosoof Etienne Vermeersch, minister van Justitie Annemie Turtelboom, Vlaams Belang-voorzitter Gerolf Annemans, premier Elio Di Rupo, voormalig burgemeester van Antwerpen Patrick Janssens, de autochtoon, de culturo, de medemoslim, de voetbalsupporter, minister van Pensioenen Alexander de Croo (‘Werd je door de vakbond met een smurf vergeleken, dan kon ik het best begrijpen. Smurfen zijn klein en blauw en hebben een mopper-smurf. Je partij is klein en blauw en heeft Karel De Gucht.’), de armoezaaier, Sharia4Belgium, Vlaams Belang-kopstuk Filip Dewinter, Vlaams vice-minister-president Geert Bourgeois, de dikke Van Daele, staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block, Joods Actueel-hoofdredacteur Michael Freilich, de koning, de klikspaan of de lokdame…

Niet iedereen heeft het op El Azzouzi’s columns en stijl begrepen. Naast schouderklopjes van enthousiaste fans krijgt hij wekelijks ook karrenvrachten, vaak erg grimmige, reacties over zich heen. ‘Zwarte zondag was in 1991! Man, als je zo gefrustreerd bent, waarom blijf jij nog in België? Wie verziekt hier de maatschappij??’ Of: ‘De wekelijkse anti-autochtone vernederingen van FEA zijn we overigens al lang beu.’ Of nog: ‘Wat zou er gebeuren moesten wij in hun land zo’n grote mond opzetten?’

Opgegroeid in Vlaanderen is racisme niet iets waar hij vreemd van opkijkt.

El Azzouzi laat het niet aan zijn hart komen. Opgegroeid in Vlaanderen is racisme niet iets waar hij vreemd van opkijkt. Om te gaan feesten, moest hij met zijn vrienden tot in Nederland rijden. Een huurwoning strikken was vaak ook geen succes.

Op school werd hij, ook al had hij altijd goede punten en was hij allesbehalve handig, naar het beroepsonderwijs doorverwezen.

Fikry-op-papier laat zich niet tegenhouden door die achtergrond. Integendeel. Hij schrijft wat hij wil. Wat in hem opkomt. Zijn inspiratie mag dan al uit zijn verontwaardiging komen, in zijn toon wil hij niet te veel van zijn woede laten doorsijpelen. Dat werkt toch niet. ‘Humor werkt omdat mensen in de eerste plaats iets graag moeten lezen’, zegt El Azzouzi. ‘Ik wil gewoon dingen aankaarten.’

Tussen zijn spotregels door is het niet altijd duidelijk hoe zwaar hij aan iets tilt. Toen De Morgen in 2012 besliste niet langer het woord allochtoon te gebruiken, maakte El Azzouzi zich in een column schertsend zorgen over het verlies van zijn identiteit. Fikry-van-vlees-en-bloed moet er niet lang over nadenken. ‘Ik vind de afschaffing van het woord allochtoon goed’, antwoordt hij zonder aarzelen. Ook over de zwartepietenkwestie heeft hij een uitgesproken mening: ‘Ik vind het racistisch. Ik kan er niet bij dat mensen dat simpelweg afdoen als traditie.’

Op papier transformeert El Azzouzi in een boosaardig pestjoch dat lak heeft aan conventies.

Fikry schrijft intussen ook voor toneel, werkt aan een boekje voor het Red Star Line museum in Antwerpen en heeft ook een filmscenario in de pijplijn. Zijn grote liefde blijft echter de roman. Momenteel sleutelt hij, tussen de vele andere opdrachten door, aan zijn tweede roman, die er op het einde van het jaar moet liggen. Zijn ogen lichten op. ‘Het wordt een magisch-realistische familiekroniek met veel personages en diepgang, sprekende sprinkhanen en djinns (geesten die de gedaante van mensen of dieren aannemen en bovennatuurlijke krachten bezitten, nvdr).’

El Azzouzi heeft zijn succes te danken aan een sprekend schaap en het pocherige, eenzame Vlaams-Marokkaanse jongetje Ayoub en diens venijnige zussen Gedrocht en Al Jazeera, de personages die hij tot leven wekt in zijn debuutroman Het Schapenfeest. Het plot leest als een kinderboek, maar de hardheid onder alle grappige dialogen laat er geen twijfel over bestaan dat het om volwassenen leesvoer gaat. Snoeiharde realiteit in een leuke verpakking.

Lezen deed El Azzouzi altijd al graag. Hij nam de pen op nadat hij boeken las waarvan hij dacht: dat kan ik beter. ‘Ik groeide op in een omgeving waar de vraag niet was wat ik las maar waarom ik las.’ Eerder dan als een handicap ziet hij zijn achtergrond als iets dat een ziel geeft aan zijn verhalen. Zoals jazz in een rokerig café in plaats van in de gangen van het conservatorium. Hij was al een eind in de twintig toen hij columns begon te schrijven voor de website van het intercultureel platform Kifkif en zich aan zijn debuutroman zette. Gedurende een maand schreef hij ongestoord in een flat van auteursvereniging PEN Vlaanderen, maar het gros van zijn boek zag het levenslicht tijdens El Azzouzi’s shifts als nachtwaker voor een energiebedrijf. Vandaag doet hij die job nog steeds maar de vraag is hoe lang nog. ‘Schrijven is eigenlijk mijn beroep.

Eerder dan als een handicap ziet hij zijn achtergrond als iets dat een ziel geeft aan zijn verhalen.

De ober ziet El Azzouzi knoeien met zijn eetstokjes en brengt hem een mes en vork. Hij duwt hem ook nog een setje verpakte eetstokjes in de handen ‘om thuis te oefenen, maar wij gaan hier sluiten’, zegt hij laconiek. Ik vraag hem naar zijn lievelingsauteurs. Tom Lanoye en Erik Vlaminck komen ter sprake, alsook de joodse galgenhumor van een Arnon Grunberg en Edgar Hilsenrath.

Dat racisme gebanaliseerd wordt. Dat baart hem het meeste zorgen. ‘Dat ze even sorry zeggen en dan geen racist meer zijn. Dat ze voor alles wel een uitleg hebben, de interim-kantoren, de verhuurders, de discotheken.

Waar kan je tegenwoordig met een hoofddoek nog werk vinden, tenzij ze ergens nog dringend een poetsvrouw nodig hebben?’

Wat hem het meeste hoopvol stemt? ‘België wereldkampioen. Door de allochtoon’, oppert hij rustig grijnzend. Het duurt even voordat ik doorheb dat hij maar half aan het grappen is. Hij drukt me op het hart dat we vandaag een van de betere elftallen ter wereld hebben. ‘Kompany, Lukaku, Benteke, Fellaini en Hazar zijn wereldspelers en die zijn allemaal nog heel jong.’ De nieuwe lichting Belgen die ons land in ere gaat herstellen.

Een week na onze ontmoeting kijk ik in de Antwerpse Arenbergschouwburg gefascineerd naar het theaterstuk Troost van het vijfkoppige theatergezelschap SIN, waar El Azzouzi deel van uitmaakt. Zelf zet hij een stel redelijk psychopathische personages neer. Ze belichamen alles wat fout, hard maar ook frêle is aan onze samenleving vandaag. Maar ook grappig en creatief. Acteurs Ikram Aoulad en Junior Mthombeni delen de planken met de Kielse hiphopformatie NoMoBS. El Azzouzi’s metaforische theatertaal wordt gekruist met meeslepende beats en lyrics in het plat Antwerps, Marokkaans, Frans en Engels. Scène en zaal zijn gevuld met de toekomst van de stad.

In zijn creaties is El Azzouzi toegankelijk en genereus, ondanks zijn verontwaardiging over het-leven-zoals-het-is in Vlaanderen. Hij schrijft voor een breed publiek en deelt zijn eigen leefwereld, de magische en de realistische, de Vlaamse en de Marokkaanse, zonder voorbehoud en zonder scrupules. Dat zorgt voor een vaak hilarische maar ook bikkelharde en kwetsbare aanwezigheid in het Vlaamse literaire landschap. El Azzouzi belichaamt het feit dat de toekomst vandaag begint en dat die, net zoals ons Belgisch elftal, het meest beloftevolle is dat we vandaag in huis hebben.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur