'Financiële speculatie is achilleshiel van de wereldeconomie'

Vrijhandel nekt boeren. Onder die gezamenlijke slogan voeren 11.11.11, Oxfam Wereldwinkels en Vredeseilanden de komende weken en maanden hun publeikscampagnes. MO* legde de slogan voor aan de man die de voorbije vijf jaar zowat de belichaming werd van het streven naar meer vrijhandel in de wereld: Supachai Panichtpakdi. Een gesprek over ongelijkheid, eerlijke regels en het geheim van schaken.
Supachai Panitchpakdi behoort tot de selecte club van mannen met mondiale macht. Van 2002 tot 2005 was hij directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en sindsdien is hij secretaris-generaal van de VN Conferentie over Handel en Ontwikkeling (UNCTAD). In de jaren tachtig en negentig was hij minister en vice-premier in verschillende Thailandse regeringen. In die functie onderhandelde en ondertekende hij mee het vrijhandelsakkoord dat uiteindelijk leidde tot de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie.Van een Aziaat met zo’n lange staat van hoge diplomatieke dienst verwacht je minzaamheid en mededogen, hoogstens licht afwijzende zwijgzaamheid. Niet zo bij dr. Supachai.

Bij het begin van het gesprek geeft hij meteen een ferme handdruk en start hij een leuke babbel in het Nederlands. De dr. in Supachai’s naam komt namelijk uit Rotterdam, waar hij economie studeerde en doctoreerde bij Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen -de man die mee aan de wieg stond van de Nieuwe Internationale Economische Orde, een concept voor rechtvaardigere economische verhoudingen op wereldschaal dat in 1974 door de Verenigde Naties werd goedgekeurd.

In Dallas citeerde hij onlangs de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt: ‘De test van onze vooruitgang ligt niet in het vermeerderen van de overvloed van degenen die al veel hebben, maar bij de vraag of we voldoende bieden aan degenen die te weinig hebben.’ Is de huidige mondialisering, gemeten aan die standaard, een mislukking?
Supachai Panitchpakdi: Het is een proces met zeer ongelijke resultaten, dat is waar, maar dat leidt ons niet tot het verwerpen ervan, maar tot het opzoeken van goede voorbeelden waarin de mondialisering wél tot de gewenste resultaten geleid heeft.

In het jongste Trade and Development Report pleit UNCTAD bijvoorbeeld sterk voor regionale samenwerking en Zuid-Zuidhandel. Regionale samenwerking en bilaterale vrijhandelsverdragen kunnen een positieve zaak zijn als de landen die zo’n verdrag afsluiten tot dezelfde regio behoren en zich op hetzelfde ontwikkelingsniveau bevinden. Dat soort overeenkomsten laat echte uitwisseling toe, niet enkel van goederen maar ook van ervaringen. Ze helpen ook om efficiënter op te treden binnen mondiale instellingen zoals de Wereldhandelsorganisatie.
Als buurlanden hun grenzen openstellen voor elkaar, leidt dat ook makkelijker tot grotere opportuniteiten voor gewone mensen of kleine ondernemers. Vrijhandelsverdragen tussen een rijk, ontwikkeld land en een kwetsbaar ontwikkelingsland houden veel meer risico’s van ongelijkheid in. Wanneer een mastodont als de EU verdragen sluit met ontwikkelingslanden, probeert die meer los te krijgen dan wanneer hij langs multilaterale instellingen als de WTO moet passeren. Daarom raden wij de ontwikkelingslanden een grote terughoudendheid aan wat zulke verdragen betreft.
En zal u het Europees Parlement aanraden om terughoudend te zijn met de EPA’s -bij uitstek vrijhandelsverdragen tussen een rijke partner en zwakke partners (regionale landengroepen uit Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan)?
Supachai Panitchpakdi: Ik geef normaliter geen politiek advies, maar wij kunnen wel tips geven om vrijhandelsverdragen zo constructief en voordelig mogelijk te maken voor de ontwikkelingslanden. De grote verandering die de EU doorvoert met de EPA’s is dat men overschakelt naar een relatie met de ACS-landen die van deze armere landen een wederkerigheid vraagt die er vroeger niet was.
Maar op zich is het geen destructief idee om vrijhandelsverdragen af te sluiten. Ook de arme landen moeten competitiever worden. Het helpt niet veel om Afrika te blijven voeden met hulp en meer hulp -alle hulp die Afrika gekregen heeft de voorbije decennia heeft weinig tot niets geholpen- tenzij Afrikaanse regeringen die hulp meteen inzetten om op eigen kracht verder te kunnen.
Let wel: UNCTAD staat in de frontlinie van landen en instellingen die de rijke wereld vragen 0,7 procent van hun inkomen aan ontwikkelingshulp te besteden. We maken kritische rapporten over de tekortkomingen op dat vlak. Er zijn immers nogal wat landen die hun hernieuwde engagement op dit vlak alweer intrekken. Of erger nog: ze tellen de schuldkwijtschelding die ze toestaan bij hun ontwikkelingsbudget. Dat was natuurlijk niet de bedoeling.
Wat is dan wel de bedoeling?
Supachai Panitchpakdi: Hulp moet ertoe leiden dat Afrika zijn eigen rijkdommen kan benutten voor zijn eigen ontwikkeling. En ik geloof dat handel daartoe kan bijdragen. Maar niet eender welke vrijhandel kan of zal voor ontwikkeling zorgen. De VN geloven in gelijkwaardige, niet-discriminerende en op regels gebaseerde vrijhandel. Dat is wat anders dan de wereldhandel zoals die vandaag bestaat, waarin voor bepaalde landen barrières opgeworpen worden of men voor andere landen bijzondere gunstmaatregelen neemt.
Voor ons is handel niet louter een kwestie van economie, maar vooral een kwestie van ontwikkeling. En dan moet de handel de ontwikkeling dienen in plaats van andersom. De ervaring van de WTO leert ons dat wereldhandel behoefte heeft aan duidelijke regels, maar de ervaring van UNCTAD leert me dat die regels op een flexibele manier toegepast moeten worden, tenminste als we willen dat de arme landen er ook voordeel uit kunnen halen. Die landen moeten vaak meer tijd krijgen om hun economie aan te passen, ze moeten meer steun en omkadering krijgen en soms moeten ze uitzondering krijgen -al ben ik daar zelden voorstander van.
Landen die toestemming krijgen om een bepaalde regel niet toe te passen, moeten tegelijk omkadering krijgen om zich voor te bereiden op de dag dat die uitzondering ophoudt. Zonder dergelijke begeleiding is de verleiding te groot om voorlopig niets te doen.
U bent een gepassioneerd schaakspeler. Welke zet moeten de ontwikkelingslanden volgens u vandaag doen op het schaakbord van de wereldhandel?
Supachai Panitchpakdi: Ik zou zeggen: probeer zo veel mogelijk van de ontwikkelingsaspecten van de huidige Doharonde binnen de WTO te realiseren. Er zijn voorstellen die voordelig zijn voor ontwikkelingslanden, gaande van katoenafspraken en uitzonderingen op de regels voor intellectuele eigendom tot Aid for Trade programma’s. Die voorstellen mogen niet mee ten onder gaan met een onderhandeling die blijft vastzitten.
Om de hele Doharonde af te werken, zal er misschien nog meer tijd nodig zijn, maar de echte ontwikkelingsaspecten zijn urgent en zouden dus eerst gerealiseerd moeten worden. Een goede schaakspeler denkt trouwens niet in afzonderlijke zetten, maar in grotere strategieën. En binnen het wereldhandelspel gaat het er niet om als enige winnaar uit de bus te komen, want niemand wil hierin verliezen. Het is dus een multidimensioneel spel in plaats van het klassieke, tweedimensionele bordspel waarin we geoefend zijn.
Wij hebben de indruk dat de WTO in de loop van de jaren een meer democratische instelling geworden is, waar de toegenomen capaciteit van ontwikkelingslanden gebruikt wordt binnen een beslissingskader dat unanimiteit vereist. Maar die democratisering lijkt te leiden naar een blokkering van de organisatie.
Supachai Panitchpakdi: Men zegt wel eens dat de WTO vandaag niet meer lijdt aan een democratisch deficit maar aan een democratisch surplus. Democratie vraagt gewoon meer tijd, maar dat is een prijs die je graag moet betalen, vind ik. De kwestie is niet hoe lang het duurt voordat er een akkoord gesloten wordt, wel hoe goed dat akkoord is voor alle deelnemende partijen.
In Vlaanderen loopt vanaf dit najaar een ngo-campagne onder de slogan Vrijhandel nekt boeren. Moet landbouw gevrijwaard blijven van de vrijhandel?
Supachai Panitchpakdi: Landbouwgoederen zijn nog nooit en zullen ook nooit op dezelfde manier behandeld worden als fabrieksproducten. Ze zitten zelfs niet in het WTO-handvest. Bijna iedereen heeft een eigen reden om landbouw anders te behandelen dan de rest van de wereldhandel, of dat nu omwille van voedselzekerheid, sociale samenhang of culturele diversiteit is. Maar nogal wat ngo’s vinden dat er veel te weinig vrije handel is in landbouwgoederen, en met name Europa zal moeten leren leven met meer vrijhandel en meer concurrentie op dit terrein. Ik ben niet tegen het steunen van landbouwers in Europa, maar wel tegen een subsidiesysteem dat het leven van boeren elders in de wereld vernietigt.
De vraag is eigenlijk: mogen derdewereldlanden hun eigen boeren en markten afschermen van de mondiale concurrentie? Want zelfs zonder subsidie bedreigen producten uit het Noorden de levens van boeren in het Zuiden.
Supachai Panitchpakdi: Het probleem vandaag is in elk geval niet dat landen uit het Zuiden hun markt te veel afschermen, het is eerder de EU die handelsbelemmeringen opwerpt voor landbouwproducten uit het Zuiden. Ontwikkelingslanden zijn dus vragende partij om die barrières weg te werken.
Het vrijhandelsverdrag tussen de VS en Mexico zorgde ervoor dat Amerikaanse maïs vrij ingevoerd mocht worden in Mexico. Dat dreef honderdduizenden Mexicaanse boeren tot het faillisement.
Supachai Panitchpakdi: Zo’n vrijhandelsverdrag had wellicht ook moeten inhouden dat de Amerikaanse regering moest stoppen met het subsidiëren van haar maïsboeren. Dan zou de concurrentie veel eerlijker geweest zijn en hadden de Mexicaanse boeren misschien wel een deel van de lucratieve Amerikaanse markt kunnen inpalmen.
Het is altijd hetzelfde verhaal: samenwerking tussen ongelijke partners kan alleen maar rechtvaardige resultaten opleveren als je daarvoor de nodige maatregelen neemt vanaf de start. Mexico zal overigens ook wel goede redenen gehad hebben om zo’n vrijhandelsverdrag te tekenen: meer migratie, meer toegang tot de Amerikaanse markt voor producten die in Mexico gemaakt of geassembleerd zijn…
Kan migratie een manier zijn om de ongelijkheden van de mondialisering beter te bestrijden?
Supachai Panitchpakdi: In zekere zin wel. En Europa heeft op dit vlak véél werk aan de winkel. De enige migratiepolitiek die Europa heeft, is gericht op het beschermen van de eigen economie. Binnen de WTO wordt gepleit voor veel meer mobiliteit van werkers -weliswaar op tijdelijke basis, voor zes maanden. Die tijdelijke migraties zorgen, via de remittances, voor een stevig bijkomend inkomen voor de armere landen, terwijl ze niet bijdragen tot de hersenvlucht die de ontwikkeling van die landen vandaag ondergraaft. We moeten migratie trouwens niet alleen bekijken als een economisch gegeven, maar ook als een zaak van mensenrechten. Arbeidsmigranten -en vooral als de migranten vrouwen zijn- verdienen veel meer bescherming van hun fundamentele rechten dan ze vandaag krijgen.
U waarschuwt tegen bilaterale vrijhandelsverdragen tussen ongelijke partners. Waarom zijn zoveel regeringen uit het Zuiden dan zo gretig om zulke akkoorden af te sluiten?
Supachai Panitchpakdi: Niemand wil achterblijven bij de andere, en dus imiteert iedereen elkaar. Als één land zo’n vrijhandelsakkoord met bijvoorbeeld de EU afsluit en daardoor meer en makkelijkere marktoegang krijgt tot de Europese markt, vrezen de buurlanden al snel dat ze uit de boot zullen vallen. En dus zijn ze bereid om zelfs ongelijke en niet voordelige akkoorden af te sluiten.
De resultaten van al die vrijhandelsverdragen zijn in elk geval ontgoochelend. Ik heb vrijhandelsverdragen gezien van meer dan 900 bladzijden. Dat is alleen goed nieuws voor advocaten, niet voor de nationale budgetten. Ik ken maar één regionaal vrijhandelsverdrag dat voor alle partners voordelig geweest is, en dat is het vrijhandelsverdrag binnen ASEAN (Association of Southeast Asian Nations). De intraregionale handel steeg dankzij dat verdrag van 16 tot bijna 50 procent van de handel. Dat is dankzij een combinatie van gelijkwaardige startpositie én verregaande vrijmaking van onderlinge handel.
Alle Afrikaanse voorbeelden die ik ken, werken veel minder goed omdat de noodzakelijke voorwaarden ontbreken. Probeer maar eens van Benin naar Nigeria te rijden, dan besef je meteen waarom de handel daar niet kan opbloeien. Ik was er uitgenodigd als speciale gast en nog werd ik ooit twee uur lang vastgehouden aan een grenspost. Laat staan dat je arriveert met een vrachtwagen vol goederen. Er is gewoon een schrijnend gebrek aan basisinfrastructuur in Afrika.
Het is dus niet dat Aziaten harder werken dan Afrikanen.
Supachai Panitchpakdi: Het is zelfs niet alleen omdat we er in Azië in geslaagd zijn beter te produceren. Het is het handel drijven -dat ons in het bloed zit- dat ons uit de onderontwikkeling getild heeft. Die openheid voor wereldhandel is zelfs niet beschadigd door de financiële crisis van 1997-1998. Wat we uit die crisis wel geleerd hebben, is dat je nooit mag vertrouwen op de onvoorspelbare financiële stromen.
Met name speculatief kapitaal is een gevaar, omdat het door niemand ter wereld gecontroleerd of gereguleerd wordt. Dat is trouwens de achilleshiel van de economische globalisering: terwijl we een handelssysteem uitbouwen dat gebaseerd is op transparante, niet-disciminerende regels, blijft de financiële wereld volkomen ongereguleerd. Het onevenwicht tussen het gebrek aan financiële discipline en de harde handelsregels is niet houdbaar. Zeker niet in een wereld waarin de financiële stromen een veelvoud waard zijn van de handelsstromen. Aziatische landen zijn daarom begonnen met het opbouwen van eigen financiële reserves.
Op dit moment zit er zo’n 3,3 triljoen dollar in de financiële reserves van Aziatische landen, meer dan 60 procent van alle reserves wereldwijd. Het ergste is dat het overgrote deel van die reserves in Europa en in de VS wordt belegd, waardoor Aziatische regeringen gegijzeld worden door het monetaire en economische beleid van de EU en de VS. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan een alternatief, een eigen Aziatische schuldenmarkt waarop die enorme reserves ingezet kunnen worden zonder dat ze Azië moeten verlaten.
Lees ook Supachai Panitchpakdi over militairen en democratie in Myanmar en Thailand: op www.MO.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur