Financiering VN-milieukas vergroot kloof noord-zuid

Terwijl het teleurstellende
Amerikaanse Kyoto-alternatief nog op de maag ligt, draait ook de
milieubijeenkomst in Cartagena uit op een mislukking. Zo’n 90
milieuministers en délégués vergaderden de afgelopen week in de Caribische
havenstad over de financiering van het VN-milieufonds, maar de gesprekken
tussen noord en zuid brachten vooral meningsverschillen aan het licht.


Het fonds van het milieuprogramma van de VN (UNEP) voor de periode
1999-2001 bevatte 130 miljoen dollar, waarvan zo’n 60 procent door de EU
word
opgehoest. Op het Derde Wereldforum van Milieuministers en de zevende
zitting van de UNEP in Cartagena konden de Europese milieuministers het
dan ook niet genoeg herhalen: alle leden van UNEP moeten in de geldbuidel
tasten - dus ook de ontwikkelingslanden.

Die bleken allerminst gecharmeerd door de opmerkingen van de Europeanen.
Met name de Groep van 77 plus China (de G77, het blok van
ontwikkelingslanden)
vindt dat de EU daarmee ingaat tegen het principe van de solidariteit.
Europa is niet solidair. Het noorden heeft een grote milieuschuld
tegenover het zuiden die nog teruggaat tot de kolonisatie van Afrika en de
Amerika’s, sprak Elisa Osorio, Colombiaans minister Milieu en
woordvoerster van de
G77.

Ook over de Wereldhandelsorganisatie (WHO) werd gediscussieerd, en dan
vooral over het niet inlossen van de verwachtingen van de
ontwikkelingslanden over de bijeenkomsten van de WHO en de milieutop in Rio
van 1992. In Cartagena betreurden verschillende ministers hardop dat de
Agenda 21, de agenda van Rio, niet helemaal werd nagekomen. Toch
bevestigde de overgrote meerderheid van de aanwezigen het vertrouwen in
Agenda 21.
Er moet niets meer worden uitgevonden. Het staat er allemaal in, daar, in
Agenda 21, verklaarde de Costa-Ricaanse minister van Milieu, Elizabeth
Odio.

Na drie dagen lang discussiëren was er dus weinig vooruitgang geboekt,
laat staan een resolutie gestemd. De Europese Unie nam zich zelfs aan het
einde
voor elke beslissing op te schorten tot na de VN-top over Duurzame
Ontwikkeling, over een half jaar in Johannesburg (de Rio+10). Die top
wordt een grote uitdaging voor ons allemaal (…), en zal gaan over de
natuurlijke rijkdommen, de afstemming van de globalisering op de noden van
iedereen en het uitroeien van de armoede, verdedigde Jaime Matas, Spaanse
milieuminister en woordvoerder voor de EU, die houding. Maar anderen
vreesden dat teveel aandacht voor de armoedebestrijdingprogramma’s de
aandacht van het kernthema van de top in Johannesburg zullen weghouden:
duurzame ontwikkeling voor de arme landen. De Braziliaanse minister van
Milieu, Carlos Carvalho, nam geen blad voor de mond, en noemde de
unilaterale armoedeprogramma’s een manier van de rijke landen om hun
hypocriete houding te handhaven.

Als magere troost werd eergisteren (vrijdag) wel de afspraak gemaakt dat
alle deelnemers het concept ‘duurzame ontwikkeling’ het komende half jaar
zullen promoten. En in de marge werden toch een aantal bescheiden
overeenkomsten bereikt. Zo werd het fiat gegeven voor een
milieueffectenstudie in de Palestijnse bezette gebieden. Yousef Abu
Sagieh, minister van Milieu van de Palestijnse Autoriteit, sprak zijn
bezorgdheid
uit over de pollutie van de grondlagen en andere milieuschade in de
bezette gebieden. De vice-directeurgeneraal van het Israëlische ministerie
van
Milieu, Valerie Brachya, wees op de problemen om in roerige tijden
aandacht te hebben voor het milieu, maar drukte haar hoop uit voor een
hernieuwde
samenwerking tussen beide partijen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift