Financieringstekorten in de globale gezondheidszorg zijn geen darwinistische natuurwet

Als je een tijdje meedraait in het wereldje van de globale gezondheidszorg, dan merk je dat experts en NGO-activisten onveranderlijk zuchten over ‘financieringstekorten’, of ze nu opkomen voor het bestrijden van moedersterfte, HIV/AIDS of malaria. De sommen nodig om het recht op basisgezondheidzorg te verzekeren zijn relatief gering, zeker in verhouding tot de exorbitante winstmarges van BP of de triljoenen waarmee gegoocheld werd in 2008 voor de bail-out van banken.
  •  Kristof Decoster
Maar één ding hebben ze dus met elkaar gemeen: het geld is er niet, of in te geringe mate, terwijl nochtans de medische interventies om basisgezondheidszorg te verzekeren in het Zuiden bekend zijn. Het is dan ook geen toeval dat mensen in de sector van globale gezondheidszorg en hun mecenassen (zoals Bill Gates, alias “Daddy health bucks”) stilaan beginnen te denken dat het tijd wordt voor een “PR-tandje” meer, om de zichtbaarheid van globale gezondheidszorg te verhogen.
Het inschakelen van celebrities voor de goeie zaak kun je niet echt innovatief noemen, maar recent is bv. ook het Global Fund op die kar gesprongen, met de kokette Carla Bruni als uithangbord voor de “Born HIV free” campagne. Het Fonds schuift al een aantal jaar mee aan tafel bij de groten der aarde om daar financiering los te weken voor de strijd tegen HIV, malaria en TB, maar lijkt nu ook te beseffen dat de publieke opinie niet altijd volgt. En dat is nog zacht uitgedrukt.
De meer doortrapten onder ons oordelen zelfs dat het tijd wordt om commerciële en (neuro)psychologische technieken te gebruiken ter bevordering van de zaak, technieken die in de marketing- en reclamesectoren al langer gemeengoed zijn. I.p.v. de mensen te trakteren op de gebruikelijke ‘shock and awe’ technieken (zoals bij anti-tabakspreventie) zou preventie bv. in sommige omstandigheden gebaat zijn bij het creëren van een soort ‘feel good’ sfeertje, inspelen op positieve emoties dus.
De rationele mens, die op basis van evenwichtige informatie kiest voor een bepaald soort gedrag, bestaat immers toch niet. Andere pistes die al in meer of mindere mate bewandeld worden, zijn het aanwenden van sportmanifestaties, zoals de Wereldbeker Voetbal, om te sensibiliseren, of zelfs het binnensmokkelen van ‘gezondheidszorgpreventie’-boodschappen in de plot van soaps. Al mag het niet te hard opvallen, natuurlijk: mensen dromen weg bij soap-personages net omdat er bij die laatsten veelal een hoek af is. We mogen niet de idee krijgen dat we naar een commercial van Sonja Kimps zitten te kijken. Daar bestaan trouwens andere zenders voor.

Wereldreis


Maar laat ik maar even terugvallen op een ander beproefd PR procédé: een vleugje human interest. Het heet dat mensen tegenwoordig wegzappen bij de zoveelste NGO folder of Haïti steun-campagne – vreemd trouwens dat ze niet wegzappen bij de zoveelste keer De Wever op de buis, maar dit volledig terzijde. En aangezien ik toch nog nooit in Afrika ben geweest (waarmee ik een vreemde eend in de bijt ben hier op het Tropisch Instituut), kan ik ook niet echt voor de vuist weg een verhaal vertellen over gebrekkige gezondheidszorg in pakweg Benin of Mali. Er rest me dus geen andere optie dan mijn eigen verhaal uit de doeken te doen. Met het risico dat mijn “Yes we can” collega’s me voor een watje zullen verslijten ( dokters op het Tropisch instituut stralen bijna zonder uitzondering een “can do” attitude uit, anders voel je je allicht niet door deze sector aangetrokken ). Maar het is een verhaal waarin velen zich allicht zullen herkennen.
Een en ander begon zeven jaar geleden, in 2003, na anderhalf jaar wereldreis in Zuid-Amerika en Azië. Door een rugblessure zag ik me genoodzaakt holderdebolder uit Laos terug te keren naar de Belgische heimat. Discus-bulging. Een zestal maand later stelde een neuroloog ook de wat vage diagnose van spasmofilie. Waar ik dat laatste syndroom en bijhorende symptomen had opgescharreld, is me nog altijd niet helemaal duidelijk – mijn meest esoterische hypothese luidt een uit de hand gelopen vipassana-meditatieëxperiment in Katmandu; een meer wetenschappelijke verklaring houdt het bij de combinatie van enige genetische aanleg en een trigger, misschien het langdurig gebruik van de malariapil ‘Lariam’. Wat er ook van zij, zeven jaar later ben ik nog altijd bij die neuroloog in behandeling, en heb ik al een heel arsenaal van psychofarmaca uitgeprobeerd, helaas met weinig resultaat. Ik heb het doorgaans eufemistisch over een ‘suboptimaal evenwicht’.

Stigmatisering


De ongeschreven regel in onze samenleving is, dat je met dit soort privé-informatie niet te koop loopt. ‘Kampen met psychosomatische problemen’ is een label waar je immers niet meer vanaf geraakt. In combinatie met fysieke problemen - de bulging is ondertussen een joekel van een hernia geworden, kun je het op onze arbeidsmarkt wel helemaal schudden. Mijn neuroloog, overigens een fijne kerel, denkt dat de samenleving in positieve zin evolueert, en dat stigmatisering dus zal afnemen. Ik weet niet welke krant hij leest, maar voorlopig zie ik de samenleving alleen maar verrechtsen. Het zijn niet de neurologen en psychiaters die je hoort, als het over de arbeidsmarkt of de pensioenen gaat, wel Pieter Timmermans en Rudi Thomaes. Vandaar dat ik er, vanuit een soort foert-gevoel, Stijn-Meuris gewijs, dus maar zelf voor uitkom. Als ik me binnen afzienbare tijd terug op de arbeidsmarkt moet begeven, kan ik dit stuk niet meer ongedaan maken. Maar als we allemaal zo zouden redeneren, gaat er nooit wat veranderen.
Hoe ziet een doorsnee dag er dus voor mij uit, anno 2010? Ik gooi er een paar pillen tegen, wat voedingssupplementen (persoonlijk heb ik een zwak voor magnesium), en vooral sloten koffie. Kwestie van een beetje ‘performant’ over te komen, met al die ‘can do’ types die hier door de ITG-gangen benen. Pendelend op de trein bekruipt me vaag het gevoel dat de kaarten, die nochtans eerder goed lagen voor me twintig jaar geleden, me stilaan, één na één, beginnen te ontglippen. Een recente episode onderstreepte dat nog eens. Een - overigens eerste - bezoekje aan een acupuncturist liep onfortuinlijk af. De wet van Murphy ongetwijfeld. De eerste (!) naald die hij zette, in mijn elleboog, voelde nogal pijnlijk aan. Ik vroeg me af of dat wel helemaal koosjer was, maar de man bromde iets van ‘dicht bij de aderen’. Een week later bleek dat hij in mijn zenuw had geprikt, met zenuwschade tot gevolg. Maar goed, een elektrische shock door je lijf meer of minder, zul je zeggen, en ik kan je geen ongelijk geven.
Waarom ik bij die man had aangeklopt? In het gezondheidszorgjargon heet dat ‘shopping’, iets wat in ontwikkelingslanden nog vaker voorkomt dan bij ons. Niet bijster tevreden over het resultaat van zeven jaar westerse gezondheidszorg dacht ik dat het gras elders groener zou zijn. Quod non. Financieel heb ik voorlopig nog geen ‘catastrofale uitgaven’ (nog zo’n term die bon ton is in wetenschappelijke publicaties) , maar als zeventienjarige dacht ik eerlijk gezegd toch niet dat ik twintig jaar later een slordige 200 euro per maand zou uitgeven aan gezondheidszorg. Dat bedrag associeerde ik eerder met een bejaarde die op het punt staat de pijp aan Maarten te geven.

China?


In 2007 besloot ik, na een kleine vier jaar in China, terug te keren naar België. De ontmoetingen met de Chinese gezondheidszorg waren me niet bijster goed bevallen, en de “informatie-asymmetrie’, die sowieso de patiënt-dokter relatie kenmerkt, was er door de taalhandicap nog een stuk groter dan hier. Er wordt aan gewerkt, naar het schijnt, aan Chinese sociale zekerheid en goeie en betaalbare gezondheidszorg, maar de weg is duidelijk nog lang. En VIP-gezondheidszorg – er was in Chengdu een zogenaamde “Gouden vleugel” voor de meer begoede Chinezen en expats, dat kon ik me als leraar Engels aan een modale Chinese universiteit echt niet veroorloven.
Terug naar België, leek dus de enige aangewezen optie. Met spijt in het hart, dat wel. Misschien, onbewust, ook omdat een quote van Chinese zakenlui me was bijgebleven: “West-Europese landen en Canada, dat zijn landen waar mensen niet meer dromen, niet meer ‘groot’ durven denken. Ze zijn alleen maar goed voor ouderen van dagen en voor zieken.” Timmermans staat nu ongetwijfeld heftig te knikken.

Atypisch?


Met dit korte overzicht van zeven jaar gezondheidszorgbesognes vertel ik geen uitzonderlijk verhaal, noch hier in het Westen, noch in het Zuiden. Velen zijn er stukken erger aan toe dan ik, ik voel dan ook enige schroom om dit relaas neer te pennen. Bovendien loop ik hier, in België, alleen het risico om op termijn van een uitkering te moeten leven (die, zo weet ik uit de krant, weliswaar te laag zal zijn om er fatsoenlijk van te kunnen leven). Dat moment hoop ik uiteraard zo lang mogelijk uit te stellen. Maar in veel landen in het Zuiden liggen de zaken anders. Daar ben je in mijn geval een vogel voor de kat. Je bent er meer nog dan hier veroordeeld tot een vicieuze cirkel van gezondheids- en financiële problemen, vaak met de dood tot gevolg.
En daar gaan die wat technocratisch klinkende ‘funding gaps’ dus over. Over mensen zonder stem, die soms al van bij het begin van hun leven rotkaarten toebedeeld krijgen, om die dan verder uit hun handen te zien ontglippen. Wij staan erbij en kijken er naar, zoeken naar excuses.
Mensen die in hun leven door ziekte of andere brute pech beginnen te klooien, plooien soms terug op zichzelf, maar soms ook maakt het hen net meer empathisch t.o.v. het leed elders in de wereld. Een boeddhist zei me ooit - hij had het over zichzelf, toen hij op jonge leeftijd ziek werd in Japan: “Ziekte is een geschenk van Boeddha.” Zelf laveer ik een beetje tussen beide extremen in, al naargelang ik een goeie of slechte dag heb. Wat blijft, is de woede over de kloof tussen wat wij met zijn allen maar over hebben voor gezondheidszorg in het Zuiden, en wat we blijkbaar bereid zijn op te hoesten voor vetbetaalde bankspecialisten, voetballers en schimmige boardrooms.
Financieringstekorten in de globale gezondheidszorg zijn geen natuurwet. Ze tonen alleen ongenadig aan wat we belangrijk vinden in deze wereld.
Kristof Decoster is sinds 2007, verbonden aan de ‘Health Policy & Financing Unit” van het Departement Volksgezondheid, ITG.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift