Françoise Moreau: 'Elke euro ontwikkelingsgeld moet meer opleveren'

Brussel sluit een drukke week debatten over ontwikkeling en millenniumdoelstellingen af. MO* praat over ontwikkeling, de Europese inspanningen en de behoefte aan coherentie met Francoise Moreau, Europees topambtenaar en centrale speler in het formuleren van Europese ontwikkelingsstandpunten.

  • Gie Goris Fran Gie Goris

De Europese Raad boog zich deze week onder andere over de Europese engagementen en plannen voor ontwikkeling. MO* sprak daarover met Francoise Moreau die de goedgekeurde teksten voorbereidde.  Moreau is interim directeur bij de Europese Commissie (directie Ontwikkeling) voor de relatie met de ACS landen (Afrika, Cariben en Stille Ocieaan). Zij coördineert ook de voorbereiding van het EU-standpunt rond de millenniumdoelstellingen, dat in september in New York naar voor gebracht moet worden. De VN-top van september en de aandacht voor de MDG’s creëert volgens Moreau  overigens een meer dan welgekomen focus op ontwikkeling, in een tijd dat alle ogen op de eigen economische problemen gericht zijn.
De Europese Raad herbevestigt het eerder aangegane engagement dat de 27 EU-lidstaten tegen 2015 hun ontwikkelingshulp verhogen tot 0,7 procent van het gezamenlijke bnp. Hoe belangrijk is dat?
Francoise Moreau : De Raad wil inderdaad dat de collectieve EU-ontwikkelingshulp stijgt van de 0,42 procent die we nu halen naar 0,7 procent in 2015. Dit werd al in 2005 beslist. Deze herbevestiging is belangrijk, maar tegelijk slechts één van de belangrijke punten die de Raad is overeengekomen. 
De belofte  dat de ontwikkelingshulp in 2010 zou stijgen tot 0,56 procent werd niet gehaald. Is het dan inet goedkoop om nu weer een belofte tgen 2015 te herhalen?
Francoise Moreau : Ik denk niet dat het goedkoop of gemakkelijk is. Elke dag horen we in een of ander Europees land wel dat er bespaard moet worden op publieke uitgaven. Als de regeringsleiders dan bevestigen dat ze -midden  die moeilijke economische en budgettaire toestand- toch meer willen blijven uitgeven voor ontwikkeling, dan is dat niet “goedkoop” maar moedig. Ik vind het werkelijk opmerkelijk dat de EU-lidstaten bereid zijn om hun ontwikkelingshulp te versterken.
Zelfs wanneer het niet gaat om bindende afspraken? Het is een belofte maar…
Francoise Moreau : … het is een belofte, maar het is een politieke belofte en onze leiders beseffen allemaal heel goed dat dit van zeer dichtbij wordt gevolgd door de internationale gemeenschap, de media en de vele middenveldorganisaties en ook door alle internationale partners. In sommige landen -zoals België en Groot-Brittann ië- probeert men deze engagementen trouwens wettelijk bindend te maken. Maar natuurlijk is dat een soevereine beslissing van de lidstaten.
Daarnaast heeft de Commissie een mandaat gekregen van de Raad om op jaarlijkse basis te rapporteren over de vooruitgang in verband met alle EU-beloftes over het financieren van ontwikkeling. Dat gaat niet alleen over ontwikkelingshulp, maar ontwikkelingshulp wordt meegerekend.
Welke andere beslissingen nam de Raad deze week in verband met ontwikkeling?
Francoise Moreau : De EU stelt dat de Milleniumdoelstellingen nog altijd gehaald kunnen worden indien alle actoren de juiste acties en beleidsstandpunten innemen en uiteindelijk de juiste politieke wil laten zien om vooruit te gaan. Dat is een positieve boodschap. Er is al heel veel vooruitgang geboekt. We evolueerden van 1,8 miljard naar 1,4 miljard extreem arme mensen. Dat is nog altijd een dramatische situatie, maar we het maakt wel duidelijk dat vooruitgang mogelijk is. Ook de kennis over wat werkt en niet werkt vergroot. Tijdens de VN-top over de MDG’s in september zal het zeker ook gaan over de vraag hoe we op deze positieve ervaringen verder kunnen bouwen.
Een tweede belangrijke politieke boodschap van Raad is dat ontwikkelingslanden zelf de sleutels tot vooruitgang op het gebied van armoedebestrijding in handen hebben. Ze hebben een goed bestuur nodig, coherente beleidsplannen voor armoebestrijding, gezondheidszorg, onderwijs,toegang tot sanitaire voorzieningen en toegang tot water. Al deze doelstellingen zijn met elkaar verbonden en een land kan geen vooruitgang boeken op één specifieke indicator wanneer het niet kijkt naar de hele set van economische en sociale elementen die nodig zijn om de ontwikkeling van mensen te verbeteren.
Een andere belangrijke boodschap is dat ontwikkeling enkel mogelijk is met economische groei en het creëren van waardige tewerkstelling. Dat is niet nieuw, maar wel ongelmooflijk belangrijk. En op dit vlak kan hulp een klein beetje helpen, maar het is niet dé oplossing natuurlijk. Daar is de rol van de privésector en de rol van de internationale economische organisaties zoals de G20 veel belangrijker.
Ten slotte benadrukt de Raad dat er nog heel veel vooruitgang moet worden geboekt bij het mobiliseren van binnenlandse financiële middelen in ontwikkelingslanden. Inkomsten uit belastingen zijn nog altijd zeer laag in verschillende landen en het op poten zetten van een efficiënt belastingsysteem is dringend nodig is. Wij willen onze steun hiervoor opvoeren.
Is dat een antwoord op de kritiek dat hulpgeld de lokale overheden minder verantwoordelijk maakt tegenover hun eigen bevolkingen -aangezien hun werkingsgelden toch van overzee komen?
Francoise Moreau : Neen, daar heeft het niet meteen mee te maken. We zeggen alleen dat belastinginkomsten voor ontwikkelingslanden belangrijk zijn om hun eigen ontwikkeling mogelijk te maken en te sturen, en wij willen de hervormingen om tot efficiënte administraties te komen, ondersteunen. Maar we zien het niet als een manier om hulp overbodig te maken, toch zeker niet op korte termijn. We zijn ervan overtuigd dat hulp noodzakelijk en nuttig is, vooral in de armste landen en de meeste kwetsbare landen.
Dat betekent ook dat Europese hulp meer ingezet wordt om de capaciteit van de staat te versterken, niet alleen voor het ontvangen van belastingen maar ook voor het aanbieden van sociale diensten?
Francoise Moreau : Absoluut. De Raad wil meer investeren in domeinen die direct relevant zijn voor de Milleniumdoelstellingen zoals gezondheid, onderwijs en voedselzekerheid. We willen ook de doeltreffendheid van onze collectieve EU-hulp verhogen door beter samen te werken en dubbel werk te vermijden. Het doel is dat elke euro die de EU investeert in een ontwikkelingsland een maximale opbrengst kan realiseren.
Ook dat is geen nieuw voornemen. Is er intussen al vooruitgang gemaakt?
Francoise Moreau : De Commissie zal volgend jaar voorstellen om de ontwikkelingsprogrammacycli te harmoniseren en te synchroniseren tussen de lidstaten en de Commissie. Het is immers nutteloos dat in bepaalde landen alle Europese donoren actief zijn in de gezondheidszorg, terwijl niemand investeert in onderwijs of infrastructuur. Net zoals het niet goed is dat iedereen naar dezelfde landen trekt en andere als “ontwikkelingswezen” achter blijven. Als we een akkoord kunnen sluiten over een progressieve harmonisering van de het plannen, uitvoeren en evalueren van ontwikkelingsprogramma’s, dan zetten we al een grote stap vooruit.
De EU pleit ook voor meer coherentie, maar krijgt de ontwikkelingslogica wel greep op de belangen van bjvoorbeeld handel, landbouw of visserijen?
Francoise Moreau : Er is toch vooruitgang geboekt. Het Everything But Arms initiatief van de EU (EBA) geeft de minst ontwikkelde landen een nul-importtarief voor alle producten, behalve voor wapens. Er zijn nog problemen met die EBA, net zoals er ook in verband met de landbouwsubsidies nog heel wat vooruitgang ngeboekt moet worden. Niet alleen de Commissie maar ook de andere EU-instituties zoals de Raad en het Parlement hebben de mogelijkheid om de beleidscoherentie te bewaken, ook de nationale parlementen kunnen hun verantwoordelijkheid nemen. Wanneer zij over het toekomstige landbouwbeleid debatteren, kunnen zij in hun beleid ook aandacht besteden aan de gevolgen dat landbouwbeleid voor ontwikkelingslanden.
Iedereen belijdt het belang van coherentie, maar verschilt van mening over de toepassing. Ook de Europese Commissarissen die de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA’s) doordrukken, beweren dat ze daarmee coherentie nastreven.
Francoise Moreau: Het is moeilijk om zekerheid te hebben over de impact die de beleidsplannen hebben. Er zijn elementen die aangeven dat de EPA’s nuttig zijn voor ontwikkleingslanden, er zijn ook aanwijzingen die bevestigen dat ze problemen opleveren. Er is in elk geval tot nu geen geloofwaardig alternatief werd voorgesteld. En wanneer je kijkt naar de cijfers in de jaren tachtig en negentig, toen de landen van Afrika, de Cariben en de Stille Oceaan voorkeurstoegang genoten op de Europese markt, dan zagen wa hun marktaandeel kromp terwijl dat van andere landen toenam. Dus moesten we een andere weg vinden die meer inzette op de competitiviteit van die landen onderling.
Het beleid over ontwikkeling zal in de toekomst meer vormgegeven worden door de Europese Buitenlanddienst (de EEAS) van barones Ashton. Wat zal de impact daarvan zijn?
Francoise Moreau : Met één externe dienst zou de coherentie erop vooruit moeten gaan. En ik geloof niet dat de belangen van de EU per se in tegenstelling staan met de ontwikkelingsdoelstellingen. Het is in het belang van de EU om wereldwijd partners te hebben die erop vooruitgaan om problemen als veiligheid, terrorisme en klimaatverandering aan te pakken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift