Freddy Tsimba: 'Kunst moet helen én aanklagen'

Het eerste kunstwerk van een Afrikaanse kunstenaar dat een vaste plek krijgt in de Belgische openbare ruimte, is van de hand van de Congolees Freddy Tsimba. Het werk, Au delà de l’espoir, werd aangekocht door Africalia en werd op 29 september onthuld in Elsene. ‘Zonder hoop is er geen leven mogelijk.’
Ik begon al op jonge leeftijd speelgoed te maken uit ijzerdraad. Tot wanhoop van mijn vader, want op een bepaald moment had ik heel de afsluiting van zijn kippenhok opgemaakt aan allerlei speelgoedauto’s. Heel snel kreeg ik van vrienden en buren bestellingen binnen. Het stelde me in staat om kleren en eten te kopen. Via de verloofde van een nichtje -zoals je weet hebben Afrikanen héél veel neven en nichten- kwam ik in contact met het Instituut voor Schone Kunsten in Kinshasa.
Ik kreeg er de kans om mijn spontane interesse in vormen en tekenen verder uit te werken en te verdiepen. Toch was ik niet gelukkig op de kunstschool, omdat ik het gevoel had dat alles vooraf bepaald en vastgeschroefd was. Je kon schilderen voor de toeristen of voor de diplomaten, je kon gepolijste bronzen of ruwe bronzen maken, dat was het zo ongeveer. Omdat ik me daarin niet kon vinden, ben ik de wijken in getrokken, op zoek naar iemand die me met echt materiaal, met ruw ijzer kon leren werken. Dat heeft jaren gekost, maar het heeft me wel de instrumenten in handen gegeven om me uit te drukken op mijn manier.
Ik werk nu vaak met lege kogelhulzen. Ik ben daarmee begonnen nadat ik op tv beelden zag van vluchtelingen bij een voedselbedeling. Die nieuwsflash is in mijn hoofd blijven spelen. Die onbarmhartige logica van de oorlog die geen ruimte laat voor hoffelijkheid of gewone menselijkheid. De kogelhulzen symboliseren die ontmenselijking, en daarom werden ze het basismateriaal van mijn kunst. Ik ben naar Kisangani en Bas-Congo getrokken om materiaal te verzamelen, maar ook naar Haïti en Soweto.
De meeste Conglozen vonden mijn werk in het begin niet “mooi”. Ze werden erdoor verontrust, het was te ingewikkeld, het was kortom niet de gepolijste kunst uit de academies die ze gewend waren. Ik ben ervan overtuigd dat mijn werk gewoon te dicht op hun vel zat. Mijn aanklacht tegen het overal aanwezige geweld is ook confronterend, natuurlijk.
Ik heb behoefte aan een kunst die wat te vertellen heeft. Ik ben geen kunstenaar om te behagen maar om aan te klagen. Een kunstenaar moet kniediep in de realiteit staan van mensen die zelf niet de stem of de middelen hebben om over hun leven te spreken. Wat een kunstenaar apart maakt, is juist dat hij of zij wél de middelen heeft of maakt om het onuitspreekbare of het onuitgesprokene te verwoorden.
De drang om het leven te beschermen is universeel -en daarover wil ik spreken. Je went nooit aan de dood. Een leven dat eindigt, laat altijd een tekort na, dat is in Afrika niet anders dan in Europa. De manier waarop je uiting geeft aan je verdriet en gemis kan natuurlijk heel erg verschillen. Ondanks de miljoenen doden van het voorbije decennium laten Congolezen hun leven niet overwoekeren door verdriet. Mensen willen verder leven, ze kijken noodgedwongen naar morgen, aangezien gisteren alleen maar ellende bevatte. Ze vinden ook dat ze recht hebben op een meer rooskleurige toekomst, omdat ze met hun bloed betaald hebben voor de beloften en de rijkdommen die het land inhoudt. Dat behoedt er hen ook voor dat ze zich zouden terugplooien in een ziekelijk cynisme. Congolezen houden te veel van het leven om zich te begraven in negatieve gedachten.
Er zijn mensen die vinden dat hedendaagse kunst voor Afrika een overbodige luxe is. Dat een samenleving niet moet investeren in kunst als de meerderheid van de mensen onvoldoende te eten en ontoereikende gezondheidszorg heeft. Die opmerking komt meestal van mensen die schrik hebben van wat kunstenaars te zeggen hebben en van de kracht waarmee ze spreken.
Hedendaagse kunst is een belangrijk onderdeel van de cultuur in Afrika -en als Afrika na al die eeuwen van slavernij, kolonisering en uitbuiting nog bestaat, is het juist dankzij de veerkracht van zijn cultuur. Het probleem is dat er in Afrika veel te weinig geïnvesteerd wordt in het tonen en bewaren van zijn culturele creatie. Het verlies van dat artistieke geheugen betekent ook het verlies van ijkpunten en houvasten voor mensen in Afrika. Een oud houten beeld is véél meer dan mogelijke brandstof voor de maniokmaaltijd van vanavond, het is de belichaming van een verleden van gemeenschappelijkheid en waardigheid.
Je moet aan de toekomst werken met een oog op het verleden, maar als je te veel met dat verleden bezig blijft, geef je heden en toekomst geen kans. De vormen van vroeger hebben ook niet zo veel betekenis in een context die zo radicaal veranderd is. We leven nog wel in Congo, maar het land, de mensen, de relaties, de waarden, de manier van overleven: alles is anders dan honderd jaar geleden. Heel veel mensen verlaten hun dorpen om de kansen van de stad op te zoeken. En de oorlogen van de voorbije jaren zorgen voor grote scheuren in het culturele weefsel van het land. Kennis, waarden en menselijke omgangsvormen worden minder vanzelfsprekend doorgegeven, en op sommige momenten of plaatsen verdwijnen ze in het zwarte gat van het geweld. Een oorlog zorgt altijd voor pijn, wonden en littekens in een gemeenschap. 
Een kunstenaar moet die wonden zowel helen als aanklagen. Helen doet een kunstenaar niet door te verhullen of te verbloemen, maar door te bewaren. Mensen vergeten immers veel te snel. Ik maak zwangere vrouwen met mijn kogelhulzen. Dat is tegelijk een aanklacht tegen het geweld dat gepleegd wordt op kwetsbare mensen, maar het is ook de uitdrukking van mijn geloof dat hoop sterker is dan oorlog, dat vruchtbaarheid mogelijk blijft, zelfs na het geweld dat op vrouwen gepleegd werd. Met andere woorden: ik bewaar de herinnering aan de jaren van oorlog, maar ik doe dat op zo’n manier dat ik tegelijk een deur open op de toekomst. Voor mij is dat cruciaal: zonder hoop is er geen leven mogelijk.
Ik zou  niet echt op één plaats kunnen leven en werken. Ik wil nieuwe horizonten verkennen, nieuwe mensen leren kennen, nieuwe uitdagingen toelaten. Je ziet aan mijn huid dat ik uit Afrika kom, geen probleem, maar ik maak daar geen punt van. Als ik de kans zou hebben om een paar maanden in Irak te kunnen werken, zou ik me even goed met de mensen en de problemen daar kunnen identificeren. Nationaliteiten verdelen mensen, creatieve arbeid verenigt hen. Ik heb niet zozeer een nationale dan een culturele identiteit. Mijn familie is de grenzeloze culturele wereld van kunstenaars die geloven dat een mens meer waard is dan hij vandaag krijgt. Mijn neven en nichten zijn degenen die hun talent gebruiken om de menselijkheid van de meest kwetsbaren te verdedigen.
Degenen die het meest bedreigd worden door de mondialisering reageren vaak door te vluchten in het doodlopende straatje van de beperkte identiteiten. Ze sluiten zichzelf af van de anderen omdat er te weinig gedeeld wordt in de wereld. En dat bedoel ik niet in moraliserende, maar in economische termen: de bodemrijkdommen van Congo worden wel geëxploiteerd, maar de winsten daarvan komen niet ten goede aan de bevolking. Als we dat kunnen veranderen, zou er al veel minder geweld zijn.
Daarom weiger ik “herkenbaar” Congolese kunst te maken, en kies ik voor een vormentaal die er echt toe doet en die universeel is. En dat wil ik combineren met een heel nauwe verbondenheid met de lokale gemeenschappen waar ik mijn basismateriaal verzamel en die ik ook wil terugzien als het werk voltooid is. Want het is hun leven dat me drijft. Creëren doe ik op mijn eentje, maar de muze is de gemeenschap.
www.africalia.be
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur