G20: Schrap ontwikkelingssamenwerking van de agenda

Dit weekend zit de G20 bijeen in Frankrijk. 11.11.11 hoopt dat ze het niet zullen hebben over ontwikkelingshulp.

Hoe zou het nog met de Lehman Brothers zijn? Drie jaar geleden ging hun bank failliet. Schokgolven gingen door de economische en politieke wereld. Banken dreigden als kaartenhuisjes in te storten. Regeringen zetten alles op alles om geld voor herstelplannen bijeen te krijgen. Iedereen vreesde voor een opbod van beschermingsmaatregelen. De G8 stond machteloos.

De G20, maakte zijn entree op het wereldtoneel. De crisis bracht het inzicht dat de traditionele industrielanden niet verder konden beslissen zonder opkomende economieën als China, India en Brazilië bij hun onderonsjes te betrekken. Toen de economie de diepte intuimelde, sprong de G20 op de bres om massaal fondsen voor reddingsoperaties bijeen te brengen.

Op enkele maanden tijd vonden de regeringen van westerse landen meer dan 3.000 miljard dollar in de vorm van uitkoopgeld, overheidsgaranties en andere eerste hulp bij financiële ongevallen. Dat was goed voor de banken en voor andere steunpilaren van ons economisch model. Voor degenen die het hardst getroffen werden door de crisis, de bevolking van de allerarmste landen, deed de G20 echter hoegenaamd niets. Die deelden nochtans zwaar mee in de klappen.

De grootste landen waren vooral druk bezig met het redden van hun eigen hachje. De oorzaken van de crisis werden wel erkend, maar doortastende maatregelen om de financiële sector aan banden te leggen bleven uit. Om de crisis te lijf te gaan, volgde de G20 bij gebrek aan inspiratie de platgetreden paden waarop het IMF en de WTO eerder al verdwaalden.

Business as usual

We zijn ondertussen drie jaar verder. De G20 is er nog niet in geslaagd zichzelf onmisbaar te maken. Met een economie die op het eerste gezicht voorzichtig lijkt op te bloeien, is de G20 uitgespeeld in haar rol van mondiale brandweerman. Met de heropleving van de groei groeit ook de onenigheid tussen westerse landen en de opkomende machtsblokken.

De club lijkt nu op zoek naar een nieuwe adem en nieuw werkterrein. Een ontwikkelingsprogramma op tafel leggen zoals de G20 deed op de recentste vergadering in Seoul is dan een gemakkelijke oplossing. Maar een gemakkelijke oplossing is niet per se een goed idee. We hebben echt geen behoefte aan nog eens een forum van rijke landen, die gaan uitmaken wat goed is voor andere landen.

Het idee dat deze club, waarin de allerarmste landen niet welkom zijn, zich plots zou bezig houden met ontwikkelingssamenwerking is niet erg geloofwaardig.

Het idee dat deze club, waarin de allerarmste landen niet welkom zijn, zich plots zou bezig houden met ontwikkelingssamenwerking is niet erg geloofwaardig. Het ontwikkelingsprogramma dat de G20 vorig jaar voorstelde, kreeg voor de vorm een dun sausje van duurzaamheid mee. Het sprak in enkele paragrafen over ‘inclusieve groei’.

In werkelijkheid blijft het plan gebaseerd op het oude recept dat ons in 2008 een wereldwijde voedselvergiftiging bezorgde: recht toe recht aan groei, daarbij veel sociale en ecologische factoren negerend. Dat de G20 vandaag de dag weinig of geen rekening houdt met de ecologische limieten waar we collectief tegenaan botsen, is onthutsend. Voor de G20 is het business as usual. Men blijft vasthouden aan een manier van werken die half de wereld in een faillissement stortte.

Financiële transactietaks

De G20 kan beter zijn handen afhouden van ontwikkelingssamenwerking. Als ze al een rol te spelen hebben ligt die elders. We zouden al heel blij zijn als ze van de financiële sector een veiligere plek maakten. Als ze bindende maatregelen zouden afspreken om volgende crises te voorkomen. Als ze de wegen zou dichten waarlangs kapitaal aan rechtmatige belasting ontsnapt. Drie jaar geleden was de roep om regulering heel groot. Toch merken we vandaag dat daar bitter weinig van in huis is gekomen.

Er is nochtans heel veel dat de wereldleiders kunnen doen om het financiële systeem stabieler te maken.

Eén van die zaken is de financiële transactietaks (FTT), ook gekend als de Tobintaks. Door een minieme belasting op te leggen bij elke financiële transactie, ontmoedig je speculatie, zonder daarbij echte investeringen te verhinderen. Bovendien kan zo’n belasting miljarden opleveren. Die kunnen we inzetten om klimaatverandering tegen te gaan en de Millenniumdoelstellingen te halen.

De afgelopen jaren heeft een groep van experts van het allerhoogste niveau een belasting op munttransacties uitvoerig bestudeerd. De conclusie was dat zo’n taks haalbaar én wenselijk is. Een heel aantal politici die voor de crisis niets wilden weten van een FTT, zijn nu pleitbezorgers.

Eén van hen is de Franse president Nicholas Sarkozy, die nu de G20 voorzit. Als het hem menens is, moet hij van deze taks een actiepunt én een breekpunt maken. Als de ietwat kwakkelende G20 geen maatregelen voor financiële regulering kan of wil nemen, zal ze heel snel irrelevant worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift