Gao Xingjian: 'Niet begrensd door macht, natie of grondgebied'

Gao Xingjian is een veelzijdig en begenadigd kunstenaar, dat bewijst de Nobelprijs voor Literatuur die hij in 2000 kreeg. Zijn werk en zijn naam blijven in China taboe, ook al houdt hij zich ver van politiek, zegt hij zelf. MO* sprak met de man die voortdurend op zoek is naar zijn innerlijk en permanent op de vlucht voor de macht.

  • © Brecht Goris 'Ik voel mij thuis in de ruimte die niet begrensd wordt door macht, natie of grondgebied. Want dat geeft mij de mogelijkheid om te communiceren met iedereen, waar hij of zij zich ook bevindt, uit welke achtergrond hij ook zijn zin en richting put.' © Brecht Goris
  • © Brecht Goris Gao Xingjian © Brecht Goris

Zijn romans zijn in ten minste 36 talen vertaald en in Singapore worden ze ook in het Chinees gepubliceerd – de Volksrepubliek blijft grotendeels gesloten voor zijn werk. Gao Xingjian is een mondiaal monument en zijn Nobelprijs Literatuur was dan ook een verdiende erkenning. Maar zijn artistieke draagwijdte is veel ruimer dan de literatuur alleen.

In de Galerie J. Bastien, waar we de zeventigjarige kunstenaar ontmoetten in 2009, hangen intrigerende inktschilderijen met titels als Maan en wind, De hoop en Dromerij.

In het voorjaar van 2015 krijgt hij grote tentoonstellingen in het Museum van Elsene en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel.

Gao Xingjian ziet zijn inktschilderijen als een voortzetting van de zoektocht die ook zijn poëzie en literatuur, zijn toneelstukken en zijn opera, zijn essays en kunstkritieken voortstuwt. Inkt neemt het over waar woorden tekortschieten.

Het menselijke gaat verloren

Gao Xingjian brak wereldwijd door in 1995, met de publicatie van zijn roman Berg van de Ziel, een literaire verwerking van een maandenlange reis die hij in 1983 door de achterlanden van China en de Chinese cultuur had gemaakt. De aanleiding voor die odyssee was dubbel: zijn baanbrekende theater, zijn cultuurkritiek en zijn korte verhalen hadden hem de banbliksems van de partijtop opgeleverd, en dus achtte Gao het raadzaam even uit Peking te vertrekken.

Als minderheidsculturen in China niet echt van de aardbodem verdwijnen, dan worden ze uitgehold, ontdaan van hun authenticiteit en verpakt als toeristische attracties.

Tegelijk kreeg de kunstenaar te horen dat hij longkanker had. Die diagnose bleek enkele weken later foutief, maar zijn kijk op leven en dood had intussen een fundamentele wijziging ondergaan. Om de kern van zijn “herwonnen” leven beter te vatten trok hij langs de Jangtse, vanuit Sichuan naar de kust, en bracht zijn tijd door bij etnische minderheidsgroepen zoals de Qiang, Miao en Yi.

‘Het risico is niet gering dat de minderheidsculturen in China verdwijnen, en dat zou een enorm verlies aan kennis en geschiedenis betekenen. En als ze niet echt van de aardbodem verdwijnen, dan worden ze onderworpen aan de wetten van de markt: ze worden uitgehold, ontdaan van hun authenticiteit en verpakt als toeristische attracties. Dat is de grootste bedreiging vandaag. Maar in de verhalen, liederen en heldendichten van die kleine en afgelegen gemeenschappen vind je nog veel meer restanten van diepmenselijke kennis en ervaring dan in de dominante cultuur van de Han-Chinezen’, zegt Gao Xingjian.

Dat klinkt als een bevestiging van etnische verschillen en tegenstellingen, en dat is niet onschuldig in de Volksrepubliek, waar de onrust onder de Oeigoeren en de Tibetanen als staatsgevaarlijk gezien wordt. Vindt hij etniciteit belangrijk voor de identiteit van mensen? ‘Zeker niet als etnische gemeenschap verbonden wordt met grenzen en grondgebied. Dat zijn categorieën die van belang zijn voor de macht, niet voor de mensen. De grondlagen van het mens-zijn veranderen niet door van de ene naar de andere zijde van de grens te gaan.’

Rijkdom van het verleden

De kern van wat het betekent mens te zijn. Dat is in toenemende mate het thema waar alle kunst van Gao Xingjian om draait. En de tegenstelling die het spectrum van zijn denken het best omschrijft, is de polariteit tussen macht en individu. Dat is bijna voorspelbaar, voor een kunstenaar die de turbulenties van de culturele revolutie heeft meegemaakt. Gao Xingjian was een tijdlang Rode Brigadist in die woelige jaren, maar omdat hij koos voor de verkeerde fractie, belandde hij in een heropvoedingskamp, waar hij vijf jaar lang moest schaven aan zijn eigen houding en ideeën.

© Brecht Goris

Gao Xingjian

‘De macht zal bijna altijd en overal de creativiteit van individuen beperken. Maar de mens heeft een onvervreemdbaar bewustzijn van zijn eigen bestaan als mens, dat kan een machthebber of een systeem niet afnemen. Tussen die polen bestaat een eeuwige spanning, die gestalte krijgt in de voortdurende zoektocht van mensen naar een geschiedenis achter de officiële geschiedenis.’

‘Verhalen bevatten een andere en belangrijkere waarheid dan de officiële geschiedschrijving.’

‘Die schaduwgeschiedenis heeft niets met politieke machtsverhoudingen te maken, maar met de sporen die dat menselijk bewustzijn achterlaat in de tijd, in de gewoonten, in de vragen en in de cultuur van mensen. Zij wordt geschreven door individuen en verwoord door schrijvers. Hun verhalen bevatten een andere en belangrijkere waarheid dan de officiële geschiedschrijving.’

Het verzet van Gao Xingjian tegen de dominante cultuur en ideologie gaat verder dan een aanklacht tegen de greep van de communistische partij op het leven in China.

Meteen nadat hij Berg van de Ziel afgewerkt had, schreef hij het toneelstuk Taowang, wat vertaald kan worden als “Vluchten”. Het stuk speelt duidelijk op 4 juni 1989, tijdens en na het neerslaan van de opstand op Tienanmen, maar in zijn regieaanwijzing stelde Gao heel duidelijk: ‘Dit is geen sociaal-realistisch toneel.’

De twee mannen en de jonge vrouw in Vluchten wachten in hun schuilplaats op het aanbreken van de dag, als het leger de stad zal beginnen uit te kammen. Het begin van een nieuwe dag zal voor hen het einde van een droom en misschien zelfs van hun leven betekenen. Toch verschijnen de drie personages niet als helden. Dat leidde tot scherpe kritiek uit het prodemocratische kamp in China.

Gao is niet onder de indruk: ‘Kunstenaars zijn getuigen van het menselijke bestaan, meer niet. Ik pleit niet voor revolutionaire kunst die tabula rasa wil maken. Dat is een illusie van de twintigste eeuw waardoor ik me niet wil laten begoochelen. Ik wil geen nieuwe wereld maken, maar juist de oude bewaren of kansen geven om voort te duren in hedendaagse vormen. Elke cultuur is tenslotte gebaseerd op vele generaties en eeuwen verleden.’ Die rijkdom moeten we dus niet willen ontkennen of schrappen.’

De revolutie is uitgehold

Het is een verrassende stelling uit de mond van een kunstenaar die in de jaren tachtig juist omschreven werd als revolutionair omdat hij zowel in zijn literatuur en toneel als in zijn plastische werk bewust brak met de opgelegde conventies uit zowel de keizerlijke als de communistische jaren. ‘Innovatief is een betere, correctere term om mijn werk te beschrijven’, reageert Gao Xingjian.

‘Of hernieuwend. Maar niet revolutionair, die term is versleten door het eindeloze gebruik voor politieke doeleinden. De innovatie die ik nastreef, is gericht op behoud van het rijke culturele patrimonium waarin ik geworteld ben en waardoor ik gevoed word. En dat patrimonium is universeel. Ik ben even gepassioneerd door de Renaissanceschilders uit Italië als door de Griekse, Egyptische of oosterse kunsttradities.’

De schilder Gao Xingjian is op zoek naar een licht dat zich in de mens –in ieder mens– bevindt. ‘Iedereen heeft dromen, visioenen en verwachtingen. Dat is allemaal gebouwd uit licht, innerlijk licht.’

Het was trouwens de confrontatie met de originele olieverfschilderijen in de Europese musea die hem ervan overtuigde het werken met olieverf op te geven, omdat hij nooit die helderheid en kleurenintensiteit van de Europese meesters zou kunnen evenaren. Hij greep opnieuw naar rijstpapier, Oost-Indische inkt en penselen van kamelenhaar, maar sloot zich allesbehalve op in de traditie die al sinds de achtste eeuw gedomineerd wordt door de geniale vernieuwer Wang Wei. Een van de opvallende accenten in Gao’s visuele werk is het spel met licht en schaduw.

‘In de traditionele Chinese inktschilderijen spelen leegte en ruimte wel een belangrijke rol, maar niet het licht. Voor mij gaat het niet over de vraag waar het licht vandaan komt en hoe het de omgeving beïnvloedt –de hoofdvraag van de Renaissanceschilders– maar over een licht dat zich in de mens –in ieder mens– bevindt. Iedereen heeft dromen, visioenen en verwachtingen. Dat is allemaal gebouwd uit licht, innerlijk licht.’

Nationale hel

Gao Xingjian was in 2009 te gast op de viering van de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel. In 2008 nam hij met twee tentoonstellingen en een toneelstuk deel aan Europalia China. Telkens wordt hij opgevoerd als een Chinese kunstenaar, ook al blijven zijn werk en zelfs zijn naam taboe in de Volksrepubliek. Een Nederlandse sinoloog deed onlangs nog een onderzoek naar de berichtgeving over literatuur in China en stelde vast dat in bepaalde publicaties over de Nobelprijs voor Literatuur het jaar 2000 gewoon overgeslagen werd – om toch maar niet de naam Gao Xingjian te moeten afdrukken.

Ik voel mij thuis in de ruimte die niet begrensd wordt door macht, natie of grondgebied.

‘Ik mag nog steeds niet bestaan in China’, stelt Gao vast. ‘Gelukkig creëer ik mijn kunst niet binnen of tegen een culturele of nationale identiteit. Ik voel mij thuis in de ruimte die niet begrensd wordt door macht, natie of grondgebied. Want dat geeft mij de mogelijkheid om te communiceren met iedereen, waar hij of zij zich ook bevindt, uit welke achtergrond hij ook zijn zin en richting put. Wij zijn allemaal mensen, toch? Ook al zijn we nog zo verschillend, die verschillen zijn vertaalbaar en mededeelbaar. Omdat wij op grond van ons mens-zijn niet alleen verschillend, maar ook gelijk zijn.’

Nochtans is een publiek geen abstract gegeven. Wie opgegroeid is in Europa heeft andere culturele oriëntatiepunten dan wie in China opgroeide; wie vandaag geboren wordt, zal als volwassene anders naar de mensen en de wereld kijken dan wie na de Tweede Wereldoorlog geboren werd. En die perspectieven bepalen mee hoe een werk gelezen wordt.

‘Dat is waar’, zegt Gao, ‘maar het verschil krimpt. Europeanen leren stilaan wat kennen van Aziatische culturen, en vice versa, dankzij het gemak waarmee wereldwijd gecommuniceerd wordt. De tijd van de nationale en volksgrenzen ligt achter ons. Gelukkig, want dat was een hel die ons bereid werd door de politici.’

Dit artikel verscheen eerder al in mei 2010. Van 26 februari tot 31 mei 2015 loopt er in het Museum van Elsene een retrospectieve van Gao Xingjian.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur