Gaten in de Israëlische wet

Nadat hij een T-shirt had gedragen met de slogan: No Arabs, No Attacks! werd een rechtse Israëlische activist aangeklaagd wegens racisme. Een joodse rechter sprak hem voorbije zomer vrij, omdat hij geen inbreuk op de wet zag. Zelfs Israëlische beleidsmensen gaan zich steeds vaker te buiten aan haatspraak.

Gaten in de Israëlische wet


Sommigen noemen de Palestijnse burgers van Israël bijvoorbeeld ‘een staatskanker’ en pleiten voor hun deportatie. Ondanks het feit dat de Israëlische wetgeving een antiracismeluik bevat, worden Palestijnse burgers van Israël openlijk ernstig gediscrimineerd. Mossawa, een belangen- en gelijkekansencentrum voor “Arabische Israëli’s”, trekt aan de alarmbel omdat ook steeds vaker wetsvoorstellen opduiken die de rechten van niet-joden beperken. Recent werden wijzigingen doorgevoerd in de Criminaliteitswet, de wet op Politieke Immuniteit en de Partijwet, waardoor de vrijheid van Palestijnse politici beperkt wordt en kritiek op de Israëlische bezetting quasi verboden is.
Momenteel ligt een wetsvoorstel voor dat Palestijnse burgers zou uitsluiten van speciale nationale referenda, naast een wetsvoorstel om de gedwongen verhuis van Palestijnse burgers naar de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook te legaliseren. Mossawa brengt ook het statuut van de Palestijnse burgers van Israël onder de aandacht. Dat statuut in de joodse en zogenaamd democratische staat is altijd heel onduidelijk geweest. Vanaf de stichting van de Israëlische staat in 1948 werd de autochtone Palestijnse bevolking als de “interne vijand” beschouwd en uitgesloten uit het publieke leven. De niet-joodse burgers van Israël worden vandaag nog steeds als tweederangsburgers behandeld en ondervinden discriminatie op het vlak van huisvesting, onderwijs, toekenning van kindergeld, sociale voordelen, gezinshereniging.
Het racisme tegenover de Palestijnse burgers is algemeen aanvaard en het valt te betwijfelen of hier binnenkort verbetering in zal komen. Daarvoor laat de Israëlische wetgeving te veel juridische achterpoortjes open. Het dubieuze statuut van de Palestijnen strookt niet met de democratische aspecten van de staat, vastgelegd in de Israëlische Onafhankelijkheidsverklaring. Helaas heeft die geen wettelijk karakter en kan het non-statuut van Arabische Israëli’s dus niet worden aangevochten op basis van die tekst. (td)

Racisme is moeilijk te bewijzen


Allochtonen worden gediscrimineerd op de Belgische arbeidsmarkt, verkondigden buitenlandse journalisten in de Vacature van 20 december. Die conclusie konden we vroeger al lezen in rapporten van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Klachten over racistische discriminatie op de arbeidsmarkt bekleden de tweede plaats in het klachtenboek, met een continue stijging van het aantal dossiers sinds 2000. Meer werk dus voor de rechtbanken?
‘Niet echt’, zegt Marco Van Haeghenborgh, adjunct-coördinator van de dienst Racismebestrijding. ‘Slechts bij 1 op 17 dossiers wordt een gerechtelijke procedure gestart. Voor je naar de rechtbank stapt, moet je immers voldoende bewijsmateriaal hebben, een vermoeden van discriminatie volstaat niet. Een sollicitant met een vreemde achternaam kan wel vermoeden dat hij omwille van zijn naam nooit wordt uitgenodigd, maar welke bewijsgrond heeft hij? De standaardreactie van bedrijven die we contacteren, is dat de betreffende sollicitant niet in aanmerking kwam wegens verkeerde kwalificaties.’ Als een klacht voldoende exemplarisch is en een flagrante inbreuk vormt op de Belgische antiracismewet - hét basisinstrument voor het Centrum -wordt wel een gerechtelijke procedure gestart.
De antiracismewet dateert van 1981, en werd in 1994 - na de schok van de eerste zwarte zondag -voor de eerste maal aangepast. Deze wet stelt discriminatie wegens ras, huidskleur, afstamming, afkomst of nationaliteit strafbaar. Ze bestraft woorden of intenties en daden of handelingen. Bij het eerste gaat het alleen om openbare uitlatingen die aansporen tot discriminatie of die discriminerende bedoelingen verkondigen. De “daden” verwijzen naar discriminatie in verband met goederen of diensten in de arbeidssfeer of in verband met het lidmaatschap van een groep die discriminatie of segregatie beoefent of verkondigt. In het geval van een werkgever die racistische commentaar op de C4 van een ontslagen werknemer had geschreven, kon het Centrum dus wel naar de rechtbank stappen. (td)
www.antiracisme.be

Druppels op een hete plaat?


Tien jaar na het einde van de Apartheid heeft Zuid-Afrika heel wat kenmerken van een succesverhaal: een stevig democratiseringsproces, behoorlijke sociaal-economische vooruitgang en een echt progressieve grondwet en wetgeving. Onder die glimmende oppervlakte gaapt echter een groeiende kloof tussen arm meestal zwart en rijk, zegt de Zuid-Afrikaanse Mensenrechtencommissie (SAHRC) in een recent rapport. Het proces van de landhervorming verloopt bijvoorbeeld erg langzaam: bijna 80 procent van de grond is nog steeds in handen van blanke, commerciële boeren.
Tussen 13 en 14 miljoen plattelandsbewoners, voor het grootste deel zwarten, hebben nauwelijks toegang tot land, wat volgens de SAHRC leidt tot een stijging van de armoede, tot corruptie en tot een algemene achterstand van de zwarte Zuid-Afrikanen. Ook op de werkvloer worden er nog te weinig inspanningen geleverd om raciale ongelijkheid weg te werken: blanken bekleden nog steeds drie van de vier kaderfuncties, en vier van de vijf bedrijfsleiders zijn ook nog steeds blank. In een vroeger rapport (1999) wees de SAHRC al op de lamentabele toestand in de Zuid-Afrikaanse scholen, waarin men een perfecte voedingsbodem zag voor racisme. Het rapport gaf mee richting aan het beleid van het jonge Centrum voor Burgerschapsvorming en Conflictpreventie (CCECR), financieel ondersteund door de Vlaamse Ontwikkelingssamenwerking.
In navolging van een project van het Belgische Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding introduceerde het CCECR in scholen in de Vrijstaat het Paspoort voor Tolerantie, waarmee respect voor mensenrechten, diverse culturen en andere talen gestimuleerd wordt. Einde 2002 waren bijna 15.000 leerlingen bereikt met het Paspoort. Een succes volgens het CCECR, een druppel op een zeer hete plaat volgens anderen. Critici van de huidige regering beweren zelfs dat zwarten vandaag slechter af zijn dan onder de apartheid.
‘Niets van’, zegt Naledi Pandor, ANC-lid en voorzitster van de Zuid-Afrikaanse Nationale Raad der Provincies. ‘De zwarte Zuid-Afrikanen die ik spreek, zien de democratisering, en dan vooral het stemrecht en de nieuwe wetgevende bescherming, als een enorme stap vooruit. Vandaag zijn sociale zekerheid, onderwijs, water en behuizing in principe toegankelijk voor iedereen, wat vroeger niet het geval was voor zwarten.’ Pandor voegt daar wel aan toevoegt dat er uiteraard nog heel wat grenzen te verleggen zijn, onder meer om iedereen zijn of haar rechten ook effectief te bezorgen. (td)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur