Geen mening over Syrië

‘Wat vind jij van Syrië?’ Het wordt me al een half jaar gevraagd. Ik blijf een samenhangend antwoord schuldig. In 1999 beleefde ik het beste jaar uit mijn nog relatief korte leven. Ik studeerde, nu ja studeerde, een jaar in Damascus. Mijn vriendenkring bestond er uit moslims, christenen, droezen, alawieten en buitenlanders. Een bont allegaartje studenten, muzikanten, artiesten en bon-vivants.

Over politiek werd nauwelijks gesproken, dat was er toen ook al gevaarlijk, maar over de liefde en de kunsten des te meer. Er werd gekaart tot het ochtendgebed en vals meegezongen op ‘Wish You Were Here’ van Pink Floyd. We aten ijsjes waar Nutella werd over gesmolten of taartjes in de Sha’alan wijk. We dronken slechte Syrische wijn in nachthonk Kassabji’s, keken met militairen op verlof naar slechte films in cinema’s waar gerookt mocht worden en zelfgebakken chips werden verkocht.

Falafel-koelkastmagneten

We aten voor een habbekrats een dagschotel in studentenresto Shamiyat. We verdwaalden in de souk en kochten koelkastmagneten in de vorm van een falafel en snoepen in fluokleurtjes. We dansten op donderdag tot het licht werd op nummers van Amr Dyab, de Egyptische Ricky Martin, verjoegen een kater aan een zwembad, even buiten de stad, tussen de knoflookvelden. We waren verliefd op elkaar, op de stad en op eenentwintig zijn.

Het was een jaar dat vriendschappen baarde die tot op heden intact zijn. Na die zinderende tijd ging ik zo vaak mogelijk terug. De voorbije 12 maanden werden de banden enkel virtueel aangehaald.

Tussen de regels

Geen oproepen tot demonstraties, geen schreeuw om geholpen te worden door de internationale gemeenschap. Mijn vrienden laten via sociale media trouwfoto’s zien, er komt een uitnodiging voorbij voor een nieuwe kunstgalerij in de oude stad. ‘Spanish Night is back!’ Iemand is een plaat aan het afmixen. ‘Het sneeuwt in Aleppo’, smst een ander enthousiast.

Soms in, maar meestal tussen de regels, krijg ik een vermoeden van hoe zij respectievelijk kijken naar wat er in hun land gebeurt. Waar ik vroeger goed moest nadenken over wie nu tot welke bevolkingsgroep behoorde, laten de Facebookbanners soms niets aan de verbeelding over.

‘Onze president’?

Als ik aandring, krijg ik wat kruimels informatie. Vooral de ‘petite histoire’ van deze crisis. Sommige mensen die 25 jaar lang cassettebandjes, cd’s en mp3’s hebben uitgewisseld, spreken niet meer tegen elkaar, zijn niet meer uitgenodigd op een huwelijk van een vriend. Ideologische verschillen. Iemand van wie ik het nooit had verwacht heeft de wijk naar het westen genomen. Vrienden ‘voor het leven’ bleek eerder ‘tot het door een dictatuur precaire evenwicht begint te wankelen’.

Een alawitische vriendin belde me maanden geleden en smeekte me niets te geloven van wat op televisie te zien is. “Die opposanten zijn betaald! Ze willen er hier een islamitische staat van maken! Onze president is geen monster! We smeken hem om bescherming…” Ik schrok me te pletter. ‘Onze president’?

The devil you know

De angst voor wat verandering teweeg kan brengen wordt gevoed door wat er rond Syrië gebeurt: het nieuws dat de islamisten terrein winnen in Egypte tempert het initiële enthousiasme voor snelle omwentelingen.

‘It’s better the devil you know’ lijken vele van mijn vrienden te denken. Die duivel weert zich ondertussen als een duivel in een wijwatervat. “We don’t kill our people… no government in the world kills its people, unless it’s led by a crazy person,” zei Bashar Al-Assad in dat hallucinante interview met Barbara Walters.

Ik heb de eerste maanden, toen de Arabische lente nog fris en groen was, alles gelezen en bekeken wat ik over Syrië te pakken kon krijgen. Ik probeerde zicht te krijgen op wat er aan de hand was, zocht nuance. Wou de televisiebeelden verzoenen met wat ik mij herinner. Dat is me niet gelukt. Is het een boze dictator die zijn voeten veegt aan het Mensenrechtenverdrag? Zijn Saoedi-Arabië en Qatar de marionettenspelers van de oppositie? Het is onmogelijk om daar een zicht op te krijgen.

Homs

Maar wat nu in Homs gebeurt, kan bezwaarlijk nog propaganda zijn. De buurlanden stromen vol met mensen met gruwelijke verhalen.

Het doet er niet meer toe dat de oppositie verdeeld is, en de toekomst onzeker. Die president, die gaat, kwaadschiks of goedschiks. Ik schaam me dat ik soms meer treur om het voorgoed verloren gaan van ‘mijn Syrië’ dan dat ik sympathiseer met de onderdrukte bevolking.

‘Wat vind jij van Syrië?’. Ik heb geen mening over Syrië. Alleen verdriet en vooral, nostalgie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Coördinator van Vzw Toestand

    Bie Vancraeynest is coördinator van Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiveert tot tijdelijke en autonome socioculturele centra.