Geen oorlog, geen vrede. Momenteel.

Midden mei zorgden gewapende rebellen, onder leiding van de misnoegde legerkolonel Bechier Haggar, voor vuurgevechten in de Tsjadische hoofdstad Ndjamena. Ze bezetten radio- en tv-stations en blokkeerden de wegen. Enkele dagen voordien zei Redempta Mukantagara, projectleidster voor Tsjaad bij de Franstalige ngo Entraide et Fraternité nog: ‘Er is geen oorlog meer, maar ook geen vrede. De latente spanningen tussen de etnische groepen hangen voelbaar in de lucht.’

Kruitvat: Tsjaad
Spanningen sinds: 1960
Betrokken
partijen: President Idriss Deby tegenover de oppositiepartijen en rivaliserende Zagawa-fracties. Ook de vluchtelingen uit Darfour en Soedanese militiegroepen worden steeds meer betrokken partij.
Inzet: stabiliteit en democratie in een moegestreden land


Tsjaad wordt al sinds zijn onafhankelijkheid in 1960 gekenmerkt door instabiliteit. Spanningen tussen het Arabische noorden en het christelijke zuiden leidden voortdurend tot etnisch geweld. Bovendien viel Libië geregeld zijn zuidelijke buur binnen. In 1990 kreeg de regering opnieuw het vertrouwen van de gewapende groepen en werd het territoriale dispuut met Libië opgelost. Voormalig legerofficier Idriss Deby werd door een staatsgreep president en er kwam een democratische grondwet. Maar de problemen bleven sudderen. Een gewapende opstand in het noorden, in 1998, mondde uit in een hevige burgeroorlog die duurde tot 2002, toen Libië een vredesakkoord forceerde.
De rebellie van mei werd de kop ingedrukt door regeringstroepen die loyaal bleven aan de president. De officiële verklaring van de opstand wees op onbetaalde lonen in het leger. Volgens diplomaten en lokale politieke analisten hadden de rebellen echter een dieper politiek motief. Zij geloven dat het oproer een teken was van de groeiende rivaliteit tussen president Deby en andere Zagawa’s, de etnische groep die de regering en het leger controleert. Haggar en co zijn niet tevreden met het beleid van Deby. Want hoewel er een beweging naar meer democratie is, blijft de macht in handen van een noordelijke etnische oligarchie rond de president.
‘En om dit zo te houden, heeft de president nu een grondwetswijziging doorgevoerd’, zegt Mukantagara. Volgens de Tsjadische grondwet, aangenomen in 1996, mag een president maximum twee termijnen van vijf jaar op post blijven. Maar Deby wil na 2006 zijn ijzeren greep op de macht behouden. De zeventien oppositiepartijen -te zwak om het regime op afdoende wijze te bestrijden- riepen op tot een nationale staking, een oproep die gehoor kreeg.
Ook Deby’s aanpak van het Soedanese Darfour-probleem zorgt voor ongenoegen. De militairen rond Haggar willen dat de president resoluut partij kiest voor de Soedanese opstandelingen in Darfour, omdat zij ook tot de Zagawa-stam behoren. Deby probeerde tot nu toe de bemiddelaar te zijn tussen Khartoem en de bedreigde groepen uit Darfour. Intussen zijn al meer dan 120.000 Soedanese vluchtelingen de Tsjadische grens overgestoken.
De onregelmatigheden in de Tsjadische hoofdstad belemmeren het werk van hulporganisaties, die schreeuwen om voedsel, water en onderdak voor de vluchtelingen. Tegelijk achtervolgen Arabisch Soedanese milities de vluchtelingen tot over de grens, en Tsjadische troepen gingen de afgelopen maanden al in de tegenaanval. Redempta Mukantagara: ‘De heibel rond de grondwet en de vluchtelingen uit Soedan zorgen op dit moment voor spanningen die heel destabiliserend kunnen werken. De Tsjadiërs zijn moegestreden, maar conflict lijkt in dit land helaas altijd mogelijk.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur