'Geen verdriet en geen sympathie' voor vermoorde gouverneur in Pakistan

De moord op gouverneur Salman Taseer zorgt voor nieuwe en diepe breuklijnen in een land dat al wankelt op de rand van de afgrond. Zelfs gematigde relgieuze leiders verbieden hun volgelingen verdriet te tonen bij de dood van de seculiere politicus.

De aanleiding voor de moord op 4 januari was, in de woorden van Malik Mumtaz Hussain Qadri, de speciale veiligheidsagent die Taseer neerschoot, het verzet van de politicus tegen de strenge wet op godslastering. Volgens de Pakistaanse zender Dunya TV zei de dader nog: ‘Ik ben een slaaf van de Profeet en de straf voor wie aan godlastering doet, is de dood.’

Die visie –dat het verzachten van de wet op godslastering gelijk staat aan godslastering zelf– werd na de moord bevestigd door vijfhonderd religieuze geleerden die verengid zijn in de Jamaat-i-Ahl-i-Sunnat, een koepel die zich in het verleden heel uitdrukkelijk verzet heeft tegen het geweld en het extremisme van de Pakistaanse taliban. De Jamaat-i-Ahl-i-Sunnat behoort tot de Barelvi-sekte, een soefistische strekking waartoe een meerderheid van de Pakistaanse soennimoslims behoort. ‘Er hoort geen uitdrukking gegeven te worden aan verdriet of sympathie bij de dood van de gouverneur, want degenen die godslastering steunen, gaan zichzelf ook te buiten aan godslastering’, stelde het communiqué van de bijeenkomst.

Malik Mumtaz Hussain Qadri stond genoteerd bij de inlichtingendiensten als iemand met banden met extremistische bewegingen. In de Pakistaanse krant Dawn wordt daarvoor verwezen naar de Dawat-i-Islami, een niet-politieke en niet-gewelddadige groep die zich vooral richt op innerlijke bekering. Momenteel wordt onderzocht hoe Qadri toch ingedeeld kon worden bij de groep die de bedreigde gouverneur moest beveiligen.

De wet op godslastering, die ingevoerd werd tijdens de streng-islamistische dictatuur van generaal Zia-ul-Haq (1977-1988), kwam hoog op de politieke agenda naar aanleiding van de controverse rond Asia Bibi, een christelijke vrouw uit Punjab. Zij werd aangeklaagd door buren omdat ze beledigende uitspraken over de profeet Mohammed gedaan zou hebben in juni 2009. Na een jaar in de gevangenis, veroordeelde een rechter haar in november 2010 tot de doodstraf. Dat lokte zowel internationale verontwaardiging als interne polemiek uit. De partij van president Zardari en premier Gilani, de Pakistan People’s Party, staat bekend als een seculiere partij. Gouverneur Salman Taseer behoorde tot die partij en was een van de meest uitgesproken tegenstanders van de verdere islamisering van Pakistan. Voor die houding had hij ook al in de gevangenis gezeten tijdens de dictatuur va Zia-ul-Haq in de jaren tachtig.

‘Onze persoonlijke veiligheid is in gevaar, maar er is ook een existeniële bedreiging voor het bestaan van Pakistan.’
Een van de perlementsleden van de PPP, Sherry Rehman, diende in november nog een wetsvoorstel in om de wet op godslastering aan te passen. Haar bescherming werd opgedreven na de moord op Taseer gisteren. De New York Times citeert Rehmans reactie op de moord: ‘Je kan terugplooien in angst of je kan hergroeperen en weloverwogen acties ondernemen als het kan en haalbaar is. Je moet de ernst van de uitdaging begrijpen. Onze persoonlijke veiligheid is in gevaar, maar er is ook een existeniële bedreiging voor het bestaan van Pakistan.’

De religieuze partijen en organisaties hadden het voorbije weekend opgeroepen tot massale demonstraties om elke wijziging van de wet tegen te houden. Als reactie daarop twitterde Taseer op 31 december: ‘I was under huge pressure sure 2 cow down b4 rightest pressure on blasphemy. Refused. Even if I’m the last man standing.’

Na de moord op Salman Taseer verscheen er op Facebook vrij snel een fanpagina voor Malik Mumtaz Hussain Qadri. Op korte tijd had die 2000 fans, voordat ze door Facebook verwijderd werd. Volgens Dawn waren de geposte commentaren zowel lof voor de moordenaar als verwerpingen van de vermoorde gouverneur. Ook de grootste Urdutalige krant Jang liet er geen twijfel over bestaan waar zijn sympathieën liggen met de kop: ‘Geen begrafenis voor Salman Taseer en geen veroordelingen van zijn dood’.

De Pakistaanse regering verloor met Taseer een van haar steunpilaren in de belangrijke provincie Punjab –de PPP staat vooral sterk in Sindh– net op het moment dat twee coalitiepartners de regering verlaten hebben. De PML-N, de partij van de broers Sharif die de provinciale regering in Punjab leiden en waarmee Asif Ali Zardari in het begin van zijn mandaat een eenheidsregering probeerde vormen, wil van de regering ten laatste over drie dagen antwoord hebben op drie vragen in verband met de verhoging van de petroleumprijzen, scherpe besparingen en vervolging van corrupte politici. Nawaz Sharif dreigt anders een vertrouwensstemming uit te lokken, wat volgens de huidige politieke rekenkunde in Islamabad tot een val van de regering moet leiden. De Verenigde Staten en de westerse bondgenoten vrezen in dat geval het ergste voor de strijd tegen het politiek-religieuze extremisme in Pakistan. De gebeurtenissen van de voorbije dagen tonen aan hoe diep dat extremisme al doorgedrongen is in het maatschappelijk weefsel van het land.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur