‘Geld moet ten dienste staan van ontwikkeling’

De Verenigde Naties houden van 24 tot 26 juni een topconferentie over voorstellen om de huidige financieel-economische crisis aan te pakken op een manier die de ontwikkelingslanden echt zou helpen. Daarover sprak MO* met twee leden van de Stiglitzcommissie, die het voorbereidende denkwerk leverde.
  • Nick Hannes Yu Yongding en Yaga Reddy: kritiek op de neoliberale globalisering en financi Nick Hannes
Reageert de wereld adequaat op de grootste economische crisis in zeventig jaar? De voorbije maanden ontstond kritiek op de G20, de groep van twintig leidende en opkomende landen, die de taak lijkt te krijgen om de crisis aan te pakken. Kritiek op de nogal willekeurige samenstelling van de groep: welke landen horen bij de club en welke niet? Kan zo’n informele groep de wereldbevolking vertegenwoordigen, en dan vooral de minst ontwikkelde landen, die geen afgevaardigden in de G20 hebben?
Kritiek ook op de maatregelen die de G20 begin april voorstelde. Die gaan voor sommigen niet ver genoeg en roepen een van de ‘mislukte’ instellingen, het Internationaal Muntfonds (IMF), uit tot dé oplosser van het probleem. Een IMF dat tot nader order in de greep blijft van de rijke landen en niet echt afstand heeft genomen van zijn neoliberale ideologie. Waarom pikten de ontwikkelingslanden het van de G20 dat de oplossing grotendeels werd doorgespeeld naar een instelling waar ze weinig in de pap te brokkelen hebben?
De Stiglitzcommissie wil het antwoord van de Verenigde Naties (VN) zijn op die vragen. Deze commissie van achttien experts is samengeroepen op verzoek van de Algemene Vergadering van de VN. Dat zijn alle 192 lidstaten, en dus eigenlijk heel de wereld. Bovendien nam de voorzitter van de Algemene Vergadering, de Nicaraguaan Miguel d’Escoto, vertegenwoordigers uit alle continenten in de commissie op. De sandinist d’Escoto koos commissieleden die in het verleden al bedenkingen formuleerden bij de globalisering. Zo wordt ze geleid door Nobelprijswinnaar voor Economie Joseph Stiglitz, die al vele jaren kritiek uit op de neoliberale globalisering en financiële liberalisering. Hij verliet destijds als hoofdeconoom om die reden ook de Wereldbank.
De aanbevelingen van de Stiglitzcommissie zouden een belangrijke inspiratiebron moeten zijn van de VN-conferentie over de wereldeconomische crisis die tussen 24 en 26 juni in New York wordt gehouden. Al staat er nog bijzonder veel politiek getouwtrek tussen de aanbevelingen van de commissie en de slottekst van de VN-top. Of de top ook praktische gevolgen zal hebben, is onzeker.
Met Yu Yongding en Yaga Reddy kwamen eind mei twee eminente leden van de commissie in Brussel de aanbevelingen kracht bijzetten tegenover afgevaardigden van de burgersamenleving. Yu is hoogleraar in de economie, lid van de Chinese Academie voor Sociale Studies en directeur van het Instituut voor Mondiale Economie en Politiek. Reddy is een voormalig gouverneur van de Nationale Bank van India. MO* was erbij, registreerde de uitwisseling en stelde beide heren enige vragen.

Waarom zouden de voorstellen van deze commissie beter zijn dan die vele andere commissies?
Yaga Reddy: Onze leden komen uit alle continenten, sommigen hebben beleidservaring, anderen zijn academici, sommigen komen uit de financiële sector, anderen niet. Daarmee zijn we representatiever dan andere commissies. Bovendien hadden we geen erfenis waarmee we rekening moesten houden. We waren vrij om de beste antwoorden te zoeken op de korte en de lange termijn.
Yu Yongding: We zijn het niet 100 procent over alles eens, maar wel over de grote lijnen. Al bij al is dit een gelukkige ervaring.

Wat zijn volgens u de oorzaken van de crisis?
Yaga Reddy: In ruime zin was dat het geloof dat de markten zichzelf wel zullen corrigeren. Daarnaast was er ook de excessieve groei van de financiële sector, waarin het onderscheid tussen banken en niet-banken verloren ging, terwijl we nu opnieuw vaststellen dat banken eigenlijk een semipublieke dienst leveren. Die is zo cruciaal in een economie dat je die nooit in het gedrang mag laten komen. De financiële wereld was geglobaliseerd, maar de regulering niet.
Yu Yongding: Ten eerste werd te weinig rekening gehouden met de gevolgen voor andere landen van het beleid van systemisch belangrijke landen, in de eerste plaats de VS. De Federal Reserve voerde een zeer los beleid. Als een zeepbel barstte, bliezen ze er een andere. Zonder veel regels. Twee: de lonen stagneerden in veel landen al jaren. Om dat gebrek aan koopkrachtige vraag te compenseren, gingen mensen lenen, en een los financieel beleid speelde daarop in. Globale onevenwichten versterkten die tendens. In het internationale financiële stelsel zijn ontwikkelingslanden erg kwetsbaar voor speculatieve aanvallen. Daartegen beschermen ze zich door grote reserves aan vreemde deviezen te sparen, vooral dollars. Die zelfde dollars leenden ze dan weer uit aan de Amerikaanse regeringen en huishoudens tegen bijna geen interest. Arme landen financieren zo het rijkste land ter wereld. Dat is slecht en onrechtvaardig.

Wat moet er dan gebeuren?
Yaga Reddy: Zonder resolute actie belanden we in een depressie. De huidige stimuleringsprogramma’s zijn absoluut nodig. We stellen voor dat de rijke landen 1 procent van hun stimuleringsprogramma aan de ontwikkelingslanden besteden, boven op hun gewone hulp.

Hoe realistisch is dat als je weet dat die gewone hulp nu al daalt?  
Yaga Reddy: Het verschil is dat de rijke landen beseffen dat het herstel van hun economie makkelijker gaat als ook de ontwikkelingslanden zich sneller herstellen. Verder stellen wij voor dat het IMF een nieuwe kredietfaciliteit ter beschikking stelt van de ontwikkelingslanden, zonder de gebruikelijke voorwaarden die de crisis verergeren. Als de rijke landen met hun stimuleringsprogramma’s de crisis mogen bestrijden door openbare investeringen, moet je de ontwikkelingslanden geen besparingen gaan opleggen, zoals het IMF traditioneel doet. Het bestuur van het IMF vertoont weliswaar heel wat gebreken, maar er is nu geen tijd om een nieuwe instelling te creëren. Daarom stellen we voor dat IMF-personeel het dagelijkse beheer van deze kredietfaciliteit waarneemt, maar dat het bestuur ervan democratischer verloopt.
Yu Yongding: Ik denk ook dat het verbeteren van de sociale bescherming in vele landen cruciaal is. Mensen moeten zich kunnen beschermen tegen de risico’s van werkloosheid, ziekte en ouderdom. Dan pas zullen ze minder sparen en meer uitgeven. Daarmee komt een betere verdeling van de rijkdom op de agenda. Marktfundamentalisten horen dat niet graag, maar het is echt noodzakelijk.
Denkt China ook in die richting? Vorig jaar in september stelde ik vast dat de nieuwe arbeidswetten de positie van de werknemer er inderdaad wat verbeterden, maar zal de regering die lijn doortrekken?
Yu Yongding: Ik denk van wel.

Gelooft China meer in het Europese model dan in het Amerikaanse?
Yu Yongding: Laten we zeggen dat de crisis de populariteit van het Amerikaanse model heeft verminderd en dat de slinger nu de andere kant uitgaat. Hoever hij zal uitslaan, weet niemand.

De commissie bepleit een nieuwe reservemunt ter vervanging van de dollar.
Yu Yongding: Het huidige systeem kreunt onder interne tegenstellingen. De reservemunt van de wereld is de dollar, de munt van de VS, die hun geldbeleid afstemmen op hun eigen fiscale en monetaire noden. Ze streven hun eigen doelen na zonder dat iets of iemand hen kan disciplineren. Er is ook geen alternatief: als de VS geen tekort hebben, en dus niet meer uitgeven dan ze verdienen, beschikt de wereld zelfs niet over dollars. Dat is paradoxaal: de schuld van de VS moet dus elk jaar toenemen –wat juist aan het vertrouwen in de dollar knaagt– om de wereldeconomie van zijn reservemunt te voorzien. De oplossing is voor ons de schepping van een nieuwe mondiale munt. De crisis maakt de weg naar dat oude idee van Keynes weer vrij. De gouverneur van de Volksbank van China heeft het idee op tafel gelegd. Wat ons betreft kan het IMF obligaties uitschrijven, in zijn eigen internationale reservemunt, de SDR. De Chinese volksbank heeft al gezegd dat ze graag dergelijke SDR-obligaties wil kopen.
Yaga Reddy: We stellen ook een globale economische coördinatieraad voor, een orgaan dat het beleid van de gespecialiseerde instellingen, zoals het IMF, de Internationale Arbeidsorganisatie, of die i.v.m. de milieuakkoorden, beter op elkaar kan afstemmen. Dit orgaan moet efficiënt zijn, maar tegelijk de stem van alle landen aan bod laten komen. Ook IMF en Wereldbank moeten een democratischer stemmenverdeling krijgen.

Wat zal er van al die ideeën worden?
Yaga Reddy: De bestaande instellingen zijn nog altijd goed ingebed en vinden het moeilijk hun falen te erkennen. Het argument waarmee men onze voorstellen afwijst, is dat nu alle aandacht moet gaan naar de stimuleringsprogramma’s en dat we ons niet mogen laten afleiden door andere dingen. Dat is geen inhoudelijk argument. Ik ben ervan overtuigd dat het moeilijk is om onze voorstellen intellectueel te ontkrachten. We weten dat niet alle aanbevelingen meteen kunnen worden uitgevoerd, maar een herstel zonder grondige hervorming dreigt de problemen nog erger te maken. Onze hoop is dat de publieke opinie onze visie zal steunen en dat regeringen dan wel moeten toegeven.
Yu Yongding: De gevestigde belangen geven zich natuurlijk niet zomaar gewonnen. Wij geloven dat we zullen winnen. Een Chinees gezegde wil dat de wereld voor de jongeren is, en ik zie hier vandaag veel jongeren.

Staan de ontwikkelingslanden eigenlijk wel achter uw ideeën? Als ik goed kan tellen, bestaat de meerderheid van de G20-landen uit ontwikkelingslanden en toch wijkt de tekst van de G20 in Londen sterk af van uw tekst.
Yaga Reddy: De G20 moest onmiddellijk een antwoord geven, wij zien het veel ruimer.

Maar u weet toch of India achter deze tekst staat?
Yaga Reddy: Ik wil daar geen uitspraken over doen, want ik heb geen officiële functie meer.
Yu Yongding: Ik geloof dat de meerderheid van de ontwikkelingslanden achter ons rapport zal staan, tenminste als ze beseffen wat in hun belang is. Doen ze dat niet, dan pak ik mijn koffer en ga naar huis.

Hebt u een alternatief voor de Washington-consensus?
Yu Yongding: We moeten ons bevrijden van het marktfundamentalisme. China kon zich destijds afschermen van de Aziatische crisis door middel van kapitaalcontroles. Het was onmogelijk te speculeren op de renminbi. Intussen werd de term “kapitaalcontroles” vervangen door “beheer van grensoverschrijdende kapitaalstromen”, omdat de term ideologisch moeilijk ligt. We moeten die indoctrinatie afwijzen. De internationale financiële instellingen moeten landen juist helpen bij die kapitaalcontroles. Liberalisering van het geldverkeer heeft weinig tot ontwikkeling bijgedragen.
Yaga Reddy: De Washington-consensus sloeg vooral op financieel-economische kwesties. Wij zien het ruimer. De Washington-consensus heeft moreel en intellectueel gefaald, maar het is niet zo eenvoudig om hem te vervangen. Vergeet niet dat hij destijds werd gepromoot door de regeringen van machtige landen. Dat is met ons rapport niet het geval. Voor de instellingen die deze consensus hebben ondersteund, is het niet makkelijk om die nederlaag toe te geven.
Inzake financiële regulering is er minder onenigheid tussen de G20 en ons. Fundamenteler is dat wij vinden dat de financiële sector enkel de reële sector moet ondersteunen en dienen. De financiële sector moet niet alleen efficiënt en stabiel zijn, hij moet zo in elkaar zitten dat hij bijdraagt tot ontwikkeling en de armoede helpt verminderen. In India moeten elk jaar 15 miljoen banen worden geschapen. Dat is onze prioriteit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur