Dossier: 

Gemaakt om stuk te gaan

Elektronisch afval is vandaag één van de snelst groeiende afvalstromen. Elektro-apparaten worden dan ook ontworpen om alsmaar sneller stuk te gaan, klinkt het vaak. Elk jaar een nieuwe smartphone, en als hij stuk gaat is hij amper herstelbaar: ingebouwde veroudering, heet dat, of hoe die afvalberg maar blijft groeien. ‘Dat breidt zich als een olievlek uit.’

  • Arthur Debruyne Arthur Debruyne
  • Arthur Debruyne Arthur Debruyne
  • Arthur Debruyne Arthur Debruyne

Afgelopen september kondigde electronicagigant Apple een nieuwe lijn iPhones aan. Tijdens een zogeheten keynote speech in het Apple-hoofdkwartier in Californië kwam een bezielde CEO Tim Cook aankondigen op welke manier deze nieuwe lijn het leven van zijn klanten zou veranderen. De nieuwe iPhone 5S was afwisselend “ongelooflijk”, “fantastisch”, “inspirerend” en “absoluut prachtig: de mooiste telefoon ooit gemaakt”. De inkt over de laatste worp van Apple was nog niet droog, of daar kwam een maand later een nieuwe keynote met weer een resem nieuwe toestellen.

Lang niet iedereen was even enthousiast over de nieuwe iPhone. De batterij van het toestel is erin gelijmd en zou daarom moeilijk vervangbaar zijn. Bij de nieuwe telefoon hoorde een nieuw besturingssysteem, iOS 7, dat ook beschikbaar werd voor eigenaars van oudere modellen. Onmiddellijk kwamen er klachten: het nieuwe besturingssysteem zou de oudere modellen aanzienlijk vertragen, en ook het batterijleven verkorten. Makkelijker om gewoon een nieuwe aan te schaffen, toch?

‘De wielen van de industrie blijven draaien’

Een schoolvoorbeeld van ingebouwde veroudering, lijkt het wel. Ingebouwde veroudering, of nog geplande slijtage, is een vlag die veel ladingen dekt, maar meestal bedoelt men ermee dat fabrikanten bewust technieken gaan toepassen om de levensduur van hun producten te beperken en sneller te doen vervangen.

In het Engels heet dat planned obsolescence, en het is ook in de VS waar de term voor het eerste opdook. Dat was in een pamflet uit 1932, gepend door de Amerikaanse vastgoedmakelaar Bernard London, getiteld Ending the Depression through Planned Obsolescence. Ten gevolge van de Grote Depressie hielden Amerikanen veel te lang vast aan hun oude auto’s en radio’s, schreef hij, en daardoor raakte het land maar niet uit het economische slop.

London reisde het continent af met zijn oplossing: een wettelijke beperking op de gebruiksduur van goederen, met een extra belasting voor diegenen die er te lang aan vasthielden. ‘Nieuwe producten zouden constant van de band rollen om de oude te vervangen, de wielen van de industrie zouden blijven draaien, en jobs zijn gegarandeerd’, schreef hij.

Levensduur elektro gaat achteruit

Gebeurt zoiets vandaag zonder dat we het in de gaten hebben? Worden onze elektro-apparaten sneller naar de prullenbak verwezen dan nodig? Er bestaat in ieder geval weinig twijfel over dat de levensduur van onze elektro erop achteruit gaat. Tussen 1985 en 2010 is de levensduur van desktop computers zowat tweederde verminderd, heeft onderzoek van de Amerikaanse Arizona State University aangetoond : van 10,7 jaar gemiddeld, tot 3,5 jaar.

Bij consumentenorganisatie Test-Aankoop is het een gekend probleem. ‘Er is wel degelijk iets aan de hand. Het is ontegensprekelijk zo dat de levensduur van onze toestellen afneemt’, zegt woordvoerder Jan Moers.

Ook André Sterpin zag de levensduur van informatica doorheen de jaren sterk achteruit gaan. Hij is zelfstandig informaticus-reparateur. Bij het begin van het commerciële internet startte hij in 1997 een website met hersteltips voor onder meer computers, een beetje zoals de nu enorm populaire Amerikaanse herstelwebsite iFixit.

‘In de jaren ‘90 ging een harde schijf nog tien, vijftien tot zelfs twintig jaar mee. Vandaag is dat twee à drie jaar, vier met een beetje geluk: soms net op het randje van de garantie. Dat merk ik bij heel wat klanten. Maar vroeger waren harde schijven ook vier keer duurder, dus is het geen mysterie waarom ze vandaag minder lang leven. Het geheugen moet groter, de schijf kleiner en goedkoper: die lage prijs moet je wel ergens voelen.’

Low end

Hetzelfde krijgen we te horen bij elektronicaproducent Philips, met de kanttekening dat het bedrijf geenszins aan ingebouwde veroudering doet. Om te beantwoorden aan een vraag naar goedkopere en lichtere producten, en ook omdat grondstofprijzen toenemen, gaan fabrikanten op zoek naar goedkopere, en dus minder duurzame materialen, die dan uiteraard niet zo solide zijn als diegene die in de duurdere producten verwerkt worden, zegt PR-manager Roel Dekoninck.

‘Binnen productcategorieën hebben we nog eens verschillende klassen: low-end, mid-end en high-end. Als wij toestellen moeten produceren voor een consument die kiest voor de laagste prijzen, dan gaan wij natuurlijk niet de duurste materialen kunnen gebruiken. Duurdere modellen zijn vervaardigd uit kwalitatief betere of meer duurzame materialen, wat een invloed kan hebben op de levensduur van een product. Consumenten hebben de keuze: bij een lage prijs zal de levensduur minder hoog zijn dan bij duurdere producten. Maar alles voldoet nog wel aan hoge Philips-kwaliteitsnormen.’

Dat de levensduur er over het algemeen op achteruit gaat, zou niet zeker zijn. ‘In vergelijking met twintig jaar geleden hebben mensen veel meer elektronica in huis, en dus is de kans groter dat iets stukgaat. Men krijgt zo de perceptie dat alles sneller kapot gaat.’

Gratis herstel

Naast levensduur, is ook slechte herstelbaarheid een vaak gehoorde verzuchting: zeker voor goedkopere spullen overstijgt de herstelkost vaak de aankoop van een nieuw toestel. Ook Philips gaat in zo’n gevallen aanraden een nieuw toestel aan te schaffen, in plaats van het te herstellen.

Het probleem ligt op ieders lippen in de zogenaamde Repair Café’s. In september 2012 werd het eerste Belgische Repair Café opgericht in Elsene — naar Nederlands voorbeeld — en dik een jaar later kan je ondertussen in een vijftigtal gemeenten één keer per maand gratis spullen laten herstellen, van meubels over kleren tot huishoudelektro en soms zelfs smartphones en tablets. De Repair Café’s zijn opgericht door individuele vrijwilligers, en ook de herstellingen gebeuren door vrijwilligers, vaak doe-het-zelvers of professionele herstellers-met-een-missie.

 

Gesaboteerde printers

Printers moeten het vaak ontgelden in discussies over ingebouwde veroudering. Dezelfde André Sterpin herstelt er soms in het Repair Café van Elsene. ‘In elke inktjetprinter zit een telsysteem dat de printer na x aantal prints lam legt. Officieel zit dat erin om te vermijden dat het reservoir met een sponsje in om overtollige inkt op te vangen, op termijn gaat overlopen. In theorie moet je dan terug naar de verkoper die normaal gezien dat sponsje vervangt, je toestel reset en klaar is kees.’

‘Maar wat gebeurt er veel vaker? De verkoper kent er niets van, moet dat terug naar de leverancier sturen, en de kosten daarvan overstijgen heel vaak de aankoopprijs van een nieuw toestel, dat ondertussen nieuwe functionaliteiten heeft, amper iets kost en bovendien krijg je er twee jaar garantie bij. De som is snel gemaakt.’

Op zo’n manier worden toestellen die nog werken, vervangen. Meyrem Almaci, federaal parlementslid voor Groen, kan zich er behoorlijk kwaad in maken. Ze beschrijft een voorbeeld uit eigen vriendenkring. Een dure designkoelkast, waarvan het rubberen sluitstuk vroegtijdig sleet. Verdict: de hele deur moest vervangen worden, a conto van twee derde van de originele verkoopprijs, die zo al niet erg zacht was.

‘Dan weet je dat mensen ernstig gaan overwegen gewoon een nieuwe te kopen, en zich daarbij bedrogen voelen’, zegt Almaci. ‘We hebben gemerkt dat zo’n praktijken meer zijn dan louter toeval. Dat er in sommige gevallen echt sprake is van regelrechte sabotage vanwege producenten. We hebben ook gemerkt dat een aantal toestellen zo gemaakt zijn dat ze niet te herstellen zijn: als de zwakste schakel kapot is, moet je het hele toestel vervangen. Dat zien we vooral bij elektronica.’

 

Vorig jaar dienden Groen en Ecolo twee wetsvoorstellen in die producenten ertoe zou verplichten de verwachte levensduur van een toestel mee te geven bij de aankoop, net als met energielabels op koelkasten. Ook zou het de bedoeling zijn de meest flagrante gevallen van wat Almaci bewuste sabotage noemt, tegen te gaan, door een controle-orgaan in het leven te roepen. Het wetsvoorstel wordt behandeld in de kamercommissie Bedrijfsleven en in deze fase wordt nog bekeken wat precies Europese bevoegdheden zijn, en wat België kan doen. ‘De komst van Repair Café’s is in ieder geval heel belangrijk voor het parlement, omdat dat aantoont dat dit soort vraagstukken ook een draagvlak hebben op het terrein.’

‘Het gevaar van niet in te grijpen, is dat andere bedrijven vaststellen dat zo’n ‘wegwerp-productiemodel’ werkt. Die bedrijven zitten ook met aandeelhouders die zien dat de winstmarges elders groter zijn. En we weten dat het dan verleidelijk is om de eigen productie te aanpassen op dezelfde manier en dus dezelfde praktijken te gaan toepassen. Omdat ze in die richting worden geduwd door de oneerlijke en onduurzame praktijken van anderen. De eerlijke ondernemingen mogen niet weggeconcurreerd worden.’

In Frankrijk en Duitsland staan gelijkaardige wetgevende initiatieven in de steigers. Eén Frans politicus diende zelfs een wetsvoorstel in tegen ingebouwde veroudering met voorziening voor een celstraf van twee jaar voor de ergste overtreders. De tekst is niet door het parlement geraakt.

‘Het kan niet dat de consument zoiets niet weet’

Test-Aankoop bekijkt ondertussen hoe het probleem aangepakt kan worden. ‘Maar we kunnen wel zeggen dat ingebouwde veroudering bestaat’, zegt woordvoerder Jan Moers. ‘Iedereen kan vaststellen dat je minder makkelijk dan vroeger dingen repareert: je kan sommige toestellen zelfs niet openen zonder ze stuk te maken. Dan is het duidelijk dat het niet gemaakt is om te herstellen. Voor veel toestellen wordt de herstelprijs zodanig opgedreven dat reparatie geen optie is. Het kan niet dat consumenten verplicht worden een nieuw toestel aan te schaffen terwijl een oud nog perfect bruikbaar zou kunnen zijn. Zo zijn er genoeg voorbeelden die bevestigen wat iedereen al weet: de realiteit is dat producten gepland minder lang leven. Het kan niet dat de consument zoiets niet weet. Het staat mensen vrij te kopen of niet te kopen wat ze willen, maar dan moeten ze wel geïnformeerd zijn.’

 

Toch lijkt het erop dat de beruchte gevallen van sabotage eerder uitzondering dan regel zijn. Veel vaker is het in deze discussie een samenspel van technologische veranderingen, marktwetten, marketing en, ja, de goesting van de consument. Een nieuwe smartphone kopen wegens een beetje versleten ogend, is geen ingebouwde veroudering. Niemand die ons verplicht een flatscreen aan te schaffen terwijl de oude beeldbuis nog werkt. Productinnovaties volgen elkaar zo snel op, dat het zelfs geen steek lijkt te houden om pakweg een smartphone te gaan maken die tien jaar mee kan.

In oktober heeft het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) een opinie aangenomen tegen ingebouwde veroudering. De Europese Commissie is nu verplicht die tekst te bekijken, maar kan nog beslissen er uiteindelijk niets mee te aan te vangen. In ieder geval is dit de eerste keer dat een Europees adviesorgaan zich écht uitspreekt over het fenomeen. Voordien was dat enkel via omwegen gebeurd, zoals de Europese richtlijn over ecodesign (duurzaam ontwerp) uit 2009, die indirect ook makkelijke herstelbaarheid vraagt.

Thierry Libaert schreef de opinie voor het EESC. ‘Er is nog heel wat werk aan de winkel: ik werk hier nu al een jaar aan, maar ik vraag me ook soms af wat er nu van aan is. Niet alle informatie die over ingebouwde veroudering circuleert, is immers betrouwbaar. Er moet nog veel onderzocht worden, dat is een van onze betrachtingen.’

‘Maar er is wel degelijk vraag vanwege consumenten om hier iets aan te doen. De mensen die het meest lijden onder ingebouwde veroudering, zijn de minder gegoede middens, mensen die niet bijzonder veel geld hebben en vrede moeten nemen met de meest goedkope producten, die dan na een jaartje of wat in panne vallen, waardoor ze weer iets nieuw moeten kopen.’

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift