Dossier: 

Geschiedenis van het conflict in Kasjmir

Het geweld in Kasjmir heeft diepe historische wortels. En de opstand begon niet toevallig in 1989, het jaar dat de Sovjetunie zijn troepen terugtrok uit Afghanistan.

Het geweld in Kasjmir heeft diepe historische wortels. En de opstand begon niet toevallig in 1989, het jaar dat de Sovjetunie zijn troepen terugtrok uit Afghanistan.

1846

De prinselijke staat Jammu en Kasjmir ontstaat door een verdrag tussen de Britse heersers en de maharaja van Jammu. Honderd jaar lang heerst de hindoeïstische Dogra-familie over Jammu, Kasjmir, Ladakh en Gilgit.

1947

Alle onderdelen van het Brits-Indische Rijk moeten kiezen tussen India of Pakistan. Voor Jammu en Kasjmir liggen de kaarten zeer ingewikkeld. Het National Congress, waarin een meerderheid van de overwegend islamitische bevolking zich herkende, was voorstander van aansluiting bij India. Islamitische partijen waren voor aansluiting bij Pakistan of ze steunden de positie van de hindoeïstische partij. Deze laatste was tegen aansluiting bij India, omwille van het seculiere karakter van India. Zij stimuleerde de Maharaja om onafhankelijkheid na te streven.

Op 15 augustus 1947 had Jammu en Kasjmir dus géén keuze gemaakt had. In oktober 1947 vielen gewapende stammen vanuit Pakistan binnen. Op 27 oktober tekende Maharaja Hari Singh het verdrag van toetreding tot India, in ruil voor militaire hulp van het Indiase leger. Na een korte oorlog, werd een wapenbestand gesloten. Het geschil werd voorgelegd aan de Veiligheidsraad van de VN, die in een resolutie vroeg de kwestie voor te leggen aan het volk van Jammu en Kasjmir. Het beloofde referendum kwam er nooit.

1949

Het Indiase parlement aanvaardt artikel 370, waardoor Jammu en Kasjmir een speciale status krijgt, met o.a. een eigen Grondwet en een eigen vlag.

1962

India en China vechten een korte oorlog uit, onder andere over Chinese aanspraken op gebied van Ladakh.

1965

India en Pakistan vechten nog een oorlog uit over Jammu en Kasjmir, maar de posities bleven daarna min of meer wat ze ervoor waren.

1953

Sheikh Abdullah, voorman van de regerende Nationale Conferentie, wordt tot 1964 achter de tralies gezet door de Indiase regering. Daarmee werd ook een begin gemaakt aan een niet eindigende reeks interventies vanuit New Delhi in de affaires van Jammu en Kasjmir, iets wat vooral in de Vallei tot groot ongenoegen leidde.

1989

De Koude Oorlog is voorbij, in Centraal-Azië en in Centraal-Europa worden volop grenzen hertekend en nieuwe, onafhankelijke staten gevormd. De strijd van islamitische fundamentalisten woedt op verschillende plaatsen. In Kasjmir ziet men de eerste aanslagen van gewapende groepen, de eerste gevallen van kidnapping, de eerste brutale repressie tegen de burgerbevolking.

1996

De ‘oorlog’ tussen de tientallen gewapende groepen en de Indiase veiligheidstroepen kostte de voorbij zeven jaar het leven aan 40.000 mensen. Eind mei werden er, voor het eerst sedert zeven jaar, verkiezingen georganiseerd voor vertegenwoordigers in het nationale (Indiase) parlement. Wellicht komen er snel ook verkiezingen voor het deelstaatparlement. De voornaamste politieke en gewapende bewegingen boycotten deze verkiezingen.

Militanten aller landen…

Het startschot voor de gewapende strijd werd in 1989 gegeven door het Jammu en Kasjmir Liberation Front. Dit JKLF vecht voor een onafhankelijke staat. Vanaf 1990 verschenen steeds meer groepen op het strijdtoneel.

Dank zij de steun van Pakistan ontwikkelde Hizbul Mujahedin, Harkat-ul-Ansar en Lashkar-e-Taiba zich snel tot de krachtigste groepen. Deze groepen vechten voor een volledige aansluiting bij Pakistan en zijn zeer islamitisch qua inspiratie.

De meesten hebben ook buitenlandse ‘vrijwilligers’ in hun rangen. Harinder Baweja (in 1996 journalist bij India Today): ‘In 1993 gaven die buitenlanders de strijd een extra impuls. Ze waren uiterst gemotiveerd en brachten een grote expertise mee. Zij waren ervoor verantwoordelijk dat steeds meer bomaanslagen gepleegd werden, in plaats van de traditionele gewapende treffens. Het oorspronkelijke enthousiasme over hun inbreng verdween echter toen bleek dat ze niet terugschrokken voor het afpersen van de plaatselijke bevolking en voor van seksueel geweld tegen vrouwen. Op dit moment is het effect van de aanwezigheid van Pakistanen en Afghanen eerder een versterking van de roep naar volledige onafhankelijkheid.’

In de loop van 1995 gaven meer dan 800 opstandelingen zich over aan het Indiase leger. Deze overgelopen militanten worden door India gereorganiseerd en bewapend. De belangrijkste groep ‘overlopers’ is de Ikhwan-ul-Muslimoon. ‘De meeste militanten die zich overgeven, doen dat onder druk van de familie die zich zorgen maakt’, zegt Harinder Baweja. ‘Alleen verbetert de veiligheid niet. Zelfs degenen die niet deelnemen aan de pro-India milities, moeten ‘s nachts in legerkampen gaan slapen.’

Tenslotte experimenteert het Indiase leger sinds begin 1996 met het opzetten van Village Defense Groups: het bewapenen van burgers, zodat ze zich beter kunnen verdedigen tegen ongevraagd bezoek van militanten. Baweja: ‘Momenteel zien we vooral dat deze burgerwachten de spanningen verhogen tussen hindoes en moslims. Het is het jongste voorbeeld van een strategie die een oplossing alleen maar moeilijker maakt.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur