Gesprek met Chokri Ben Chikha over Tunesische Jasmijnrevolutie

“Ik wil blijven geloven dat verandering mogelijk is”

De Jasmijnrevolutie laat de Tunesiërs in het buitenland niet onberoerd. Ook niet diegenen die nooit in het land gewoond hebben. De Vlaams-Belgische performer en theatermaker Chokri Ben Chikha is van Tunesische afkomst. Hij heeft nooit onder de dictatuur geleefd, maar de dictatuur heeft hem bereikt. Van zijn ouders kreeg hij altijd de raad om zich niet over de politieke situatie in Tunesië uit te laten want tot een paar weken geleden vertrouwde niemand nog iemand in Tunesië. Gelukkig lijkt die periode voorbij te zijn. President Zine el-Abidine Ben Ali is naar Saoedi-Arabië gevlucht. Maar het laatste woord over  de democratisering van het land is nog niet gezegd. Dagelijks wordt er betoogd.

  • Max van Sanden Chokri Ben Chikha Max van Sanden

De gebeurtenissen in Tunesië volgen elkaar razendsnel op. Het verhaal is niet geëindigd met de vlucht van Ben Ali. Wat zijn jouw indrukken?

Het is uiteraard fantastisch dat Ben Ali onder druk van de bevolking en waarschijnlijk ook van de elite en van het leger er niet meer is. Maar natuurlijk zijn er nog zijn vroegere aanhangers of diegenen die jarenlang zijn dictatuur gesteund hebben die de touwtjes in handen blijven hebben. Het gevaar dat de geschiedenis zich herhaalt in Tunesië is reëel. Ben Ali zelf is aan de macht gekomen door destijds een andere dictator, Habib Bourguiba, aan de kant te zetten. Dat was in 1987. Toen dacht men ook dat er echte verandering op komst was. Maar dat was niet het geval. De angst nu is dat er een nieuwe Ben Ali in de maak is.

Ben Ali is gevlucht. Dat heeft hij gedaan nadat alle lagen van de bevolking op straat zijn gekomen. Hoe komt het dat leden van zijn regering en zijn partij er alles aan doen om aan de macht te blijven?

Ze proberen natuurlijk alles in de schoenen van de vorige dictator te schuiven. Het is wel zo dat hij en zijn familie zich enorm verrijkt hebben en dat ze erg corrupt zijn geweest. Maar ik kan niet geloven dat alleen hij en zijn familie daar profijt van hadden. Deze mensen, die tot voor een paar dagen aanhangers van Ben Ali en zijn trouwste medewerkers waren, kunnen hun handen niet in onschuld wassen en zeggen dat ze niets met het vorige regime te maken hebben. Ze zijn even corrupt als de gevluchte president en zijn familie.

De bevolking gelooft hen niet maar je hebt een paar oppositiepartijen die toch in de overgangsregering zijn gestapt.

Er zijn er ondertussen ook die er al weer uitgestapt zijn. Ik denk dat ze hoopten op die manier inspraak te krijgen. Sommigen binnen de oppositie denken dat het beter is om iets te hebben dan niets en dat dit slechts het begin van de verandering is. Maar natuurlijk zou het geen juiste analyse zijn om alles te herleiden tot Ben Ali en zijn familie. Ben Ali heeft de regerende partij, het RCD, opgericht maar zeggen dat hij geschrapt is uit de ledenlijst is niet voldoende. Bovendien bekleden de mensen die van deze partij komen de belangrijkste posten in de overgangsregering: het ministerie van binnenlandse zaken, dat van buitenlandse zaken en van defensie zijn in hun handen. Ze hebben met andere woorden nog de touwtjes in handen, en dat kan niet. Wat gebeurd is, is slechts een cosmetische ingreep, het land heeft een fundamentele ingreep nodig.

De houding van het leger is opvallend. Het heeft niet ingegrepen tegen de bevolking en heeft zich ook niet gekeerd tegen de regering.

De Tunesische revolutie wordt de Jasmijnrevolutie genoemd. Het is prachtig om te zien hoe mensen op een relatief vreedzame manier een dictatuur omverwerpen. Maar we mogen ook niet blind zijn. Had het leger niet de kant van de bevolking gekozen dan was het al lang gedaan met de Jasmijnrevolutie. En ik denk dat de gevluchte president en zijn familie zich op zo’n een grove manier verrijkt hebben en dat ze zo overdreven corrupt zijn geweest dat zelfs mensen binnen de elite en de entourage van Ben Ali dit grondig beu waren. Dat verklaart volgens mij de steun die de bevolking van het leger krijgt.

Is het niet zo dat de oude getrouwen van Ben Ali nog de touwtjes in handen hebben  juist door het feit dat er een politieke leegte is, door het feit dat er geen echte leiders zijn vanuit de oppositie?

Nee, ik geloof dat niet. In de geschiedenis van Tunesië is het vaak gebeurd dat mensen opzij werden gezet en dat alles zijn gangetje kon gaan en dat allemaal onder de mom van de stabiliteit. Men zegt nu weer dat er stabiliteit moet komen, en geeft dat als reden om niet zomaar iedereen te vervangen. Maar ik geloof dit niet. Als je een regering van nationale eenheid wil vormen dan moet ze echt representatief zijn en moeten alle partijen daarin vertegenwoordigd zijn. Er is een grote intelligentsia in Tunesië, er zijn genoeg bekwame mensen die het land naar de democratie kunnen begeleiden.

Wat de Europese landen in feite willen is een stabiel land. Of het nu een dictatuur is of niet, daar liggen ze eigenlijk niet wakker van.

Waarom hebben die mensen dan het initiatief niet genomen om een noodregering samen te stellen. Ze wachten tot de leden van de vroegere regering zelf een stap op zij zetten.

Mensen aan de macht die hun conclusies trekken en zelf ontslag nemen, dat is niet echt een traditie in de Arabische wereld. Maar afgezien daarvan is het niet gemakkelijk om tabula rasa te maken en van nul te beginnen. Het RCD, de partij van Ben Ali zit overal. Het RCD is een voortvloeisel van nog een oudere partij, de partij van Bourguiba. Ze heeft leden onder alle lagen van de bevolking en is te vergelijken met partijen zoals men vroeger had in de Oostbloklanden met vertakkingen overal. Je kunt dat niet zomaar gaan vervangen. Je kunt dat ook niet zomaar ontbinden. Er zijn heel veel mensen die daar lid van zijn omdat het ook een manier was om te overleven en ook om carrière te maken. Je kunt dus niet zeggen Ben Ali is weg, ook de partij moet weg. De partijtop kan deel uitmaken van een regering van nationale eenheid maar ze mogen niet alle sleutelposten in handen hebben.

De vakbonden spelen een grote rol in het blijven mobiliseren van de betogers. Hoe sterk zijn ze eigenlijk?

De vakbonden hebben een lange traditie in Tunesië. Ze zijn heel sterk en hebben een belangrijke rol gespeeld in het leiden van het land naar onafhankelijkheid in 1956. Het verbaast dus niet dat de vakbonden in deze revolutie ook een belangrijke rol spelen.

Krijgt de opstand voor de democratie genoeg steun van het buitenland volgens u?

Het is enorm belangrijk voor de Tunesische bevolking om te voelen dat ze internationaal gesteund worden. Wat mij opvalt, is dat men internationaal zeer euforisch was toen de Oostbloklanden één na één in opstand kwamen tegen de communistische regimes terwijl de steun voor het Tunesische volk matig blijft. Frankrijk zei het Tunesische volk in haar keuze te steunen en daar bleef het bij. Wat de Europese landen in feite willen is een stabiel land. Of het nu een dictatuur is of niet, daar liggen ze eigenlijk niet wakker van. Dat is nu duidelijk want anders zouden de reacties veel heftiger zijn geweest.

Er is ook de angst dat vrije verkiezingen een fundamentalistische partij aan de macht brengen. Hoe reëel is die kans?

Vroeger, in de jaren negentig, zou ik gezegd hebben dat dit heel reëel is. Maar nu is die kans heel klein. Je ziet dat ook aan de beelden. Het zijn geen imams of bebaarde mannen die de opstand in gang gezet hebben of de straat blijven mobiliseren. Annahda, de islamitische partij wil natuurlijk de sharia invoeren maar deze partij is niet te vergelijken met het FIS, de fundamentalistische partij in Algerije bijvoorbeeld. Ze zijn ook voor een meerpartijenstelsel. We moeten ook niet vergeten dat Ben Ali een serieuze zuivering heeft gevoerd. En daar ging hij heel ver in. Ben Ali was wat je een verlichte despoot zou kunnen noemen. Zijn partij voerde een verlicht despotisme. Hij was ongenadig voor zijn tegenstanders. Tegelijkertijd voerde hij een open economische politiek. Hij was voor secularisme en voor vrouwenrechten bijvoorbeeld maar hij heeft tegelijkertijd veel mensen van de religieuze partijen gemarteld en uit Tunesië weggejaagd. Annahda heeft daardoor geen deftig netwerk kunnen opbouwen. Dat kunnen ze nu opbouwen maar dat gaat een tijdje duren.

Hoe zal de situatie in Tunesië evolueren denkt u?

Het kan twee richtingen uitgaan. Het kan zijn dat de ene dictator de andere vervangt zoals het geval was in het verleden. Maar het kan ook zijn - en dat zou fantastisch zijn- dat Tunesië een voorbeeld wordt voor de rest van de Arabische wereld. Dat het een democratie wordt zoals in sommige Afrikaanse landen zoals Zuid-Afrika, waar je toch een vorm van democratie krijgt en waarbij je een meerpartijenstelsel hebt met een onderliggende controle van de verschillende partijen op elkaar. En laten we hopen dat dit is wat het in Tunesië wordt. Ik wil niet teveel meegaan in een pessimistische visie over de Arabische wereld waarbij er gezegd wordt dat in dat deel van de wereld het niet anders kan leiden dan tot dictatuur of achterlijkheid. Dat is een deel van de beeldvorming over de Arabische landen. Ze zijn corrupt en ze blijven corrupt, wordt er gezegd en ze zijn niet in staat om politieke en maatschappelijke vooruitgang te boeken. Dit is een doemscenario, een benadering waarmee ik niet akkoord ga. Met alle respect voor een persoon zoals Robert Fisk. In De Morgen (editie van 18 januari) zei hij dat de Arabische wereld niet in staat is om een democratie voort te brengen. Wel, daar wil ik niet in geloven. Ik wil niet meedoen met dat pessimisme. Ik wil juist in verandering geloven want als we daar niet in geloven dan heeft het geen zin om op straat te komen en om de strijd voor democratie en mensenrechten voort te zetten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift