Getest op het slagveld

Wapenhandel blijft een winstgevende zaak voor de producenten die bijna allemaal in Europa of de VS gevestigd zijn. Toch werkt de Derde Wereld aan een inhaaloperatie. Als gelijkheid in welvaart onmogelijk is, dan maar op het vlak van de dodelijke industrie?
De wereldranglijst voor wapenhandel die jaarlijks door het Zweedse SIPRI-instituut samengesteld wordt, wordt ook dit jaar weer aangevoerd door de Verenigde Staten. Die verkochten in de afgelopen vijf jaar zoveel wapens als de dertig volgende wapenproducerende landen samen. Een verdienstelijke tweede plaats op de lijst is weggelegd voor Rusland, terwijl Duitsland met glans brons haalt. Groot-Brittannië en Frankrijk halen net geen podiumplaats maar volgen met een neuslengte achterstand op de vierde en de vijfde plaats. Een opgemerkte zevende plaats is voor Nederland en het kleine België is zeventiende. In 1992 en 1993 werd ons land nog gediskwalificeerd wegens geheimhouding en onoverzichtelijk cijfermateriaal. Op China na (zesde plaats) behoren haast alle wapenproducenten van formaat tot het rijke Noorden. De lijst voor wapenimport geeft een volkomen ander beeld. De meeste Noordelijke landen voorzien immers zelf in hun wapenbehoeften. In het Zuiden ligt dat anders. Saudi-Arabië is nummer één van de wapeninvoerders, onmiddellijk gevolgd door Turkije, Egypte en Taiwan. India staat op nummer 9, Thailand op 13 en Indonesië op 17.

Gij zult nie treur nie

Wie de wereld van wapens wil bevrijden moet dus vooral druk uitoefenen op het rijke Noorden, zodat de toevoer van wapens naar het Zuiden wordt afgesneden. Het schoolvoorbeeld van de campagnes tegen wapenhandel is het wapenembargo dat ingesteld werd tegen Zuid-Afrika. Dat succesvolle embargo creëerde echter ook ongewenste neveneffecten. Het blanke minderheidsregime zwichtte immers niet zomaar voor de druk van buitenaf en de resultaten van het embargo lieten ook erg lang op zich wachten. Geconfronteerd met een internationaal isolement besloten de architecten van de apartheid om zelf een bloeiende wapenindustrie in het leven te roepen. Armscor -Krygscor in het Afrikaans- was het overheidsbedrijf dat met het uitvoeren van de plannen werd belast. Dankzij een uitgebreid netwerk van zogenaamde frontbedrijven werden relaties aangeknoopt met grote westerse wapenproducenten die graag bereid waren om het embargo te omzeilen en Zuid-Afrika de nodige technologie te verkopen. De resultaten mochten er zijn. Vanaf het einde van de jaren zeventig exporteerde Zuid-Afrika zelf wapens naar ondermeer Marokko, Chili, Paraguay, Taiwan en Israël. In 1980 werd Zuid-Afrikaans wapentuig zelfs uitgebreid gedemonstreerd op wapenbeurzen in Griekenland en Chili. Een paar jaar later riepen de Verenigde Naties de lidstaten op om af te zien van wapenimport uit Zuid-Afrika.

Van toen af werd massaal en heimelijk geëxporteerd naar Mozambique, Angola en Rhodesië (Zimbabwe) waar Zuid-Afrikaanse para-bataljons clandestien werden ingezet om linkse regeringen te destabliseren of om anti-apartheidsactivisten in de buurlanden uit te schakelen. Het keurmerk ‘getest op het slagveld’, dat in het logo van Armscor gegrift stond, maakte ook in de Westerse vakbladen veel indruk. De oorlog in Angola alléén bezorgde in die dagen werk aan ruim 28.000 mensen in de Zuid-Afrikaanse defensie-industrie.

Het recht op censuur

Het land produceert vandaag nog steeds uiterst geavanceerde wapensystemen, gaande van machinegeweren tot Oliphant-tanks, Cheetah-jagers, Rooivalk-gevechtshelikopters en zelfs militaire satellietsystemen. Vanaf de jaren zestig werd ook in het grootste geheim gewerkt aan de productie van kernwapens. Pas in 1993 maakte de Zuid-Afrikaanse regering bekend dat ze 6 atoombommen ontmanteld had. Voor bijna al deze wapensystemen werd gebruik gemaakt van illegaal geïmporteerde ontwerpen en technologie. Het apartheidsregime deed ondanks het embargo zaken met het Britse Leyland, het Duitse Siemens, het Franse Thompson CSF, het Zweedse Bofors en de Belgische bedrijven FN en PRB. Voor de ontwikkeling van kernwapens werd een Amerikaanse nucleaire reactor gebruikt. In 1979 werd voor het eerst een kernwapen tot

ontploffing gebracht, met hulp van Israël en wellicht met medeweten van de inlichtingendiensten van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, twee landen die lange tijd belangrijke afnemers waren van Zuid-Afrikaans uranium.

Met 50.000 werknemers blijft de wapenindustrie een bedrijfstak die ook door de zwarte leiders wordt ontzien. Export van wapens naar landen als Rwanda, Uganda, India, Pakistan, Syrië of Koeweit leidden steevast tot harde discussies in het Zuid-Afrikaanse parlement. Denel, met 15.000 werknemers het grootste van ruim 700 wapenbedrijven, wist in juli van dit jaar nog te voorkomen dat de kranten de naam van een mogelijke afnemer (Saudi-Arabië) zouden publiceren. Het bedrijf deed daarvoor een beroep op een censuurwet die nog stamde uit het apartheidstijdperk en die speciaal was ingesteld om de wapenindustrie te beschermen tegen mogelijke onthullingen. Denel was bang dat Saudi-Arabië na het uitlekken van de contracten zou afhaken, net als Syrië vorig jaar. Toen wilde Zuid-Afrika vuurcontrolesystemen leveren voor Syrische tanks, een contract ter waarde van 650 miljoen $, maar nadat het akkoord via de media bekend was geworden, moest de verkoop afgeblazen worden. De Verenigde Staten hadden ernstige bezwaren en dreigden zelfs om de Wereldbank onder druk te zetten om leningen aan Zuid-Afrika te blokkeren. Israël, dat op voet van oorlog leeft met Syrië, reageerde met nog meer verontwaardiging. De systemen die geleverd zouden worden, waren nota bene gebaseerd op Israëlische knowhow, die nog stamt uit

de tijd dat Israël nauw samenwerkte met het apartheidsregime. Ook de levering van pantserwagens aan Rwanda moest in 1996 tijdelijk opgeschort worden nadat de media er lucht van gekregen hadden. En dus eiste en kreeg de wapenindustrie nu censuurmaatregelen, ondanks de openheid en vrijheid van meningsuiting die na apartheid hoog in het vaandel wordt gedragen.

Een klimmer in de hitparade

Hoewel Westerse bedrijven beslist de kroon spannen, is wapenhandel dus geen monopolie van het rijke noorden. Zuid-Afrika is goed voor 0,4 % van de wereldhandel in conventionele wapens, een percentage dat vergelijkbaar is met dat van bijvoorbeeld Spanje. En Zuid-Afrika is beslist niet het enige land uit het zuiden dat een militaire industrie heeft ontwikkeld. Landen als Israël, Argentinië of Brazilië hebben een wapenindustrie met vergelijkbare capaciteit en ook India, Pakistan, Egypte, Iran, de beide Korea’s of Indonesië staan hun mannetje in het wereldje van de wapenhandel. Op de wereldranglijst van wapenexporteurs moet Zuid-Afrika vrede nemen met de 26ste plaats, maar een woordvoerder van Denel liet onlangs weten dat de wapenexport volgend jaar zou verdubbelen. We houden het in de gaten.

(De auteur werkt voor de Internationale Vredesinformatiedienst IPIS)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift