Gevangenen als menselijk schild gebruikt in Myanmar

Een jaar na de verkiezingen is er nog niets veranderd in Birma. Dezelfde generaals bleven ook na november vorig jaar op post en de Myanmarese troepen blijven op grote schaal misdaden tegen de mensheid begaan. Het leger rekruteert kindsoldaten, verkrachtingen zijn een wapen geworden en militairen gebruiken gevangenen als menselijk schild. Dat zegt de Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH).

  • Karen Human Rights Group Nadat het Birmese leger hun dorp binnenviel, keert een groep ontheemde vluchtelingen terug naar huis om er hun weinige resterende bezittingen op te halen. Hun rijstvoorraad, varkens en kippen werden door de soldaten meegenomen. Karen Human Rights Group

Eind vorig jaar was Myanmar niet weg te branden uit het nieuws. De militaire junta organiseerde de eerste parlementsverkiezingen in twintig jaar en oppositieleidster en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi kwam na zeven jaar huisarrest vrij.

‘Maar in feite is nog helemaal niks veranderd. De verkiezingen hadden niks te maken met verandering, ze moesten gewoon het huidige militaire bewind legitimeren’, zegt Zoya Phan van Burma Campaign UK. Zoya behoort tot de Karen, een etnische minderheid in het oosten van Myanmar. Op haar veertiende vielen Myanmarese soldaten haar dorp aan en samen met haar familie vluchtte ze de jungle in. Later belandde ze in een vluchtelingenkamp in Thailand.

De rebellen van het Karen Bevrijdingsleger (KNLA) strijden al jaren tegen het regime in Yangon. De Birmese dominantie over Karen en andere minderheden zoals de Kachin, de Shan en de Mon blijft een bron van spanning en leidde al vaak tot separatistische opstanden, die door de overheid hardhandig worden onderdrukt. Het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken omschrijft de huidige toestand in Myanmar als ‘een complex lappendeken van wapenstilstanden en staakt-het-vuren-akkoorden met verschillende groeperingen.’

De Tatmadaw

In haar strijd tegen de opstandelingen vallen echter ook veel burgerslachtoffers. Volgens een rapport van het Alternatieve ASEAN Netwerk voor Myanmar (ALTSEAN) begaan de Myanmarese troepen of de Tatmadaw grove misdaden in de Kachin, Karen en Shan staten. Er worden op grote schaal vrouwen en meisjes verkracht, kinderen worden als strijdkrachten ingelijfd en hele dorpen worden platgebrand. Soms palmen de soldaten de boerderijen zelf in om er munt uit te slaan.

‘Vorig jaar ontmoette ik een 24-jarige vrouw die enkele maanden voordien door de Tatmadaw uit haar dorp was ontvoerd. Toen haar vader hen probeerde tegen te houden, werd hij voor haar ogen neergeschoten. Overdag moest ze werken als drager voor de soldaten, ’s nachts werd ze meermaals verkracht,’ vertelt Zoya Phan. ‘Verkrachting wordt door de soldaten als wapen gebruikt.’ De voorbije zes maanden werden minstens 34 vrouwen door Myanmarese militairen misbruikt.

Menselijk schild

In hun rapport getiteld Dead Men Walking klaagde Human Rights Watch ook het inzetten van dwangarbeiders in het leger aan. Voor militaire operaties tegen het KNLA werden honderden gevangenen uit gevangenissen geplukt waarna ze zogezegd naar een werkkamp verhuisden om er een deel van hun straf door te brengen.

‘Sommigen werden bij een ontmijningseenheid ingedeeld. De soldaten hadden metaaldetectoren, de gevangenen kregen een lange stok’

In werkelijkheid reisden ze echter met het leger naar de conflictgebieden in het noordoosten. Daar moesten ze als “muilezels” werken voor de Tatmadaw, of werden ze verplicht mee te vechten tegen de opstandelingen. Nog anderen werden gebruikt als menselijk schild om de soldaten tegen kogels of mijnen te beschermen. ‘Sommigen werden bij een ontmijningseenheid ingedeeld. De soldaten hadden metaaldetectoren, de gevangenen kregen een lange stok’, zo vertelt een ex-gevangene aan HRW.

Moe Bu van Burma Campaign UK werd op elfjarige leeftijd door de Tatmadaw uit haar dorp verjaagd. Na lange omzwervingen kwam ze uiteindelijk in een “plaatsingskamp” terecht. Eens uit hun dorp verdreven, worden dorpelingen meestal naar deze door het Myanmarese leger gecontroleerde kampen gestuurd. ‘De mensen zijn zo bang van de soldaten dat ze zelfs niet durven vragen waarom ze uit hun dorp weg moeten. En eens je een kamp binnenwandelt, mag je er niet meer buiten. De militairen geven de mensen amper te eten, maar ze mogen evenmin terugkeren naar hun boerderijen om aan eten te geraken. Sommigen sterven er van de honger, of door een gebrek aan medicijnen.’

Anderen proberen de grens met Thailand te bereiken. Ook zij belanden in vluchtelingenkampen die ze niet mogen verlaten. Naar schatting 155 000 Birmezen leven in een van de negen officiële kampen op de Thais-Myanmarese grens. Sommigen wonen er al twintig jaar.

Tijd voor actie

In mei 2011 riep Tomas Ojea Quintana, de Speciale VN-Rapporteur voor Mensenrechten in Myanmar, de internationale gemeenschap op om een onderzoekscommissie op te richten. Deze commissie, onder leiding van de Verenigde Naties, moet de schendingen van mensenrechten en eventuele oorlogsmisdaden onderzoeken. Een idee dat onder andere door Aung San Suu Kyi gesteund wordt. Een handvol Europese staten, waaronder België, gaven ook al hun fiat.

Maar dat is volgens Pierre-Yves Gillet van Actions Birmanie onvoldoende. ‘De EU moet streng optreden tegen het Myanmarese regime, wil ze haar reputatie als voorvechter van mensenrechten eer aandoen. Het volstaat niet om “principieel” akkoord te zijn met het creëren van een onderzoekscommissie.’ Daarom roepen ze de Europese Unie op om de oprichting van een onderzoekscommissie aan te kaarten in de Algemene Vergadering van de VN.

‘Myanmar werd reeds in 1992 door de VN op de vingers getikt wegens het niet-respecteren van de Conventie van Genève. Twintig jaar later doet de junta nog steeds wat ze wil’, zegt Alison Tate van de Internationale Vakbondenconfederatie (ITUC). ‘We willen niet nog eens twee decennia wachten vooraleer er actie wordt ondernomen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift