Geweld op school moeilijk te bestrijden

In de aanloop naar het Wereld Sociaal
Forum dat later deze week van start gaat in de Zuid-Braziliaanse stad Porto
Alegre, wordt daar vandaag (woensdag) ook een Wereldonderwijsforum
afgesloten. In zestig seminars, werkgroepen en panels nemen 20.000
deelnemers er sinds zondag niet minder dan 785 studies en rapporten onder
de loep. Zij bogen zich onder andere ook over het steeds maar toenemende
geweld op school.


Tijdens de workshop over geweld op school wees Miriam Abramovai, professor
aan de Katholieke Universiteit van Brasilia en co-auteur van een studie
over geweld in Braziliaanse scholen, erop dat het probleem zich niet
beperkt tot Brazilië of Latijns-Amerika, maar dat het om een wereldwijd
fenomeen gaat, dat ook in Noord-Amerika, Europa en andere regio’s steeds
verder om zich heen grijpt. José Vicente Tavares van de Federale
Universtiteit van Rio Grande do Sul heeft recente studies in tientallen
landen geanalyseerd. Hij leerde eruit dat het geweld een sociaal symptoom
is, dat zich in de jaren 1990 heeft uitgebreid, vooral in landen met een
verlate kapitalistische ontwikkeling, gekenmerkt door het wegvallen van
sociale banden en het afbrokkelen van het sociale weefsel.

Voor hun studie ondervroegen Abramovai en haar collega’s 33.655 scholieren,
10.225 ouders en 3.099 leerkrachten in 14 hoofdsteden van Braziliaanse
deelstaten. Zij peilden naar hun menig over het geweld, dat bestaat uit
bedreigingen aan het adres van leerkrachten, vandalisme, gevechten tussen
jeugdbendes en schietpartijen. Acht procent van de ondervraagde jongeren
was al getuige geweest van seksueel geweld op school. Net als in de
Verenigde Staten en sommige andere landen heeft het geweld op school in
Brazilië zorgwekkende proporties aangenomen. Verschillende studenten en
leerkrachten zijn al vermoord. De studie wijst een aantal factoren aan die
bijdragen tot het geweld op school, zoals het verkopen van alcohol of drugs
in de buurt. 55 procent van de ondervraagde scholieren wist waar ze een
vuurwapen konden kopen en 51 procent bezat een wapen of had er vroeger een
gehad. De auteurs identificeerden ook ‘interne factoren’, zoals een gebrek
aan dialoog en communicatie op school en de frustratie van de verwachtingen
van de scholieren. Veel jongeren stelden dat ze absoluut niet graag naar
school gaan en 41 procent van de leerkrachten vertelde dat ze niet van hun
leerlingen houden.

De UNESCO, de Organisatie voor Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur van de
Verenigde Naties, heeft de Braziliaanse studie gesteund. Om het geweld
tegen te gaan, wil de UNESCO culturele, recreatieve en sportactiviteiten
bevorderen met het programma ‘Ruimte maken’. Jongeren en de ruimere
plaatselijke gemeenschap kunnen nu al tijdens het weekend deelnemen aan
activiteiten in ongeveer duizend scholen in zes Braziliaanse staten. Er
zijn al bijna 500.000 mensen bij betrokken en sinds de start is het aantal
gewelddadige incidenten aanzienlijk teruggelopen. Tijdens het seminar over
geweld op school heeft de Braziliaanse minister van Onderwijs Cristovam
Buarque aangekondigd dat hij het programma wil uitbreiden tot het hele land.

Ook in het panel over ‘Onderwijs in conflictzones’ kwam geweld op school
aan bod. De meest dramatische gevallen werden beschreven door leerkrachten
uit Angola en Colombia. Na 27 jaar burgeroorlog zijn in Angola
honderdduizenden mensen omgekomen of verminkt. Colombia verkeert al veel
langer en nog altijd in de greep van sociaal en politiek geweld. De scholen
hebben daar bijzonder onder te lijden. Duizenden leerkrachten zijn vermoord
of zagen zich gedwongen hun huis en hun baan op te geven omdat zij
voortdurend werden bedreigd door ongeregelde gewapende groepen.

Ramón Moncada van de niet-gouvernementele organisatie ‘Corporación Región’
uit Medellin ziet twee verschillende realiteiten in Colombia. De eerste
doet zich voor op het platteland en in de afgelegen bergstreken. Die vormen
het toneel voor gevechten tussen regeringstroepen, linkse
guerrillastrijders en rechtse paramilitaire groepen. Daardoor moet de
lokale bevolking, en dus ook leerkrachten, zich vaak gedwongen verplaatsen.
Maar de leraren staan ook rechtstreeks onder druk. Zij worden met de dood
bedreigd of vermoord omdat de gewapende groepen, en vooral de
paramilitairen, niet aanvaarden dat zij neutraal blijven of omdat zij hun
willen opleggen wat ze aan hun leerlingen moeten leren. Het andere
Colombia bevindt zich in de (grotere) steden, waar veel studenten deel
uitmaken van bendes die de school gebruiken als uitvalsbasis voor
regelmatige schietpartijen met rivaliserende groepen. Uit angst voor deze
bendes durven leerkrachten soms leerlingen niet te laten overzitten of te
bestraffen als ze voor overlast zorgen.

Omwille van het dagelijks geweld op de Colombiaanse scholen voorziet de
regering psychologische bijstand voor leerkrachten. Leraren en
schoolhoofden hebben weinig greep op het geweld omdat het voortkomt uit
externe factoren. Het probleem kan alleen maar ten gronde worden opgelost
als er vredesgesprekken komen tussen de rechtse regering van Alvaro Uribe,
de rebellen en de paramilitairen, en als er in de steden een doeltreffend
beleid wordt gevoerd inzake openbare veiligheid en ontwapening. Niettemin
proberen enkele plaatselijke initiatieven het geweld binnen de perken te
houden. Zo heeft Corporación Región aan vijftien middelbare scholen een
programma gelanceerd waarbij jeugdbendes discussiëren over de mogelijkheid
om te onderhandelen over een ‘pact van wederzijds respect’ en over de nood
om scholen tot ‘neutraal terrein’ te verklaren.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift