'Geweldloos' volk protesteert tegen natuurpark

Het inheemse Semai-volk in Maleisië, bij antropologen bekend om hun vreedzame en geweldloze leefwijze, zijn ziek van stress. De overheid wil een biodiversiteitspark aanleggen op hun grondgebied zonder vooraf met de Semais te overleggen.
Het Semai-volk leeft in het regenwoud 150 kilometer ten noorden van de hoofdstad Kuala Lumpur. Vorige maand verschenen plotseling tractoren en bulldozers, die begonnen fruitbomen en rubberplanten te rooien die de Semais gebruiken voor hun levensonderhoud.
“We wisten van niets”, zegt Tijah Yok Chopil, een Semai-vrouw. “Onze mensen hebben snel last van stress en ze worden er ziek van. Ze krijgen koorts, maagpijn en krampen. Die symptomen doen zich voor als we ons bedreigd voelen. Ziek worden is onze manier om te protesteren.”
De 15.000 Semais wonen allemaal in de centrale hooglanden van het land. Hun leefwijze werd bestudeerd door Amerikaanse en Europese wetenschappers die gefascineerd raakten door het complete gebrek aan geweld in de traditionele Semai-samenleving.
Mensenrechtenactivisten en parlementsleden van de oppositie in Maleisië bewonderen de Semais om hun geweldloosheid. Ze merken ook op dat buitenstaanders er vaak misbruik van maken
De Semais overleven als jagers-verzamelaars, anderen verbouwen maniok, rijst of verkopen jungleproducten zoals rotan. Sommigen hebben een kleine boerderij en leven van de opbrengsten van fruitbomen en rubber, die verkocht worden in het nabijgelegen Bidor. In Bidor ruilen ze ook vlees en vis voor zout, rijst, suiker, tabak en thee.
De groei van de steden vormt echter een bedreiging voor de inheemse bevolkingsgroep. “Er is steeds meer land nodig voor huizen, golfbanen en mijnbouw”, zegt parlementslid Kula Segaran, die de kwestie vorige week aankaartte in het federale parlement.
“Semais laten zich gemakkelijk inpakken door beloften van regeringsambtenaren en ontwikkelaars. Voor hen zijn golfbanen en huizen belangrijker dan het welzijn van de inheemse bevolking in ons land. De inheemsen staan in hun ogen de vooruitgang in de weg en ze worden genadeloos van de ene naar de andere plaats gejaagd.”
Eerder al moesten de Semais, die in deze regio met ongeveer 1000 mensen zijn, plaats maken voor grootschalige palmolieplantages. Ditmaal komt de dreiging van een project waar zelfs ze niet negatief tegenover staan: een nationaal botanisch park van 300 hectare. Dat park beslaat volgens de plannen echter wel de helft van het huidige Semai-reservaat.
Het project is bedoeld om de rijke biodiversiteit in Maleisië te bewaren en zeldzame soorten voor uitsterven te behoeden. “We zijn allemaal voor zo’n park, maar dan op een plaats waar mensen er niet door gehinderd worden”, zegt Ridzuan Tempek, een Semai-activist. “Het is oneerlijk om gewoon een groot stuk land van onze voorouders af te nemen zonder eerst met ons of met de oudsten in onze gemeenschap te praten.”
Volgens Ridzuan gaat het niet alleen om het verlies van grond om voedsel te verbouwen en jungleproducten te exploiteren. “Zonder het land van onze voorouders gaat ons collectieve geheugen verloren.” In de Semai-cultuur vertelt elke steen, elke boom en elk stroompje een verhaal. “Alles in de jungle behoort tot ons collectief geheugen. Als dit project doorgaat, dan berooft het ons van onze erfenis.”
“Dit bos is ons thuis. We houden het in stand en doen het geen kwaad. Als dit nieuwe park er komt, dan wordt een groot deel van het land afgeschermd en we mogen daar niet meer komen”, zegt Semai-oudste Semah Ah Yin (51). “Hoe kunnen we overleven zonder onze bossen? Dit is een belediging”, zegt ze.
De overheid, die niet gewend is aan veel tegenstand van de inheemse bevolking, is verrast door de vastbeslotenheid. Volgens de plaatselijke overheid kunnen de Semais juist profiteren van het project. “Ze kunnen werk vinden in het park”, zegt R. Ganesan, een vertegenwoordiger van de plaatselijke overheid. “Het kan hun inkomen verdubbelen.”
Nadat de protesten van de Semais het nieuws haalden, werden de werkzaamheden bij het reservaat vertraagd. Ambtenaren proberen de Semais nu te overtuigen van het financiële voordeel dat ze kunnen hebben van het project. “Ze moeten vooruitkijken en weten wat de voordelen op lange termijn zijn”, zegt Ganesan.
De ‘geweldloze’ Semais lijken echter weinig toegeeflijk. “We zijn al vaker bedrogen”, zegt Tijah. “We willen wel nadenken over een overeenkomst waarin het welzijn van ons volk op de eerste plaats komt, boven al het andere.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift