Gezondheid Afghanen staat er slecht voor, ondanks 12 jaar interventie

‘In een land met zowat de hoogste sterftecijfers ter wereld, veroorzaakt het voortdurende conflict wijd verbreide ontregeling van gezondheidsvoorzieningen, met name in afgelegen gebieden’, schrijft Artsen zonder Grenzen in een nieuw rapport dat vandaag (25 februari) vrijgegeven wordt. MO* sprak met Benoit De Gryse die AzG in Afghanistan leidt.

Artsen zonder Grenzen organiseerde in Afghanistan gedurende zes maanden een bevraging onder de mensen die hun ziekenhuizen in de provincies Kunduz, Kaboel, Helmand en Khost bezoeken. Het is vrij uitzonderlijk dat er betrouwbaar, kwalitatief opinieonderzoek gebeurt in Afghanistan, zeker bij mensen die buiten de zwaar beschermde stedelijke gebieden wonen waar de westerse coalitie een vrij stevige greep op heeft.

Op basis van meer dan 800 intensieve interviews concludeert AzG in Barriers to Accessing Healthcare in Afghanistan dat de reële toegang tot gezondheidszorg in Afghanistan véél minder fraai oogt dan de rapporten van de regering, de VN of de Navo-landen laten uitschijnen. ‘De kloof tussen het verhaal dat mensen vertellen en het dominante verhaal over de geboekte vooruitgang is opvallend groot.’

Enkele frappante vaststellingen:

    • 23 procent van de ondervraagden verloor het voorbije jaar een vriend of een familielid als gevolg van het veralgemeende geweld
    • 87 procent van het geweld en de doden waren te wijten aan de oorlog, de rest kwam op conto van misdaad of vetes
    • 19 procent verloor een vriend of familielid omdat die niet tijdig de nodige medische verzorging kreeg. De voornaamste redenen voor gebrekkige toegang tot gezondheidszorg zijn de onbetaalbaarheid (32 procent), de grote afstanden (22 procent) en het gewapend conflict (18 procent)
    • 74 procent van de ondervraagden zegden dat hun trip naar het ziekenhuis voordien onmogelijk geweest was of nu gehinderd werd door actieve gevechten of door de onveiligheid ’s nachts
    • 79 procent van de ondervraagden hadden nu of in het verleden de dichtstbijzijnde gezondheidspost links laten liggen omdat daar onvoldoende personeel of ondermaatse zorgverlening was

Doelwit

Een van de conclusies die AzG uit de antwoorden trekt, is dat de cijfers van het aantal gebouwde gezondheidsposten weinig relevant zijn voor het evalueren van de vooruitgang van de gezonheidszorg voor de Afghanen die in landelijke gebieden wonen. Er is overduidelijk een gebrek aan toegang tot kwalitatieve zorg, en de voornaamste reden blijft het gewapende conflict. Dat is een dramatische vaststelling in een land waarin het aantal mensen dat verzorgd moest worden voor wonden veroorzaakt door wapens het voorbije jaar met niet minder dan zestig procent toenam.

De oorlog tussen de regering en de westerse coalitie enerzijds en diverse opstandelingengroepen en criminele organisaties anderzijds veroorzaakt dus het toenemende aantal gewonden maar hij is tegelijk de voornaamste belemmering voor de slachtoffers om tot bij betrouwbare gezondheidszorg te komen.

In die context formuleert AzG scherpe kritiek op de beslissing van de regering om scholen en gezondheidsposten te gebruiken als stemlokalen bij de komende presidentsverkiezingen op 7 april. ‘Gezondheidscentra worden hierdoor blootgesteld aan een verhoogd risico op aanvallen. Het beschadigt ook de perceptie van gezondheidscentra als neutrale ruimtes waar medische zorgen toegediend worden. De levens van gezondheidswerkers en patiënten worden op die manier in gevaar gebracht.’

Civiel-militair web

De vermenging van gezondheidszorg en andere humanitaire hulp met politieke of strategische doelstellingen werd ook vroeger al aangeklaagd door ngo’s en humanitaire organisaties. In dit rapport herhaalt AzG dat in het voorbije decennium meer dan eens ‘beslissingen over waar en hoe hulp te leveren gebaseerd werden op het verlangen naar stabilisering, troepenbescherming of het winnen van hearts and minds’. Met name het opzet van de Provinciale Reconstructie Teams, centraal in de aanpak van de Navo-strategie tegen de opstandelingen, moet het ontgelden.

‘Hulpvoorziening werd door die aanpak meer gedreven door de dreiging [van de opstand] dan door de behoeften [van de bevolking], waarbij buiten verhouding veel hulp toegewezen werd aan de regio’s waar de opstand woedde en waar de internationale troepen aanwezig waren, ongeacht of dat ook de regio’s met de grootste behoeften waren.’ Die militair-humanitaire aanpak ondergraafde de geloofwaardigheid van de geleverde hulp, én bij uitbreiding de positie en veiligheid van de vele niet-gouvernementele organisaties die zich geheel of gedeeltelijk inschreven in deze aanpak.

AzG stelt daarom in het recente rapport: ‘We mogen geen enkele inspanning onverlet laten om de verwevenheid tussen humanitaire hulp en politieke of militaire doelstellingen ongedaan te maken.’

Grijze veiligheidszones

Maar is het sowieso mogelijk om in een complex conflict zoals de oorlog in Afghanistan de neutrale ruimte voor het humanitaire werk te vrijwaren? Benoit De Gryse, verantwoordelijke van AzG in Afghanistan, beseft hoe moeilijk het is. Hij is verantwoordelijk voor zo’n 80 buitenlandse en 1200 Afghaanse medewerkers. Toch weigert AzG militaire bescherming, net omwille van de veiligheid van het personeel. ‘Eens je gezien wordt als onder één hoedje met een van de strijdende partijen, wordt de situatie levensgevaarlijk’, zegt hij. ‘En als je militaire bescherming aanvaardt, is dat onvermijdelijk.’

Anderzijds signaleert De Gryse de moeilijkheid om de humanitaire neutraliteit erkend en gerespecteerd te weten door de gewapende oppositie, aangezien die niet onder één commando opereert. ‘Uiteraard praten en onderhandelen wij met de gewapende oppositie, anders zouden wij bijvoorbeeld in Helmand niet kunnen werken. Maar het is niet altijd duidelijk wat die oppositie exact denkt over de gezondheidszorg die wij verstrekken. En evenmin is het duidelijk of degenen waarmee wij spreken de controle heeft over alle groepen waarmee we geconfronteerd kunnen worden. In principe stelt die oppositie zich nationalistisch op en zouden ze dus voorstander moeten zijn van zorg die de Afghanen ten goede komt, maar er is geen garantie van veiligheid op die basis.’

Ondanks de vele grijze zones wil De Gryse niet weten van een terugplooien op “veilige zones”, want ‘dan verlies je het contact met de echte werkelijkheid van de mensen in landelijk Afghanistan –de meerderheid van de mensen’.

Wat denkt De Gryse over de terugtrekking van westerse troepen en de dzaarbij horende steile daling van hulpgelden? ‘Niet noodzakelijk een slechte zaak’, reageert hij. ‘We stellen vandaag vast dat bijvoorbeeld het ministerie van Gezondheid zijn budget niet uitgegeven krijgt. Ik hoop dat na 2014 een less is more-filosofie veld wint: minder middelen dwingt tot efficiënter besteden. Al weet je niet zeker of het geld dan makkelijker buiten de kring van 15 km rond het stadscentrum zal geraken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur