Gezondheidszorg, een recht voor iedereen

Toegang tot een goede gezondheidszorg is voor miljoenen mensen in het Zuiden geen evidentie. MO* sprak met Maya Altafunnessa, professor en CEO van het centrum GK in Bangladesh, en partner van Wereldsolidariteit. GK staat voor Gonoshasthaya Kendra (GK) — Bengalees voor Gezondheid voor het volk. Het zet zich sinds de onafhankelijkheid van Bangladesh in 1971 in voor de gezondheid en de basisbehoeften van de bevolking, met extra aandacht voor de vrouwen.

  • MO*/Sarah Cools Maya Altafunnessa, professor en CEO van het centrum GK in Bangladesh MO*/Sarah Cools

‘Ik ben enorm onder de indruk van jullie land’, zegt Altafunnessa. ‘We bezochten hier scholen, ziekenhuizen en centra voor kinderen en bejaarden. De infrastructuur, de organisatie en vooral de sociale zekerheid zijn zaken waar we in Bangladesh enkel van kunnen dromen.’

Is het in uw land dan zo anders?

‘Het loopt op veel vlakken mank. Vooral de mensen op het platteland hebben amper toegang tot gezondheidszorg van de overheid. Die zorg is duur en moeilijk te bereiken. De regering wil wel voor verbetering zorgen, maar onder meer het gebrek aan een goed controlemechanisme remt de vooruitgang af. Zo beloofde de regering om 5000 extra dokters in te zetten op het platteland. Dokters uit de steden ontvangen een loon om mensen in de dorpen te verzorgen. Maar omdat er totaal geen controle is, blijven veel van de dokters gewoon in hun privépraktijk in de stad. Ze krijgen dus geld van de regering voor werk dat ze niet doen, gewoon omdat niemand hen controleert. Daarnaast ontbreekt vaak de infrastructuur. Als de dokters toch naar het platteland trekken, weten ze vaak niet waar ze moeten verblijven en met welke apparatuur en medicijnen ze moeten werken. In de steden is de situatie beter, maar de dorpen blijven in de kou staan.’

En daar komt GK in actie?

‘Inderdaad. Oorspronkelijk werd GK opgericht om de gewonde soldaten en vrijheidsvechters te verzorgen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tegen Pakistan in 1971. Dokter Zafrullah Chowdhury, een vasculair chirurg die in Londen gestudeerd had, probeerde de verzorging te organiseren maar hij kampte met een enorm tekort aan betaalbare verpleegsters. De man besloot om zelf meisjes op te leiden tot verpleegsters om de gewonde soldaten te verzorgen. De basis voor GK was gelegd, maar de organisatie startte pas echt na de oorlog. Dr. Chowdhury trok met enkele vrijwilligers naar Dhaka. Daar zette hij zes tenten op, op een stuk land dat hij van donoren kreeg. In de tenten kregen bijna 600 meisjes, die anders nooit aan een diploma zouden geraken, een opleiding tot verpleegster. Gevormd en getraind trokken die meisjes nadien op de fiets naar de dorpen en gingen van deur tot deur om de mensen in de nodige basiszorg te voorzien. Vooral voor de vrouwen was dat een goede zaak, want reizen naar de stad lag niet in hun mogelijkheid, dat was voor vrouwen niet toegelaten. Veel vrouwen kregen op die manier vaak voor het eerst verzorging. Vandaag brengen we de zorg naar bijna 1.2 miljoen mensen in 17 districten. We hebben een netwerk van 37 eerste hulpcentra en zes ziekenhuizen.’

Was iedereen meteen enthousiast over jullie werk?

Zeker niet! Vooral de moslimfundamentalisten waren woedend. We stuurden meisjes zonder sluier met de fiets naar de dorpen. Ze kregen opleidingen en werkten, iets wat de extremisten niet konden aanvaarden. In het begin werden onze verpleegsters fysiek aangevallen maar we hebben de mannen het voordeel van ons werk kunnen bijbrengen. De vrouwen in de dorpen moesten geen lange weg naar de steden meer afleggen, verzorging kwam naar hen.’

Is er voor die gezinnen ook een vorm van sociale zekerheid?

‘Vanuit de overheid niet, maar GK zorgt wel voor een betaalbare ziekteverzekering. We kijken daarbij naar het inkomen van de patiënten. De armsten betalen bijna niets, wie het zich kan permitteren betaalt meer. Zo hebben we vijf categorieën: van bijna gratis voor armsten tot de volledige prijs voor de rijken. Datzelfde systeem passen we toe op onze medicijnen, want na de onafhankelijkheid werden geneesmiddelen onbetaalbaar voor de meerderheid van de bevolking.’

Zijn geneesmiddelen erg duur?

‘Het is niet alleen het probleem van de prijs. Afgekeurde medicijnen uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kwamen op onze markt terecht. Door een overaanbod schreven dokters vijf middelen met dezelfde werking maar een andere naam voor. Patiënten betaalden teveel voor slechte en overbodige medicijnen. Dr. Chowdhury heeft toen gestreden voor een fabriek in generische geneesmiddelen en onder impuls van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) startte de productie in 1982. De WHO zorgde ook voor een verbod op Westerse dumpingmedicijnen en voor een maximumprijs voor de aanwezige geneesmiddelen. Dat die maximumprijs nodig was, merkten we toen onze generische productie op gang kwam. Voor een paracetamolpilletje kan je nooit meer dan een halve taka vragen medicijnen worden per stuk verkocht), maar voordien liepen de prijzen snel op tot 10 of zelfs 20 taka (100 taka=1 euro). Schandalig gewoon.’

Kwam de farmaceutische industrie niet in opstand tegen jullie werking?

‘Bij de opstart van onze productie hadden we geen enkele tegenstand, maar enkele jaren later, toen we ons gezondheidsbeleid echt begonnen uit te bouwen, kwam het protest op gang. Maar dat kwam amper uit de farmaceutische hoek. Zo nam ons gezondheidsbeleid de private praktijken in overheidsziekenhuizen op de korrel. Dokters die werkten in een ziekenhuis, moesten minstens twintig procent van hun loon afgeven volgens ons. Ze gebruikten uiteindelijk toch de apparatuur van het ziekenhuis. We wilden ook dat verpleegsters toegang kregen tot hoge ziekenhuisposten en dat nieuwe dokters stages op het platteland zouden doen. Door zes maanden in de dorpen te werken, moesten nieuwe artsen het gebied leren kennen. Tenslotte ijverden we voor betere infrastructuur op het platteland. Een controleorgaan moest toezien op alle nieuwe maatregelen . Maar dat nieuwe beleid bleek niet naar de zin van de overheids- en private dokters. Hun loon daalde en hun werk werd gecontroleerd. Die ontevredenheid kwam een lange tijd niet aan de oppervlakte tot boze dokters in de jaren negentig plots ons medicijnenfabriek in brand staken. Ook ambulances en eerstehulpcentra gingen in vlammen op. Vandaag is de relatie wel beter.’

Aandacht voor vrouwen is voor GK een prioriteit.

‘GK heeft baanbrekend gewerkt. Meisjes zonder kans op een diploma werden opgeleid tot verpleegster en vrouwen in de dorpen kregen plots toegang tot medische verzorging. Vandaag willen we vrouwen nog onafhankelijker maken. We trainen hen tot vrachtwagenchauffeur of leidden hen op voor een baan in de metaalindustrie of meubelbouw. Ook de algemene scholing van meisjes willen we verbeteren en daarin staat de regering ons bij. Tot de achtste graad, ongeveer achttien jaar, gaan meisjes in principe gratis naar school. Helaas stappen veel meisjes voor hun veertiende uit het onderwijs omdat ze trouwen. Daar moet verbetering in komen.’

‘GK heeft baanbrekend gewerkt. Meisjes zonder kans op een diploma werden opgeleid tot verpleegster en vrouwen in de dorpen kregen plots toegang tot medische verzorging.

Hoe willen jullie dat aanpakken?

 

Veel gezinnen op het platteland komen amper rond en zetten hun kinderen in op het land. Jongens en meisjes dragen bij aan het inkomen. Als ze op school zitten, kunnen ze niet meewerken en dus blijven ze vaak thuis. Dat het onderwijs dan gratis is of dat er een maaltijd voor de kinderen voorzien is, maakt geen verschil. Het hele gezin moet onderhouden worden en dat is vooral moeilijk in de maanden tussen het zaaien en de oogst. Mensen krijgen honger en via allerlei wegen probeert het gezin aan geld te geraken. Voor onderwijs is er geen tijd. In die maanden van enorme armoede komen we nu tussen met een seizoensloon. De landbouwers ontvangen een lening terwijl hun gewassen groeien. Na de oogst betalen ze het ontvangen bedrag terug. Zo heeft het gezin het hele jaar door geld om eten te kopen en kunnen de kinderen naar school.’

Gaat het om grote gezinnen?

‘Toch wel. Veel ouders vergeten dat meer kinderen ook meer voedsel betekent. Ze zien wel de positieve gevolgen van gezinsuitbreiding, zoals extra werkkrachten, maar vergeten de nadelen. Onze dokters werken hard aan bewustwording. Ze gaan van deur tot deur om gezinsplanning aan te moedigen. Ook theaterstukken worden bij sensibiliseringswerk gebruikt. We zien dat ons beleid werkt. Vroeger had een gezin op het platteland al gauw meer dan tien kinderen. Vandaag ligt het gemiddelde op vier. Een hele vooruitgang dus. De overheid zorgt trouwens voor gratis anticonceptiva. Wij zorgen dan dat die ook gratis bij de bevolking geraken want andere organisaties durven er geld voor vragen. Dat de regering beseft wel hoe belangrijk gezinsbeperking vandaag is, dat is al een belangrijke stap.’

Bereiken de mensen ook een hoge leeftijd?

‘Bangladesh krijgt te maken met een verouderende bevolking. Mensen worden vandaag ouder dan zestig, terwijl de gemiddelde levensverwachting twintig jaar geleden rond de 45 lag. Veel bejaarden blijven echter alleen achter in de dorpen omdat steeds meer jonge mensen werk zoeken in de steden. De ouderen hebben verzorging nodig, want meestal kunnen ze niet meer voor zichzelf zorgen. Eenzijdige voeding tast hun zicht en gehoor aan en velen worden incontinent. Door de slechte verzorging lijken vrouwen op het platteland vaak negentig terwijl ze amper zestig zijn. Onze dokters en verpleegsters gaan langs bij de bejaarden. Ze krijgen de basisverzorging, zoals een wasbeurt en het nemen van de bloeddruk. Waar nodig wordt fysiotherapie georganiseerd. Vaak zijn de ouderen gewoon eenzaam en hebben ze enkel nood aan een gesprek en wat gezelschap. Dat kan door een bezoek van een verpleegster, maar we proberen de bejaarden ook met elkaar in contact te brengen bij een kop thee of een rijstschotel.’

Bangladesh is ook een risicoland bij de klimaatopwarming. Voelen jullie de impact daarvan?

‘Zeker! Al onze rivieren stromen via India Bangladesh binnen. India bouwt nu dammen, waardoor er in de winter amper water ons land binnenkomt. In de zomer kampen we dan weer met overstroming. Als het waterpeil in de rivieren te sterk stijgt door de smeltende sneeuw van de Himalaya, opent India zijn dammen. Het water stroomt dan massaal Bangladesh binnen en de rivieren treden buiten hun oevers. Ook langst de zeekant hebben we steeds vaker met wateroverlast te maken. Door de opwarming van de aarde komen er sterkere winden vanuit het zuidwesten en die duwen meer water het land in.

Hoe pakt de regering het probleem aan?

Ze probeert maatregelen te treffen maar er wordt niet op lange termijn gedacht. Elk jaar investeert de regering in beschermingsmaatregelen maar elk jaar wordt alles door het water weer weggespoeld. Een stevige dam kost meer, maar wie naar de toekomst kijkt, ziet dat grote investeringen onvermijdelijk zijn. Ook met de organisatie van noodhulp loopt het mis. Na elke overstroming haast GK zich naar de getroffen gebieden. We voorzien eerste hulp, maar helpen ook bij de opbouw van de huizen en landbouw. Na de grote overstromingen van 2007 hielpen onze verpleegsters met het ploegen en zaaien van het land. We investeerden ook in vissersboten en netten, want de visserijsector was zwaar getroffen. Omdat de regering de internationale gemeenschap om hulp vroeg, hadden we de nodige middelen. Maar de verdeling van die middelen verliep moeizaam. Veel organisaties trokken naar één gebied, waardoor andere getroffen gebieden zonder hulp bleven. Het is de taak van de regering om de noodhulp te organiseren. Al veertig jaar kampt Bangladesh met een gebrek aan routine maar nog steeds ontbreekt een echt rampenplan.’

Is het probleem nu erger dan veertig jaar geleden?

‘Ja, we kampen steeds vaker met overstromingen en cyclonen. Dat brengt ook nieuwe ziektes met zich mee, een onderkend probleem. Cycloon Aida maakte in 2009 bijvoorbeeld weinig doden, omdat de mensen in het getroffen gebied getraind waren om met rampen om te gaan.

Maar er kwam vervuild grondwater in de grond terecht en twee jaar later zorgt dat nog steeds voor grote problemen. Mensen sterven aan diarree en cholera maar daarvoor krijgen we geen steun. Enkel rampen die in één keer slachtoffers maken, zijn nieuws en zorgen voor internationale steun.’

U was jarenlang professor geografie en omgeving. Hoe zorgwekkend is de klimaatsverandering volgens u?

De opwarming van het klimaat heeft een impact wereldwijd, maar landen als het onze zien er het meeste van af. We hebben dringend nood aan een beter waterbeleid, want in de winter kampen we met een watertekort en in de zomer overstroomt ons land. Daaraan moet dringend gewerkt worden en Bangladesh kan het niet alleen. Zonder een betere aanpak zullen de gevolgen binnenkort niet te overzien zijn.’

Meer info over de campagne van Wereldsolidariteit ‘Kom op voor gezondheid wereldwijd’: www.wereldsolidariteit.be

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift